Sociale bijstand

Sociale bijstand is de bijstand van overheidswege indien iemand onvoldoende middelen van bestaan heeft.

In Nederland voeren de gemeenten hiervoor de bijstand uit, van 1963 tot 1 januari 1996 vanuit de Algemene Bijstandswet (ABW), van 1 januari 1996 tot 1 januari 2004 vanuit de Algemene bijstandswet (met een kleine b), van 1 januari 2004 tot 1 januari 2015 vanuit de Wet werk en bijstand (WWB) en vervolgens vanuit de Participatiewet. De uitkering wordt niet gefinancierd door premies zoals de werkloosheidswet in de sociale verzekeringen maar uit de algemene middelen. Daarmee is het een sociale voorziening. Zowel sociale voorzieningen als sociale verzekeringen behoren tot de sociale zekerheid.

In Caribisch Nederland, Curaçao en Sint Maarten heet de bijstand onderstand.

In België heet de bijstand leefloon en wordt uitgevoerd door het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) middels de wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie.

In België ontvangen vandaag samenwonende volwassenen elk hun eigen bedrag, zonder plafond, waardoor in sommige gezinnen meer dan 4.000 euro per maand binnenstroomt. Anneleen Van Bossuyt en Frank Vandenbroucke willen komaf maken met deze excessen. De maatregel gaat in na publicatie in het Staatsblad.[1]