Samuel B. Maxey
| Samuel B. Maxey | ||
|---|---|---|
![]() | ||
| Geboren | 30 maart 1825 Tompkinsville, Kentucky | |
| Overleden | 16 augustus 1895 Eureka Springs, Arkansas | |
| Rustplaats | Evergreen Cemetery Paris, Texas | |
| Land/zijde | ||
| Onderdeel | ||
| Dienstjaren | 1846-1849 (USA) 1861-1865 (CSA) | |
| Rang |
| |
| Eenheid | 7th Infantry Regiment | |
| Slagen/oorlogen | Mexicaans-Amerikaanse Oorlog
| |
| Samuel B. Maxey | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Lid van de Amerikaanse Senaat voor Texas | ||||
| Aangetreden | 4 maart 1875 | |||
| Einde termijn | 3 maart 1887 | |||
| Voorganger | James W. Flanagan | |||
| Opvolger | John H. Reagan | |||
| Lid van de Texas Senate voor het 9de district | ||||
| Huidige functie | ||||
| Aangetreden | 1861 | |||
| Voorganger | Jesse H. Parsons | |||
| Opvolger | Rice Maxey | |||
| ||||
Samuel Bell Maxey (Tompkinsville, 30 maart 1825 – Eureka Springs, 16 augustus 1895) was een Amerikaans advocaat, militair en politicus. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog was hij een brigadegeneraal en generaal-majoor in het Confederate States Army. Na de oorlog zetelde hij in de Amerikaanse Senaat.
Vroege jaren
Samuel B. Maxey werd geboren op 30 maart 1825 in Tompkinsville, Kentucky.[1][2] Hij was de zoon van Rice en Lucy (Bell) Maxey. Zijn vader was een advocaat. Het gezin verhuisde in 1834 naar Clinton County waar zijn vader gemeentesecretaris werd. In 1842 werd Maxey toegelaten tot de United States Military Academy in West Point. Hij studeerde af in 1846 en werd aangesteld als gebrevetteerd tweede luitenant. [1]
United States Army
Maxey werd ingedeeld in het 7th Infantry Regiment. Zijn regiment werd naar Monterrey gestuurd om ingezet te worden tijdens de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog. Voor zijn inzet en moed tijdens de veldslagen bij Cerro Gordo en Contreras werd Maxey in de zomer van 1847 bevorderd tot gebrevetteerd eerste luitenant. Hij nam nog deel aan de veldslagen bij Churubusco en Molini del Rey waarna hij het bevel kreeg over een politie-eenheid in Mexico-Stad.
In juni 1848 werd Maxey overgeplaatst naar Jefferson Barracks in Missouri. Het jaar daarop nam hij ontslag uit het leger.[3] Hij keerde terug naar Albany om rechten te studeren bij zijn vader. In 1851 werd hij toegelaten tot de balie en ging werken in het advocatenkantoor van zijn vader. Maxey huwde op 19 juni 1853 met Marilda Cass Denton. In oktober 1857 verhuisden de gezinnen van Rice en Samuel Maxey naar Paris, Texas. Ze kochten er een boerderij en openden er een advocatenkantoor.[1] Samuel Maxey werd in 1858 verkozen tot district attorney voor Lamar County.
Amerikaanse Burgeroorlog
Maxey nam deel aan de secessieconventie en werd daarna verkozen in de senaat van Texas. Hij zou zijn zitje nooit innemen omdat hij de voorkeur gaf aan het leger. Zijn vader werd verkozen als zijn plaatsvervanger in de senaat. Samuel Maxey kreeg in september 1861 de opdracht van de Zuidelijke regering om een regiment te rekruteren.
In december vertrok kolonel Maxey met zijn 9th Texas Infantry Regiment, die 1.120 soldaten sterk was, naar Bonham om vandaar uit verder te marcheren naar Memphis, Tennessee. Daar zou het regiment zich aansluiten bij de troepenmacht van generaal Albert Sidney Johnston. Maxey werd gedetacheerd van zijn regiment om bruggen te bouwen in de omgevingen van Chattanooga. Hij werd op 7 maart 1862 bevorderd tot brigadegeneraal.[1][3] Zijn regiment leed zware verliezen tijdens de Slag bij Shiloh, maar hij was zelf niet aanwezig. Hij zou pas in 1863, tijdens het Beleg van Port Hudson, zijn vuurdoop krijgen.[1]
Hij werd in december 1863 aangesteld als bevelhebber van het Indianenterritorium.[1][3] Dankzij verschillende raids kon hij een Noordelijke invasie in Texas voorkomen. Generaal Edmund Kirby Smith bevorderde hem tot generaal-majoor, maar deze benoeming werd nooit officieel goedgekeurd door president Jefferson Davis en de Zuidelijke senaat.[1] In 1865 kreeg hij het bevel om zich te melden in Houston, Texas. Op 21 februari nam brigadegeneraal Stand Watie het bevel over.
Zijn nieuwe aanstelling werd geplaagd door veelvuldige deserties en de vrijwel onmogelijke taak om uitrustingsstukken en voorraden te bekomen. Gefrustreerd diende hij op 22 mei 1865 zijn ontslag in. Hij keerde terug naar zijn huis in Paris en gaf zich in juli formeel over aan generaal-majoor Edward Canby. Hij werd tot aan zijn vrijlating onder huisarrest geplaatst.
Politieke loopbaan na de oorlog
Na de oorlog kon Maxey als voormalige Zuidelijke generaal geen politiek ambt opnemen of zelfs maar werken als advocaat. In oktober 1865 diende hij een aanvraag in voor een presidentieel pardon. Het was pas op 20 juli 1867 dat president Andrew Johnson dit goedkeurde na tussenkomst van Ulysses S. Grant, een oude klasgenoot van Maxey in West Point. Daarna opende Maxey opnieuw zijn advocatenkantoor.
In 1872 stelde hij zich verkiesbaar voor het Huis van Afgevaardigden maar verloor in de voorrondes van de Democratische Partij van William P. McLean. In 1873 wou de Texaanse gouverneur Edmund J. Davis hem een aanstelling geven aan de Texas District Court, maar Maxey weigerde beleefd omdat hij met verschillende zaken bezig was als advocaat in het Texas District Court.[1]
Maxey werd in januari 1875 verkozen in de Amerikaanse Senaat voor Texas. Hij zou zetelen tussen 4 maart 1875 en 3 maart 1887. Maxey verbeterde de postdiensten en spoorwegdiensten en was gekant tegen het verhogen van tarieven.
Na zijn politieke loopbaan keerde Maxey terug naar Paris om samen met de neef van zijn vrouw, Benjamin Denton en Henry William Lightfoot een advocatenkantoor te openen. Lightfoot zou huwen met Dora Maxey, de adoptiefdochter van Maxey. Toen zijn neef Sam Bell Maxey Long partner werd in het kantoor ging Maxey in 1892 met pensioen. Terwijl hij in Eureka Springs, Arkansas werd behandeld voor maag-en darmklachten overleed hij op 16 augustus 1895. Hij werd begraven in de Evergreen Cemetery in Paris, Texas.[4]
Nalatenschap
Het huis dat hij in 1867 bouwde in Paris is vandaag een historisch monument. Camp Maxey werd naar de generaal vernoemd en was tijdens de Tweede Wereldoorlog een trainingskamp voor de infanterie. Het was in gebruikt tussen juli 1942 en begin 1946. Nu wordt het gebruikt als een trainingscentrum voor de National Guard.
Zie ook
Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)
Voetnoten
- 1 2 3 4 5 6 7 8 Warner, Ezra J. Generals in Gray: Lives of the Confederate Commanders. Baton Rouge: Louisiana State University Press, 1959. ISBN 978-0-8071-0823-9. p. 216.
- ↑ Eicher, John H., and David J. Eicher, Civil War High Commands. Stanford: Stanford University Press, 2001. ISBN 978-0-8047-3641-1. p. 368.
- 1 2 3 Sifakis, Stewart. Who Was Who in the Civil War. New York: Facts On File, 1988. ISBN 978-0-8160-1055-4. p. 438.
- ↑ Joint Committee On Printing, US Congress (1928). Biographical Directory of the American Congress, 1774-1927. US Government Printing Office, Washington, DC, p. 1300.
Bronnen
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Samuel B. Maxey op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- Eicher, John H., and David J. Eicher, Civil War High Commands. Stanford: Stanford University Press, 2001. ISBN 978-0-8047-3641-1.
- Louise Horton: Samuel Bell Maxey: A biography; 1974, University of Texas Press, ISBN 0-292-77509-1.
- Sifakis, Stewart. Who Was Who in the Civil War. New York: Facts On File, 1988. ISBN 978-0-8160-1055-4.
- Warner, Ezra J. Generals in Gray: Lives of the Confederate Commanders. Baton Rouge: Louisiana State University Press, 1959. ISBN 978-0-8071-0823-9.
- John Waugh: Sam Bell Maxey and the Confederate Indians; 1995 paperback, McWhiney Press, ISBN 1-886661-03-0.
