Schatkamer van Atreus

.jpeg)


.jpg)
.jpg)
De Schatkamer van Atreus, ook wel Graf van Agamemnon, is het grootste tholos- of bijenkorfgraf van de Griekse stad Mycene en bij uitbreiding van de Egeïsche bronstijd. Het megalithische bouwwerk wordt meestal gedateerd rond 1250 v.Chr., of soms rond 1370 v.Chr.[1] Binnen is niets aangetroffen dat de vernoeming naar mythologische personen kan rechtvaardigen. Het bouwwerk bestaat uit een tumulus (grafheuvel) met daarin een rond overkoepeld hoofdgraf, een rechthoekige zijkamer, een stomion (toegangspoort) en een dromos (toegangscorridor). De door uitkraging gevormde koepel is nog steeds de grootste van zijn soort ter wereld.[2]
Geschiedenis
De Myceense grafarchitectuur evolueerde van schachtgraven over kamergraven naar koepelgraven. De Schatkamer van Atreus is een matuur exemplaar van dat laatste type. Het waren collectieve graven met rijke bijgiften, zoals sieraden, vaatwerk en maskers. De schatkamer is opgetrokken in de late Helladische periode IIIA1 (ca. 1370 v.Chr.) of misschien in het Laat-Helladisch IIIB (ca. 1250 v.Chr.). Wellicht was het graf gedurende meerdere generaties in gebruik door een rijke en machtige familie. Telkens nadat iemand was bijgezet, gooide men de dromos weer dicht met aarde om plundering tegen te gaan.[3] Het belette niet dat de Schatkamer van Atreus in de late geometrische periode of in de vroege archaïsche periode al toegankelijk en geplunderd was.[4]
Klaarblijkelijk hebben we met Pausanias een antieke bron die het bouwwerk vermeldde: hij schreef over de "ondergrondse kamers" en over het "graf van Atreus" te Mycene, dat toen al een tweetal eeuwen een ruïne was.[5] Het is niet helemaal duidelijk of de kamers en het graf op hetzelfde sloegen, dan wel of het ene binnen en het andere buiten de citadel lag, maar in ieder geval grepen latere geleerden de passage aan om de tholos 'Schatkamer van Atreus' te noemen. Ook als de tholos effectief het bouwwerk is waar Pausanias het over had, is het niet aannemelijk dat deze auteur uit de Romeinse tijd het verband met de mythische figuur van Atreus hard kon maken.
Pausanias was vele eeuwen later de gids voor Europese oudheidkundigen. Rond 1705 lieten de Venetianen Mycene onderzoeken door de Vlaamse ingenieur Francesco Vandeyk, die enkele opmetingen maakte van de tholos.[6] De Franse academicus Michel Fourmont maakte er in 1729 een (slechte) tekening van en rond 1780 deed Louis Fauvel er opmetingen.
In de 19e eeuw was Mycene een veelvoorkomende bestemming van Europeanen die Griekenland afreisden. In 1802 kroop Lord Elgin (Thomas Bruce) door de ontlastingsdriehoek naar binnen en liet hij de tholos deels uitgraven. De autoriteiten schonken hem vazen en aardewerk dat was gevonden, en lieten hem stukken van de geveldecoratie meenemen naar Engeland. Na hem kwam in 1804 William Gell, die een illustratie publiceerde in zijn boek Argolis (1810). Datzelfde jaar voerde Lord Sligo (Howe Brown) een nieuwe opgraving uit en gaf de Ottomaanse heerser Veli Pasja hem toestemming om decoratieve fragmenten weg te nemen. In 1811 maakte Charles Robert Cockerell een gat in de top van de koepel.[7]
Het was pas in 1874-1875 dat Heinrich Schliemann het schathuis van Atreus verder blootlegde – op illegale wijze. Daarna volgde in 1877-1878 een campagne door de Griekse archeoloog Panagiotis Stamatakis, in wiens zog Friedrich Thiersch architecturale tekeningen maakte. In 1920-1921 probeerde Alan Wace de tholos met modernere methoden preciezer te dateren. De opstand die Piet de Jong toen maakte is nog steeds fundamenteel. In 1939 was Wace terug voor een meer grondige campagne en in 1955 onderzocht hij de omgeving door middel van sleuven.
Beschrijving
De tumulus (aarden grafheuvel) wordt geschoord door een ronde keermuur van porossteen, op ca. 25 m van de koepelpunt. Door erosie ligt de top van de heuvel niet meer boven de top van de koepel. Het bouwen van de tholos gebeurde door een cirkelvormig gat in de aarde uit te graven en uit de rots te houwen. Daarna werd een beschermende kleilaag aangebracht tegen vocht.
De toegangsweg (dromos) is 36 m lang en 6 m breed en wordt geflankeerd door massieve muren van kubieke stenen uit conglomeraat, die oplopen met de helling van de heuvel. Aan het eind bevindt zich een 5,4 m hoge poort (stomion), die taps toeloopt naar boven. Vroeger moet de poort zware dubbele deuren hebben gehad. De gevel heeft een totale hoogte van meer dan 10 m en was gedecoreerd met groene en rode marmer. Onder de bewaarde fragmenten in het British Museum en elders zijn halfzuilen met spiraalvormige en zigzagpatronen. De zwaarste van de twee monolithische lateien boven de poort weegt naar schatting 120 t. De ontlastingsdriehoek daarboven moet een decoratief paneel hebben bevat, wellicht uit het gekleurde marmer.
Het overkoepelde hoofdgraf (thalamos of camera) heeft een diameter van 14,6 m en is 13,4 m hoog.[8] Het is opgebouwd uit steenblokken in 33 concentrische ringen die dunner worden naar boven toe en die bij de sluitsteen een punt vormen. De techniek van uitkragende ringen wordt ook wel 'valse koepel' genoemd, maar dat blijkt hier geen accurate beschrijving te zijn.[9] De decoratie van de koepelruimte valt niet meer te reconstrueren, maar dat ze aanwezig was valt af te leiden uit de bronzen nagels in het metselwerk, die in de tijd van Elgin nog aanwezig waren.
De rechthoekige zijkamer is in de rotsen uitgehouwen en zou de eigenlijke grafruimte zijn geweest. Een restant van de verdwenen decoratie zijn vermoedelijk de twee fragmenten van een plaasterreliëf met stieren, meegebracht door Elgin.[10]
Literatuur
- Josho Brouwers, The ‘Treasury of Atreus’. A Late Bronze Age tomb near Mycenae Ancient History Magazine, 1 december 2021
- Olivier Pelon, Tholoi, tumuli et cercles funéraires. Recherches sur les monuments funéraires de plan circulaire dans l'Égée de l'âge du Bronze (IIIe et IIe millénaires av. J.-C.), École française d'Athènes, 1976, p. 171-175, 385-388, 425-426 en passim
- Alan B. Wace, "The Treasury of Atreus" in: Antiquity, 1940, p. 233-249. DOI:10.1017/S0003598X00015234
- Alan Wace & Leicester Holland, "Excavations at Mycenae § IX — The Tholos Tombs" in: The Annual of the British School at Athens, 1923, p. 283-402. DOI:10.1017/S0068245400010352
Externe links
- (en) Treasury of Atreus (objecten in British Museum)
- (en) Treasure of Atreus (Odysseus - Grieks Ministerie van Cultuur)
Voetnoten
- ↑ Josho Brouwers, The ‘Treasury of Atreus’. A Late Bronze Age tomb near Mycenae in: Ancient History Magazine, 1 december 2021
- ↑ Marinda Ruiter, De schatkamer van Atreus, Hunebed Nieuwscafé, 9 november 2024
- ↑ Pelon 1976, p. 293
- ↑ Kostas Paschalidis, "The Treasury of Atreus revisited. A full re-assessment of all the finds from the late 19th and early 20th century excavations by Heinrich Schliemann, Panagiotis Stamatakis and Alan J. B. Wace" in: IXNH. Walking in the Footsteps of the Pioneer of Aegean Archaeology (= Aegaeum, vol. 49), eds. Robert Laffineur en Massimo Perna, 2024, p. 131
- ↑ Periegesis 2.16.5-6: Te midden van de ruïnes van Mycene bevindt zich een bron, die Perseia wordt genoemd, en er liggen ondergrondse kamers van Atreus en zijn kinderen, waar ze hun schatten bewaarden. Er is een graf van Atreus [...].
- ↑ Gert-Jan van Wijngaarden, "Van Pausanias tot Schliemann. Literaire en archeologische perspectieven van reizigers naar Mycene" in: Lampas, 2018, nr. 3, p. 229
- ↑ Gert-Jan van Wijngaarden, "Van Pausanias tot Schliemann. Literaire en archeologische perspectieven van reizigers naar Mycene" in: Lampas, 2018, nr. 3, p. 224
- ↑ Maria Teresa Como, "Ancient Aegean Measurement Systems Analysed Through the Treasury of Atreus" in: Nexus Network Journal, 2020, nr. 2, p. 471-486. DOI:10.1007/s00004-020-00475-3
- ↑ Maria Teresa Como, "The Construction of Mycenaean Tholoi" in: Proceedings of the Third International Congress on Construction History, 2009, p. 385-391
- ↑ Pelon 1976, p. 426, n. 1