Soenjajev-Zeldovitsj-effect

Het Soenjajev-Zeldovitsj-effect (blauw) in de protocluster rond MRC 1138-262 gemeten door ALMA

Het Soenjajev-Zeldovitsj-effect (vernoemd naar Rashid Soenjajev en Jakov Borisovitsj Zeldovitsj) verklaart het gebrek aan laagenergetische fotonen en het overschot aan hoogenergetische fotonen in de kosmische achtergrondstraling in de richting van clusters van sterrenstelsels door botsingen van de fotonen met hoogenergetische elektronen.

De hoogenergetische elektronen in het intraclustermedium (dat een temperatuur heeft tussen 10 en 100 miljoen kelvin) kunnen fotonen van de kosmische achtergrondstraling verstrooien. Daarbij wordt door het inverse compton-effect gemiddeld energie overgedragen van de elektronen naar de fotonen, waardoor de frequentie daarvan verhoogd wordt waardoor het spectrum veranderd wordt vergeleken met het oorspronkelijke spektrum dat bepaald wordt door de Wet van Planck. Het bestaan van dit mechanisme is voor het eerst besproken door Soenjajev en Zeldovitsj in 1970.[1]

Met behulp van het Soenjajev-Zeldovitsj-effect kunnen clusters ontdekt worden die als schaduw voor het gelijkmatige spectrum van de achtergrondstraling zichtbaar worden. Metingen van het Soenjajev-Zeldovitsj-effect en het zoeken naar ver verwijderde clusters behoren tot de doelen van het Planck Observatory, de Fred Young Submillimeter Telescope en de Atacama Cosmology Telescope.