Sint-Clemenskerk (Schwarzrheindorf)
| Sint-Clemenskerk Kirche von St. Maria und Clemens | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Locatie | ||||
| Land | ||||
| Regio | ||||
| Plaats | Bonn-Schwarzrheindorf/Vilich-Rheindorf | |||
| Coördinaten | 50° 45′ NB, 7° 7′ OL | |||
| Gewijd aan | Paus Clemens I | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Gebouwd in | ca. 1150 | |||
| Monumentale status | onroerend erfgoed in Noordrijn-Westfalen | |||
| Bouwkundige informatie | ||||
| Architect(en) | Andreas Simons | |||
| Stijlperiode | romaanse architectuur | |||
| Kerkprovincie en -genootschap | ||||
| Aartsbisdom | Keulen | |||
| ||||
De Sint-Clemenskerk (Duits: Kirche von St. Maria und Clemens) is een romaanse dubbelkerk in Bonn, gelegen in de wijk Schwarzrheindorf/Vilich-Rheindorf. De kerk is vooral bijzonder vanwege de 12e-eeuwse muurschilderingen en wordt mede daardoor gezien als een van de voornaamste romaanse kerken van Duitsland. De bovenkapel is aan Maria gewijd; de benedenkapel aan paus Clemens I.
Geschiedenis
Opdrachtgever voor de bouw van de dubbelkapel was Arnold II van Wied, proost van de dom van Limburg aan de Lahn, de dom van Keulen en het kapittel van Sint-Servaas, later aartsbisschop van Keulen. Arnold van Wied wordt tevens gezien als een van de belangrijkste bouwheren van de Sint-Servaaskerk in Maastricht, waarmee de kerk van Schwarzrheindorf opvallende gelijkenissen toont (onder anderen de dwerggalerij en de romaanse bouwsculptuur). De kapel was waarschijnlijk bedoeld als hofkapel en grafkapel van de graven van Wied. Naast de kapel zijn restanten van een burcht opgegraven.
Na de dood van Arnold in 1156, vormde zijn zuster Hadwig van Wied, die al abdis was te Gerresheim en van het Sticht Essen, de kapel om tot het centrum van een klooster van benedictinessen, waarvan ze zelf abdis werd.
Beschrijving
De Sint-Clemenskerk is een goed bewaard gebleven dubbelkapel met een bovengalerij, waar de adellijke stiftsdames, gescheiden van het volk in de kerk beneden, de mis konden bijwonen. De kerk heeft een zware vieringtoren. De dwerggalerij is bijzonder, omdat deze zich voorbij de apsis voortzet langs de transepten. Zowel in Maastricht als in Schwarzrheindorf liet Arnold van Wied de kerken versieren met gebeeldhouwde kapitelen, vervaardigd door het zogenaamde Heimo-atelier, een Maaslands atelier van steenbeeldhouwers met Noord-Italiaanse wortels. Het werk van dit atelier wordt gerekend tot de hoogtepunten van de romaanse sculptuur in het Maas-Rijngebied.[1]
De 12e-eeuwse muur- en gewelfschilderingen in zowel de bovenkapel als de benedenkapel zijn grotendeels bewaard gebleven en zijn van groot kunsthistorisch belang. De Nederlandse kunsthistoricus Fred Ahsmann stelde belangrijke overeenkomsten vast tussen deze fresco's en die in het priesterkoor van de eerder genoemde Maastrichtse Sint-Servaaskerk, alsmede in de westelijke voorhal van de Dom van Hildesheim (beide in de 19e eeuw grotendeels, respectievelijk geheel verloren gegaan). In alle drie kerken stonden de visioenen van de oudtestamentische profeet Ezechiël centraal. De afgebeelde onderwerpen zijn sterk beïnvloed door de theologische inzichten van 12e-eeuwse denkers als Rupert van Deutz en Otto van Freising. In de bovenkapel van Schwarzrheindorf is, net als in Maastricht, een Majestas Domini afgebeeld in een mandorla, met, anders dan in Maastricht, daaronder de opdrachtgevers Arnold en Hadwig van Wied, afgebeeld in nederige, ter aarde geworpen houding.[2]
Sint-Clemenskerk
Dwerggalerij- Kapitelen
Gezicht op het koor
Schildering bovenkapel
- Bronnen
- (en) Ahsmann, F. (2017): Order and Confusion. The Twelfth-Century Choir of the St. Servatius Church in Maastricht. Clavis Kunsthistorische Monografieën Deel XXIV. Clavis Stichting Middeleeuwse Kunst, Utrecht, ISBN 978-90-75616-13-2 (appendix online beschikbaar op academia.edu [separaat genummerd])
- (en) Hartog, E. den (2002): Romanesque Sculpture in Maastricht. Maastricht
- (de) Kunisch, J. (1966): Konrad III., Arnold von Wied und der Kapellenbau von Schwarzrheindorf. Düsseldorf
- Noten en referenties
- ↑ Al in 1931 werden door de kunsthistoricus Diepen overeenkomsten opgemerkt tussen de kapitelen van de dwerggalerij in Schwarzrheindorf met die van het exterieur van het koor en het interieur van het westwerk van de Sint-Servaaskerk in Maastricht (Den Hartog, p. 14). Volgens de Nederlandse kunsthistorica Elizabeth den Hartog mag worden aangenomen dat zowel het schilders- als het beeldhouwersatelier in die tijd gevestigd waren in Maastricht. Zie o.a. Den Hartog (2002), pp. 101, 117, 119, 327.
- ↑ Ahsmann (2017), pp. 78-96.
