Slag bij Jarnac

De slag op een zestiende-eeuwse prent

De Slag bij Jarnac (13 maart 1569) was een slag tijdens de derde van de Hugenotenoorlogen, waarbij de katholieke regeringslegers onder leiding van Hendrik, hertog van Anjou en de latere koning van Frankrijk, in de buurt van Jarnac tegenover de legers van de protestanten kwamen te staan. Het was een nederlaag op het slagveld voor de protestanten, maar ook een symbolische nederlaag.[1] De leider van de hugenoten, Lodewijk I van Bourbon-Condé, vond de dood tijdens de slag.

Verloop

Het protestantse leger had zich verzameld bij La Rochelle.[2] De slag werd geleverd bij Jarnac in Angoumois. Hendrik van Anjou werd bijgestaan door maarschalk de Tavannes, Hendrik I van Guise en de hertog van Montpensier.[3] De protestanten stonden onder leiding van de prins de Condé en Gaspard de Coligny, de vader van Louise de Coligny - vierde (en laatste) echtgenote van Willem van Oranje.

De prins de Condé was al gewond voor de slag begon en tijdens de slag werd zijn paard vanonder hem geschoten. Nadat hij zich had overgegeven, werd hij toch van achteren door het hoofd geschoten.[4]

Opt om-brengen des Princen van Conde.

Hoe quamt dat men Condé van achteren doorschoot

Die nimmermeer den rug' en keerde noch en vloot?

Den vyant conde noyt sijn aengesicht verdragen,

Dus heeft hy met verraet dien groten Prins verslagen.

(Hs. van Revius)

De dood van Condé luidde de protestantse nederlaag in. Coligny slaagde er nog in om een groot deel van het leger van de hugenoten te laten ontsnappen om zo een grotere slachtpartij te voorkomen. Door deze ontsnapping was het de katholieken niet gelukt de slag overtuigend te winnen. Onder de doden bevonden zich tal van protestantse edelen, onder wie de Bretonse baronnen Christophe de Chateaubriand en François d’Acigné.[5]

Monument

Monument voor de prins de Condé (Pyramide de Condé)

Ter nagedachtenis aan de slag en de dood van Lodewijk I van Bourbon-Condé werd een monument opgericht met daarop een citaat van de Franse filosoof Voltaire:

O plaines de Jarnac! ô coup trop inhumain!