Sint-Salvatorkerk (Veenendaal)

Salvatorkerk
Sint-Salvatorkerk
Locatie
Land Vlag van Nederland Nederland
Plaats Veenendaal
Adres Adriaen van Ostadelaan 56Bewerken op Wikidata
Coördinaten 52° 2 NB, 5° 33 OL
Gewijd aan Christus de Verlosser
Status en tijdlijn
Gebouwd in 1954
Monumentale status Gemeentelijk monument
Bouwkundige informatie
Architect(en) Jan van Dongen jr.
Kerkprovincie en -genootschap
Denominatie Rooms-Katholieke Kerk
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Salvatorkerk is een rooms-katholieke kerk in Veenendaal. De geloofsgemeenschap Veenendaal is onderdeel van de parochie H. Titus Brandsma. Het gebouw, gesitueerd aan de Adriaen van Ostadelaan, is een gemeentelijk monument. De kerk is vernoemd naar Christus-Salvator (de Heilige Verlosser), een eretitel van Jezus Christus.

Historische Context

Veenlantdael en de Reformatie

De geschiedenis van de katholieke aanwezigheid in Veenendaal is nauw verweven met de ontginning van de regio. In de 15e eeuw trokken vele turfgravers naar de Rhenense Venen om te voorzien in de groeiende behoefte aan brandstof. Deze arbeiders leefden onder armoedige omstandigheden aan de oevers van de Grift, een kanaal gegraven in 1473 in opdracht van de Utrechtse bisschop David van Bourgondië.

De behoefte aan een eigen kerkgebouw leidde in 1566 tot de stichting van de eerste Sint Salvatorkerk op het 'Merckvelt' (de huidige Markt). Dit was een houten kapel die al snel werd uitgebreid. Echter, als gevolg van de Reformatie in 1591, kwam dit gebouw in handen van de protestanten. De katholieken raakten hun godshuis kwijt en waren gedurende eeuwen aangewezen op verre reizen naar Rhenen of Wageningen, of op diensten in schuilkerken. Een bekende locatie voor deze geheime diensten was de boerderij Huize De Geer, nabij de plek waar de huidige Salvatorkerk staat. Hier trad de strijdvaardige Geertruyd Margaretha van Blokland op als beschermvrouwe; zij schuwde fysiek geweld tegen deurwaarders die de mis kwamen verstoren niet.

De weg naar nieuwbouw (1948-1953)

Na de Tweede Wereldoorlog groeide Veenendaal hard. In 1948 werd Reinier Beckers benoemd tot bouwpastoor met de opdracht een volwaardig parochiecentrum te stichten voor de groeiende groep katholieken. De stedenbouwkundige S.J. van Embden uit Delft, een belangrijke figuur in de Nederlandse wederopbouw, stelde een uitbreidingsplan op voor 'Gelders Veenendaal'. Hierin werd ruimte gereserveerd voor een complex bestaande uit een kerk, pastorie, scholen en een zusterhuis.

Architectuur en ontwerpstrijd

Architect Jan van Dongen

Pastoor Beckers koos voor de architect Jan van Dongen jr. uit Apeldoorn. Van Dongen stond bekend om zijn traditionalistische stijl die aansloot bij de Delftse School, maar met moderne liturgische invloeden. De samenwerking tussen de ambitieuze Beckers en de vakbewuste Van Dongen verliep echter verre van rimpelloos.

Het 'verminkte' plan en de torenkwestie

De huidige verschijningsvorm van de kerk is het resultaat van een pijnlijk compromis. Oorspronkelijke blauwdrukken uit mei 1952 tonen een imposante, robuuste toren met luidklokken, dubbel zo hoog als het schip van de kerk. Echter, in november 1952 was deze toren uit de plannen verdwenen. Hoewel geldgebrek als reden wordt aangevoerd, speelden ook diepe meningsverschillen over de liturgie een rol.

Pastoor Beckers wenste een 'altaarhuis' (domus altaris) waarbij het priesterkoor visueel afgescheiden was van het volk, maar waarbij de priester wel met het gezicht naar de gelovigen (facies ad populum) de mis kon opdragen. Van Dongen waarschuwde dat deze constructie van binnenuit de indruk van een "toren in de kerk" zou wekken. De ruzie liep zo hoog op dat Beckers de opdracht dreigde in te trekken, wat door Van Dongen werd beantwoord als een "belediging van het architectenberoep". Uiteindelijk bleef de hoge toren achterwege en werd slechts een bescheiden klokkenstoel op het dak geplaatst.

Gebouwomschrijving

Exterieur

De kerk is gebouwd in de vorm van een basilica, 34 meter lang en 17 meter breed. De gevels zijn opgetrokken uit warm-rode handvormbakstenen. De voorgevel wordt gedomineerd door een groot, indrukwekkend roosvenster. De sobere, bijna robuuste uitstraling was een bewuste keuze om aan te sluiten bij de vroege christelijke bouwkunst.

Interieur en symboliek

Het interieur is ontworpen als een zaal waarin de eenheid van de gelovigen centraal staat.

  • Schip: De zijwanden rusten op vijf massieve pilaren aan weerszijden, waardoor zijbeuken ontstaan die fungeren als rondgang.
  • Priesterkoor: Geopend met een grote boog, wat het een sacraal karakter geeft. Het altaar is zo geplaatst dat de dialoogmis optimaal gefaciliteerd wordt.
  • Fundering: Bijzonder is de fundering op tachtig betonnen poeren. Vanwege de zachte veengrond van 'De Geer' waren deze ringvormige putten nodig om het enorme gewicht van de bakstenen massa te dragen.

Inventaris

De kerk herbergt een aantal bijzondere kunst- en gebruiksvoorwerpen:

  • Gradussen-orgel (1873): Dit instrument werd vervaardigd door de gebroeders Gradussen uit Winssen. Het kwam via de parochie van Renswoude in de Salvatorkerk terecht en staat bekend om zijn karakteristieke klank[1].
  • Kruiswegstaties: Aan de wanden hangen veertien staties, zijnde hoogwaardige reproducties van de werken die Jan Toorop schilderde voor de kerk in Oosterbeek.
  • Kandelaars en decoratie: Veel objecten zijn vervaardigd uit roodkoper en geoxydeerd zilver, wat in harmonie is met de rode gloed van de bakstenen wanden.

Betekenis en monumentale status

De Sint Salvatorkerk wordt geprezen om de "warme, sacrale sfeer". Bij de inzegening in 1954 merkte men op dat het gebouw een synthese vormt tussen de "vreze des Heren" en het gemeenschapsgevoel. Als gemeentelijk monument herinnert het gebouw aan de wederopbouwperiode van Veenendaal en de emancipatie van de katholieke gemeenschap in een van oudsher protestantse regio.