Schietpartij in het postkantoor van Edmond

Schietpartij in het postkantoor van Edmond
Plaats Edmond, Oklahoma, Verenigde Staten
Wapen(s) *Colt M1911 (.45 ACP) semi-automatisch pistool
  • Remington M1911 (.45 ACP) semi-automatisch pistool
  • Ruger MK II (.22-kaliber) semi-automatisch pistool
Doden 15 (inclusief de dader)
Gewonden 6
Dader(s) Patrick Sherrill

De schietpartij in het postkantoor van Edmond was een massamoord op USPS-medewerkers op 20 augustus 1986 in de stad Edmond, in de Amerikaanse staat Oklahoma.

In minder dan vijftien minuten vermoordde de 44-jarige hulpbesteller Patrick Henry Sherrill een van zijn superieuren en achtervolgde de collega's op zijn werkplek in het postkantoor annex postsorteercentrum. Hij schoot veertien medewerkers dood en verwondde er zes voordat hij zelfmoord pleegde.[1] Het is per 2024 de dodelijkste schietpartij op het werk in de geschiedenis van de Verenigde Staten en de dodelijkste schietpartij door een enkele schutter in de staat Oklahoma.

Dader en voorgeschiedenis

Sherrill was een uitstekend schutter. In 1964 werd hij in Oklahoma City lid van het United States Marine Corps. Dat merkte hem voor het M14-geweer aan als expert, de hoogst mogelijke beoordeling. In 1966 kreeg hij voor een geweer een lagere score, maar werd hij expert op het onderdeel pistool. Hij werd meestal ingezet op Camp Lejeune in North Carolina en kreeg eind 1966 eervol ontslag bij het Corps. In augustus 1982 werd hij reservist bij de 507th Tactical Fighter Group, een onderdeel van de United States Air Force Reserve. Daar was hij instructeur handvuurwapens tot hij in oktober 1984 overstapte naar de Oklahoma Air National Guard. In april 1986 kreeg hij daar twee semi-automatische .45-pistolen en munitie: in april een Colt M1911 die speciaal geprepareerd was voor nauwkeurigheid en in augustus een vrijwel identieke Remington M1911, geproduceerd in licentie van Colt. De pistolen waren bedoeld voor deelname aan schietwedstrijden van de National Guard eind augustus.[2] Hij had een fascinatie voor wapens; bij de huiszoeking na de schietpartij waren er meer wapens en toebehoren gevonden – waaronder een luchtgeweer en twee luchtpistolen – waarmee hij in huis en op een schietbaan had geoefend.[2] Ook lag er een zelfgemaakte geluiddemper voor het Ruger MK II-pistool dat hij meegenomen maar niet gebruikt had.

Sherrill werd gekarakteriseerd als een hoarder. Zijn huis was chaotisch; behalve de wapenspullen waren er grote hoeveelheden tijdschriften, en naast uniformen van de Oklahoma Air National Guard ook tien keurig gevouwen camouflage-uniformen. Veel tijdschriften gingen over wapens en schietspellen, verder was er softporno, materiaal voor hobbyprogrammeurs en voor het leren van Russisch.[2]

Sherrill was betrokken bij fietsclubs, radioamateurs en kerkelijke verenigingen voor alleenstaanden.[3] Hij was een sociaal onhandige einzelgänger die geen baan vast kon houden en de schuld daarvoor bij leidinggevenden legde: het prototype van een potentiële massamoordenaar.[4] Ook over zijn werk bij USPS was hij ontevreden. Met zijn lage anciënniteit en een parttime aanstelling moest Sherrill vaak invallen en wisselende routes rijden, zodat hij niet dezelfde werkzekerheid had als andere medewerkers. Sherrill had uit woede over een reeks disciplinaire maatregelen twee keer gedreigd met wraak. Op de middag voor de schietpartij hadden supervisors Esser en Bland hem een reprimande gegeven voor zijn gedrag.

Schietpartij

In de ochtend van 20 augustus 1986 bewapende Sherrill zich met drie semi-automatische pistolen en munitie die hij in een postzak meenam naar zijn werk, waar ongeveer honderd werknemers aanwezig waren. Toen hij kort voor zeven uur aankwam, ging hij naar de werkplekken van de twee supervisors die hem de vorige dag hadden berispt. Kort na zeven uur schoot hij Richard Esser Jr. dood, maar Bill Bland was er niet, die had zich verslapen en kwam een uur te laat op zijn werk aan; tegen die tijd was de schietpartij al voorbij. Toen hij Bland niet vond, vermoordde Sherrill collega Paul Michael Rockne en achtervolgde andere collega's. Aan de achterkant van het gebouw waren uitgangen naar een laadperron, maar hij had de sluitpennen van de deuren uitgeschoven, zodat ze daarlangs niet konden ontsnappen.[5] In totaal doodde hij veertien mensen met schoten in de borst[2] en verwondde zes anderen. Sommige van de slachtoffers kende hij niet.[3] De kogels waren wadcutters.[2] Die worden gebruikt bij schietwedstrijden, omdat ze een strak gaatje maken als ze het doel raken. Ook bij mensen geven ze nette wondjes, maar op korte afstand hebben dergelijke stopkogels een verwoestende werking op interne weefsels omdat ze met hun platte kop vervormen en sterk vertragen.

De schietpartij eindigde doordat Sherrill zich van het leven beroofde met een schot van opzij in het hoofd[2] toen de politie binnendrong.

Onderzoek, nasleep en herdenking

Gedurende een half jaar onderzoek interviewde de United States Postal Inspection Service vierhonderd mensen. In maart 1987 kwam een rapport van zevenduizend pagina's uit, zonder dat een duidelijk beeld van de motieven of achtergrond ontstond, maar er waren aanwijzingen dat hij al langer rondliep met gedachten aan een aanval.[3] De samenvatting van het rapport gaf aan dat USPS snel financiële hulp bood, per familie 64 duizend tot 221 duizend dollar, maar dat de bijstand daarna stokte door het besluit de rouwenden niet lastig te vallen. Bijstand van zorginstellingen en traumatologen kon vergoed worden, maar de mensen moesten er zelf achteraan, terwijl het aanbod versnipperd was over verschillende Federale instanties. De USPS had noodplannen voor allerlei situaties, maar die voorzagen niet in de omgang met menselijk leed. De samenvatting meldde dat de eerste veranderingen al in gang gezet werden.[6]

Overlevenden en nabestaanden vroegen bij een hoorzitting van de USPS op 18 maart om maatregelen bij de werving en selectie om te voorkomen dat mensen zoals Sherrill aangenomen werden.[4][6][a]

In 1989 plaatste de gemeenschap van Edmond samen de USPS een herinneringsbeeld bij het postkantoor. Het bronzen beeld van Richard Muno toont een staande man en vrouw die een geel lint vasthouden. Zij staan op een ronde zuil in het midden van een vijver waar vanaf de kant veertien fonteinen in spuiten, een voor elk dodelijk slachtoffer. Een inscriptie geeft hun namen.

Referenties