Sauveté
Een sauveté was in de middeleeuwen in Zuid-Frankrijk een toevluchtsoord rond een kerk, afgebakend door verschillende grensstenen. Deze stenen bakenden een gebied af waarbinnen het verboden was vluchtelingen te achtervolgen. Sauvetés werden door kloosters gesticht in de elfde en twaalfde eeuw om ontvolkte streken in het zuiden van Frankrijk weer te bevolken door er vluchtelingen en mensen op de dool te huisvesten.[1]
De naam sauveté is afgeleid van het middeleeuws-Latijnse salvitas dat asielrecht betekent. Een eerdere naam voor een sauveté was frangitas.
Voorbeelden van plaatsen die ontstonden als sauveté zijn Aurillac (Cantal), Nogaro (Gers)[2] en Villeneuve (Aveyron).[3]