Selim I
| Selim I | ||
|---|---|---|
| 10 oktober 1470 - 22 september 1520 | ||
![]() | ||
| Sultan | ||
| Periode | 1512 tot 1520 | |
| Voorganger | Bayezid II | |
| Opvolger | Süleyman I | |
| Familie | ||
| Dynastie | Ottomaanse sultans | |
Yavuz Sultan Selim I ook Selim de Grimmige of Selim de Dappere (Amasya, 10 oktober 1470 – Adrianopel, 22 september 1520) was de negende sultan van het Ottomaanse Rijk. Zijn bijnaam yavuz (jawoez) betekent "gehard", "de barse", "sterk" en "mooi". In het Arabisch schrift is zijn naam: سليم الأول. Hij was een gelovige soennitische moslim.
Jeugd en troonsbestijging
Selim bracht zijn jeugd door aan het hof van zijn grootvader Mehmet II. Na de dood van zijn grootvader vochten zijn vader Bayezid II en oom Cem een burgeroorlog om de troon. In de laatste jaren van de regering van zijn vader gebeurde hetzelfde tussen Selim en zijn oudere broer Ahmet. Selim leidde een opstand tegen zijn vader en broer in Thracië (1511), maar werd gedwongen naar de Krim te vluchten. Ahmet keerde zich nu tegen de sultan, waarop deze Selim te hulp riep. Selim keerde met zijn troepen terug naar Istanboel, waar hij met behulp van de janitsaren afrekende met zijn broer. Hierop deed Bayezid II troonsafstand ten gunste van Selim (1512). Om verdere familieproblemen te voorkomen, liet Selim daarop al zijn nog levende broers en neven ter dood brengen.
Regering
Het verhaal van sultan Selim en de droom van Mawlana[1]
Sultan Selim, heerser van het Ottomaanse Rijk, was een man vervuld van diepe droefheid en zwaar verdriet. Het leven was bitter voor hem geworden, en wijn was zijn enige toevlucht in de donkere nachten. Elke keer dat hij dronk, leek zijn verdriet een beetje lichter te worden, maar zijn hart vond geen rust.
Op een nacht, terwijl hij in zijn bed lag te rusten, viel hij in een diepe slaap. In zijn droom verscheen Mawlana — de grote dichter en mysticus — voor hem. Mawlana’s blik was vol vriendelijkheid en licht, en zijn stem klonk als een zachte bries in de oren van de sultan.
Mawlana zei tegen hem:
‘O Selim, wijn zal je ziel niet genezen. Het is het pad van liefde en poëzie dat het hart doet branden en het naar het licht voert. Kom, laat me je een gedicht voordragen dat je geest zal verheffen tot helderheid en vreugde.’
Toen begon Mawlana een gedicht te reciteren — een gedicht vol liefde, wijsheid en hoop. Sultan Selim luisterde aandachtig, en beetje bij beetje voelde hij warmte in zijn hart. Een mystiek licht begon in zijn ziel te schijnen.
Vanaf die nacht raakte sultan Selim geen wijn meer aan. Hij volgde het pad van Mawlana en begon zelf poëzie te schrijven — verzen die uit de diepte van zijn hart en ziel voortkwamen. In de geest van Rumi waren zijn gedichten doordrongen van liefde voor God en voor de mensheid.
Mystieke verzen van Selim in de geest van Rumi (vertaling):
Als de sluier van het bestaan niet tussen ons had gestaan,
zouden onze harten nooit van de Geliefde gescheiden zijn.
Ons dwalen en onze onrust —
zijn slechts om de verspreide harten weer te verenigen.
O jij, die ons verward maakt door de waanzin van je lokken,
de grootsheid van onze koninklijke waardigheid ligt aan de voeten van jouw verdriet.
Zo veranderde sultan Selim —
van een droeve man die troost zocht in de wijn
tot een verlichte en blijde dichter,
die met zijn woorden de harten verlichtte
en de liefde zaaide in de zielen van de mensen.
Al even hard was hij als legeraanvoerder. Tijdens zijn regering verdriedubbelde het grondgebied van het Ottomaanse Rijk. In 1514 verklaarde hij de oorlog aan de Safawidische sjah Ismail I, om zo eventuele dreigingen vanuit het Oosten te voorkomen, immers het Safawidische Rijk was in enorme opkomst, en verkondigde het sjiisme. Selim de Eerste probeerde met deze oorlog ook alle moslims onder één bewind te krijgen. Selim overwon de Perzen en nam hun hoofdstad Tabriz in. Hij dwong de Perzen een grensverdrag te tekenen, waarbij ze veel gebied verloren. Het oosten van Anatolië was nu stevig in Turkse handen. Gedurende zijn tocht bleek zijn net benoemde Grootvizier Dukakinoğlu Ahmet Paşa een opstand van de janitsaren te hebben bewerkstelligd, waardoor hij ter dood werd veroordeeld.
Nu richtte Selim zich op de mammelukken in het zuiden. Tussen 1516 en 1517 veroverde hij de Levant en Egypte, dit betekende het einde van het sultanaat van de mammelukken. Ook Hidjaz met de heilige plaatsen Mekka en Medina viel in Ottomaanse handen. Selim liet de gevangengenomen laatste Abbaside kalief, Al-Mutawakkil III, naar Constantinopel brengen, waar deze de tekenen van het kalifaat, de mantel en het zwaard van de profeet Mohammed, aan hem moest overdragen. Selim was de eerste Ottomaanse sultan die zich kalief noemde, de sultans zouden dit tot de stichting van de republiek Turkije blijven doen.
Selim was in 1494 gehuwd met de op dat moment vijftien jaar oude Ayşe Hafsa Sultan.
In 1520, terwijl hij een militaire expeditie tegen Rodos aan het voorbereiden was, overleed hij plotseling aan miltvuur. Zijn zoon Süleyman I volgde hem op als sultan.
- ↑ Whetton, D. R. (1988-06). Mathematics in action, by the Mathematics in Action Group. 1987. (Blackie and Chambers). The Mathematical Gazette 72 (460): 142–142. ISSN:0025-5572. DOI:10.2307/3618944.
