Shabtai Arieh Petrushka

Shabtai Arieh Petrushka (Hebreeuws: שבתי (זיגמונד ליאו) פֶּטרוּשקָה) (geboren als: Siegmund Leo Friedmann) (Leipzig, 15 maart 1903Jeruzalem, 14 december 1997) was een Israëlisch componist, muziekpedagoog, dirigent, cellist, contrabassist en trompettist van Duitse afkomst. Hij gebruikte het pseudoniem: John Henri Sax.

Levensloop

Petrushka groeide op in een Joods orthodoxe familie en zong als jonge cantor in de Synagoge en in de Joodse school. Hij studeerde eerst piano, cello en muziektheorie aan de Felix Mendelssohnschool voor muziek en theater te Leipzig. Van 1919 tot 1922 zong hij in het koor van het Gewandhaus te Leipzig onder directie van Arthur Nikisch. In 1923 vertrok hij naar Berlijn en studeerde machinebouw en behaalde zijn diploma als Ingenieur. Tegelijkertijd studeerde hij trompet en contrabas. Samen met Kurt Kaiser speelde hij in het jazz-ensemble "Sid Kay’s Fellows".

Vervolgens focusseerde hij zich op de muziek en werd "bandleader" van zijn jazz-ensemble, dat verschillende uitvoeringen gaf in Wenen, Boedapest, Frankfurt am Main, Barcelona (Spanje) en München. Nadat zijn ensemble uiteen was gegaan werkte hij in als muzikant in het Orkest van de Joods culturele vereniging en begon te componeren, onder anderen ontstond het Shalom Aleichem speel Amcha. Hij gebruikte pseudoniemen bij het componeren, omdat zijn werken in het toenmalige nazi-Duitsland nauwelijks werden gepubliceerd. Hij werkte als arrangeur voor de Deutsche Gramophone Gesellschaft en de Universum Film AG (Ufa) in Berlijn.

In 1938 emigreerde hij naar Palestina en werkte voor de Palestijnse omroep als componist, dirigent en arrangeur voor zijn orkest. Na de oprichting van de staat Israël was hij in de eerste tien jaar tweede directeur van de muziekprogramma-afdeling van Kol Yerushalaym (De stem van Jeruzalem) en in 1958 werd hij directeur van de muziekafdeling van Kol Israel (De stem van Israel). In deze functie bleef hij tot zijn pensionering. Hij was een veelgevraagd jurylid bij internationale compositiewedstrijden en de vertegenwoordiger van de Israëlische omroeporganisaties in de Europese conferenties.

Van 1969 tot 1981 was hij docent voor orkestratie aan de Jerusalem Academy of Music and Dance die toen nog Jerusalem Rubin Academy of Music and Dance heette.

Als componist schreef hij orkestwerken, kamermuziek, vocale muziek en werken voor koor.

Composities

Werken voor orkest

  • 1947: Lehavot Ba’Eifer (Flames in Ashes), suite voor orkest uit het radiospel Vilna Ghetto
  • 1959: Three Movements, voor orkest
  • 1962: Jubiläumstreffen des Blau-Weiss, voor orkest
  • Four Ballet Movements, voor orkest
  • Yael - Music for Ballet, voor orkest

Werken voor harmonieorkest

  • 1943: Hebrew Suite, drie liederen van N. Cohen-Melamed, M. Rappaport en Y. Admon voor harmonieorkest
  • 1949: Shir Le'Tayeset (Squadron Song), voor harmonieorkest
  • 1953: Four Movements, voor harmonieorkest
  • 1970: Divertimento za'ir - Piccolo Divertimento, voor harmonieorkest
  • 1978: Three Jewish Melodies, voor harmonieorkest
  • 1986: Suita ze'irah - Little Suite, voor harmonieorkest
  • Israel Songs, fantasie
  • Mizmôr ha-yam ha ha-ivrî - Song of the Hebrew Sea, voor harmonieorkest

Werken voor koor

  • 1936: Simhû b-yrûshalayîm. Horah (Rejoice in Jerusalem. Hora), voor gemengd koor en piano (gecomponeerd voor de Berliner Jüdischen Kulturbundchor)
  • Qiryah (Jerusalem), voor sopraan solo (of tenor) en gemengd koor - tekst: Ruth Man

Vocale muziek

  • 1949: Shir Le'Tayeset (Squadron Song), voor zangstem en piano - tekst: Shulamit Riftin
  • Qiryah (Jerusalem), voor zangstem en piano - tekst: Ruth Man

Kamermuziek

  • 1939: Prelude and Fugue, voor dwarsfluit, klarinet en fagot
  • 1939: Shelishiyah, voor strijktrio
  • 1972: Three Jewish Melodies, voor 2 dwarsfluiten en 3 klarinetten
  • 1973: Hassidic Dance, voor koperkwintet (twee trompetten, hoorn, trombone en tuba)
  • 1973: Jewish Dance from Crimea, voor koperkwartet (2 trompetten, hoorn en trombone)
  • 1974: Shalosh Romansot Sefaradiyot (Three Sefaradic Romances), voor dwarsfluit, hobo, klarinet en fagot
  • 1974: Hallelujah, voor blaaskwintet
  • 1974: And Rejoice, voor blaaskwintet
  • 1975: I Am the Crown of Glory, Babylonisch lied voor dwarsfluit, klarinet, hoorn en fagot
  • 1975: The Lord My Rock, lied van Korfoe voor hobo, klarinet, hoorn en fagot
  • 1982: Sonatina, voor hoorn en strijkkwartet

Bibliografie

  • Wolfgang Suppan, Armin Suppan: Das Neue Lexikon des Blasmusikwesens, 4. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1994, ISBN 3-923058-07-1
  • Paul E. Bierley, William H. Rehrig: The heritage encyclopedia of band music : composers and their music, Westerville, Ohio: Integrity Press, 1991, ISBN 0-918048-08-7
  • Yehuda Cohen: The Heirs of The Psalmist, Israel's New Music, Am Oved Publishers Ltd, Tel Aviv 1990 (in Hebrew)
  • Alice Tischler, A Descriptive Bibliography of Art Music by Israeli Composers, Harmonie Park Press, Michigan, 1988.
  • Habakuk Traber, Elmar Weingarten: Verdrängte Musik : Berliner Komponisten im Exil, Berlin: Argon Verlag, 1987, 376 p.
  • Israeli music 1971-1972, Tel Aviv: 1971
  • Menashe Ravina, Shlomo Skolsky: Who is who in ACUM : authors, composers and music publishers, biographical notes and principal works, Acum Ltd., Societe d'Auteurs, Compositeurs et Editeurs de Musique en Israel, 1965, 95 p.
  • Peter Gradenwitz: Music and musicians in Israel - A comprehensive guide to modern Israeli music, Tel Aviv: Israeli Music Publications, 1959, 226 p.