Smalle hermelijnbladroller
| Smalle hermelijnbladroller | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Notocelia incarnatana (Hübner, 1800) | ||||||||||||
![]() | ||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||
| ||||||||||||
De smalle hermelijnbladroller (Notocelia incarnatana) is een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae). De wetenschappelijke naam is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1800 door Hübner.
Kenmerken
De spanwijdte bedraagt 14–20 mm. De voorvleugels hebben een iets gebogen voorrand, de plooi reikt tot het midden. De grondkleur is rozig wit, soms met een okerkleurige tint, soms met donkergrijze strepen. De voorrand is fijn gestreept met donkergrijs. De basale vlek is donkergrijs of roodbruin, met zwarte markeringen; de rand is bijna recht. De centrale band is vaag, grijs of roodbruin, met een zwarte achterste subdorsale uitloper. Het topgedeelte is gestreept met roodbruin en loodgrijs-metallisch, en voorzien van zwarte markeringen. De achtervleugels zijn witgrijs. De rups is roodbruin; de kop lichtbruin; het halsschild zwart.
Levenswijze
De rupsen leven op hondsroos (Rosa canina) en rimpelroos (Rosa rugosa). Ze leven in de samengesponnen bladeren van hun waardplant. Rupsen zijn te vinden van mei tot juni. De verpopping vindt plaats in de samengesponnen bladeren.
De vlinders vliegen van juni tot begin september in West-Europa.
Verspreiding
De smalle hermelijnbladroller komt voor in China, Mongolië, Japan, Rusland, Kazachstan en Europa, waar ze op het grootste deel van het continent is waargenomen, behalve in delen van het Balkanschiereiland.
21-03-2013

