Samlandoffensief

Samlandoffensief
Onderdeel van de Tweede Wereldoorlog
Kaart van de operatie
Kaart van de operatie
Datum 13 – 25 april 1945
Locatie Samland, Oost-Pruisen
Resultaat Overwinning voor de Sovjetunie
Strijdende partijen
Sovjet-Unie Duitsland
Leiders en commandanten
Ivan Bagramjan Dietrich von Saucken
Troepensterkte
115.000 man 65.000 man

Het Samlandoffensief (Russisch: Земландская наступательная операция) was een militaire operatie van het Rode Leger in de Tweede Wereldoorlog en vond plaats in Samland. Nadat de Sovjettroepen op 9 april 1945 de Oost-Pruisische hoofdstad Koningsbergen (Duits: Königsberg) ingenomen hadden, restte er nog een operatie om de Duitsers uit Samland te verdrijven. Hiertoe werden drie standaard legers en twee Gardelegers verzameld. De Duitse troepen bestonden op papier nog als een formidabele strijdmacht, maar daar was in de laatste maand van de oorlog weinig meer van over. In een korte veldtocht van 13 dagen slaagden de Sovjettroepen geheel in hun opzet. Hier en daar wisten de Duitsers nog taai te vechten, maar over het algemeen was de overmacht veel te groot.

Inleiding

Tijdens het Oost-Pruisenoffensief, dat op 13 januari 1945 begon, had het Rode Leger de Duitse troepen uit een groot deel van Oost-Pruisen verdreven. De verdedigers waren in een reeks pockets aan de Baltische kust en in de stad Koningsbergen gedreven, waar ze werden belegerd.

Maarschalk Aleksandr Vasilevski, die in februari het bevel over het 3e Wit-Russische Front had overgenomen, nam vanaf 22 of 24 februari het 1e Baltische Front van Generaal Ivan (Hovhannes) Bagramjan onder zijn bevel en noemde het de Zemland Groep van Strijdkrachten. De troepen van Bagramjan belegerden aanvankelijk Koningsbergen; de stad werd uiteindelijk op 9 april bestormd. Ze kregen toen de taak om de aanzienlijke Duitse strijdmacht die zich nog in Samland bevond, uit te schakelen.

Duitse planning

De Duitse verdedigings-inspanningen waren grotendeels gericht op de haven van Pillau op het puntje van het schiereiland, het belangrijkste evacuatiepunt voor gewonden en Oost-Pruisische burgers. Gedurende de Slag om Koningsbergen werd Samland verdedigd door Armee-Abteilung Samland onder bevel van General der Infanterie Hans Gollnick, die had geprobeerd een corridor tussen Koningsbergen en Pillau in stand te houden.

Op 8 april werden de overblijfselen van het 2e en 4e Leger, die waren vernietigd in de omsingelingen bij respectievelijk Danzig en Heiligenbeil, gecombineerd tot Armee Ostpreußen met de taak Samland, de Weichsel-delta en het schiereiland Hela te verdedigen; Gollnicks troepen werden erin opgenomen.

De meeste eenheden van Armee Ostpreußen waren niet meer dan restanten, en de hele formatie was zeer slecht bevoorraad. Tijdens de slag om Samland waren de officieren woedend toen ze ontdekten dat de Luftwaffe en de Kriegsmarine grote ondergrondse depots vol voorraden en brandstof hadden onderhouden in de bossen van het schiereiland; deze voorraden moesten tijdens de terugtocht worden vernietigd.

Slagorde

Rode Leger

  • Zemland Groep van Strijdkrachten (Generaal Ivan C. Bagramjan)
    • 2e Gardeleger (Luitenant-generaal Porfiri G. Tsjantsjibadze)
      • 11e Garde Infanteriekorps (Generaal-majoor Bagrad I. Aroesjanjan) met 2e, 3e en 32e Garde Infanteriedivisie
      • 60e Infanteriekorps (Generaal-majoor Anisim S. Ljoechtikov) met 154e, 251e en 334e Infanteriedivisie
      • 103e Infanteriekorps (Luitenant-generaal Ivan I. Missan) met 115e, 182e en 325e Infanteriedivisie
    • 11e Gardeleger (Generaal Koezma N. Galitski)
      • 8e Garde Infanteriekorps (Luitenant-generaal Michaïl N. Zavadovski) met 5e, 26e en 83e Garde Infanteriedivisie
      • 16e Garde Infanteriekorps (Generaal-majoor Stepan S. Goerjev, vanaf 24 april 1945 Luitenant-generaal Ivan I. Semjonov) met 1e, 11e en 31e Garde Infanteriedivisie
      • 36th Garde Infanteriekorps (Luitenant-generaal Pjotr K. Kosjevoj) met 16e, 18e en 84e Garde Infanteriedivisie
      • 23e Garde Tankbrigade
    • 5e leger (Kolonel-generaal Nikolaj I. Krylov)
      • 45e Infanteriekorps (Generaal-majoor Aleksandr A. Volchin) met 157, 159, 184 Infanteriedivisie
      • 65e Infanteriekorps (Generaal-majoor Grigori N. Perekrestov) met 97e, 144e en 371e Infanteriedivisie
      • 72e Infanteriekorps (Generaal-majoor Aleksandr I. Kazartsev) met 63e, 215e en 277e Infanteriedivisie
    • 39e Leger (Kolonel-generaal Ivan I. Ljoednikov)
      • 5e Garde Infanteriekorps (Luitenant-generaal Ivan S. Bezoegli) met 17e, 19e en 91e Garde Infanteriedivisie
      • 94e Infanteriekorps (Generaal-majoor Josef I. Popov) met 124e, 221e en 358e Infanteriedivisie
      • 113e Infanteriekorps (Luitenant-generaal Nikolai N. Olesjev) met 192, 262, 338 Infanteriedivisie
      • 28e Garde Tankbrigade
    • 43e Leger (Luitenant-generaal Afanassi P. Beloborodov)
      • 13e Garde Infanteriekorps (Generaal-majoor Anton I. Lopatin) met 24e, 33e en 87e Garde Infanteriedivisie
      • 54e Infanteriekorps (Luitenant-generaal Alexander S. Ksenofontov) met 126e, 235e en 263e Infanteriedivisie
      • 90e Infanteriekorps (Generaal-majoor Gaik A. Martirosian) met 26e, 70e en 319e Infanteriedivisie
      • 153e Tankbrigade
    • 1e Luchtleger (Kolonel-generaal Timofej T. Chrjoekin)
    • 3e Luchtleger (Kolonel-generaal Nikolaj F. Papivin)
    • 15e Luchtleger (Kolonel-generaal Nikolaj F. Naoemenko)

Als algemene ondersteuning stond ook het 1e Tankkorps (onder Luitenant-generaal Vasili V. Butkov) gereed, bestaande uit de 89e, 117e en 159e Tankbrigades. In de praktijk was echter alleen de 159e Tankbrigade beschikbaar, die ook daadwerkelijk van 14 t/m 23 april bij het 2e Gardeleger ingezet werd, tezamen met het 354e Garde Gemotoriseerde Zware Artillerieregiment.

Wehrmacht

Het offensief

Volgens het aanvalsplan zouden het 5e en 39e Leger doorbreken richting Fischhausen als de belangrijkste aanvalsmacht. Het 2e Gardeleger zou in het noorden aanvallen, terwijl het 43e Leger door moest breken op de zuidflank. Het 11e Gardeleger lag in reserve. De troepen van het 3e Wit-Russische Front telden in totaal meer dan 111.000 man, meer dan 3000 kanonnen en mortieren en 324 tanks en gemotoriseerde kanonnen. De Duitse verdediging werd geschat op 65.000 man, 1200 kanonnen en 166 tanks en gemotoriseerde kanonnen. Als gevolg hiervan waren Sovjettroepen aan het begin twee maal zo sterk als de Duitsers in mankracht, 2,5 keer in artillerie en bijna 2 keer in tanks en gemotoriseerde kanonnen. Bagramjan riep de verdedigers vooraf op zich over te geven in ruil voor een eerlijke behandeling en medische hulp voor de gewonden, maar dit bleef onbeantwoord en het offensief begon met een intense, een uur durende artilleriebarrage en zware luchtaanvallen op 13 april 1945. De aanval werd op 08.00 uur ingezet.

De eerste aanval dreef veel van de overgebleven Duitse troepen uiteen. Tegen het einde van de eerste gevechtsdag waren Sovjet-troepen tot zo’n 3-5 km opgerukt en hadden meer dan 4.000 man gevangengenomen. Dit gebeurde met name op de flanken, het centrum van de Duitse verdediging kon redelijk standhouden. De rechterflank van de 21e Infanteriedivisie werd in het Kobbelbuder Forst teruggedrongen. De Sovjet 115e Infanteriedivisie brak door en verdreef de 551e Volksgrenadierdivisie van Rauschen, aan de noordkust van Samland. Om het succes uit te bouwen werden de 159e Tankbrigade en het 354e Garde Gemotoriseerde Zware Artillerieregiment (samen 31 T-34, 1 SU-85 en 15 SU-122) in de strijd gebracht. De Duitse troepen in het noorden van het schiereiland, inclusief de 95e Infanteriedivisie en delen van Schwere Panzer-Abteilung 511, werden zuidwestwaarts richting Palmnicken gedreven en daar vernietigd. Op deze eerste dag voerden de Sovjet luchtlegers in totaal 6111 missies uit. Op 14 april begonnen de Duitse troepen terug te trekken naar Pillau. Het 2e Gardeleger met zijn gepantserde ondersteuning bereikte op 15 april de Oostzeekust en vervolgde haar opmars tot Tenkitten. Daar werd de 159e Tankbrigade uit de strijd genomen en de tanks overgedragen aan de 23e Garde Tankbrigade. Op deze 16e april voerden de Sovjets 4577 missies in de lucht uit.

Op 16 april landde de Baltische Vloot met 3 pantserboten een compagnie van de 260e Onafhankelijke Marinebrigade (zo’n 100 soldaten) op de Zimmerbude-dam van het Königsberger Seekanal. Dit creëerde gunstige omstandigheden voor de opmars van fronttroepen langs de kust van het Frisches Haff. Dezelfde dag braken Sovjettroepen door tot nabij Fischhausen; delen van het 26e Legerkorps, waaronder de 5e Pantserdivisie en de 28e Jägerdivisie, raakten afgesneden op het schiereiland bij Peyse en gingen verloren. Op deze 16e april voerden de Sovjets 4577 missies in de lucht uit. Op 17 april veroverden de Sovjettroepen van het 39e Leger met delen van het 43e Leger het belangrijkste centrum van Duits verzet: de stad Fischhausen. De Duitsers trokken nu definitief terug richting Pillau. Er was een verdedigingslinie, de Tenkitten-Riegel, geïmproviseerd over de smalle strook land die naar Pillau leidde. Hier werd ook de nieuw aangevoerde en recent weer provisorisch op sterkte gebrachte 32e Infanteriedivisie (onder Generalleutnant Hans Boekh-Behrens) ingezet. De Sovjettroepen werden tijdelijk tot staan gebracht. Om het effectieve Duitse verzet hier te breken werd in de nacht van 17 op 18 april 1945 het 11e Gardeleger in de frontlinie geschoven. Na uitgebreide voorbereidingen en verkenningen, zetten de 16e en 36e Garde Infanteriekorpsen op 20 april om 11.00 uur de aanval in. Maar de Duitse verdediging brak nog niet en die eerste dag rukten de Sovjet gardetroepen slecht maximaal 1 km op. De volgende dag kwamen ze niet veel verder. Pas op 22 april, toen ook het derde korps van het 11e Gardeleger, het 86e Garde Infanteriekorps, was ingezet, slaagden de Sovjets erin door de Duitse verdediging te breken en Lochstadt te veroveren. Die dag werd ook de commandant van het 16e Garde Infanteriekorps, generaal-majoor Goerjev, gedood door een granaatscherf. Na vier dagen van harde en bloedige gevechten was de Tenkitten-Riegel uiteindelijk door de Sovjettroepen veroverd.

De Duitse verdedigingsperimeter werd vervolgens teruggedrongen richting Pillau, dat werd verdedigd door elementen van de 1e, 21e, 58e en andere infanteriedivisies. De Sovjets bereikten de buitenste verdedigingslinie van Pillau in de morgen van 24 april. Pillau was zwaar versterkt en de verdediging werd ondersteund door vuur van marineartillerie en kustbatterijen. Op dit late uur werd er nog een Duitse divisie opgeofferd. De 83e Infanteriedivisie (onder Generalmajor der Reserve Maximilian Wengler) werd nog in de avond van 24 april in de haven van Pillau aan land gebracht. Op 25 april zetten vijf Sovjet gardedivisies de aanval in. Langs de Oostzeekust trok de 31e Garde Infanteriedivisie op. Daarnaast was het de 1e Garde Infanteriedivisie richting de Festung Pillau (ofwel Fort Stiehle). In het midden trok de 84e Garde Infanteriedivisie op richting het treinstation en verder naar de vuurtoren. Daarnaast viel de 26e Garde Infanteriedivisie aan richting het centrum en zuidelijk deel van de stad. Op de oostelijke flank was het de 5e Garde Infanteriedivisie op weg naar de scheepswerven. De weerstand van de Duitse troepen mocht niet baten. Na een korte koppige verdediging werd de stad binnen ongeveer 12 uur veroverd. De laatste Duitse positie die viel was een batterij onder bevel van General-major Karl Henke, die op 27 april 1945 rond 15.30 u onder de voet werd gelopen door het 16e Garde Infanteriekorps. De resterende Duitse troepen werden geëvacueerd naar de Frische Nehrung. In de laatste nacht waren dat 12.200 man.

Nasleep

Het Rode Leger beweerde tijdens de operaties in Samland zo’n 80.000 Duitse troepen te hebben gedood of gevangengenomen. Daadwerkelijk werden eigenlijk alle aan de strijd deelnemende Duitse eenheden vernietigd, en slechts resten werden op de Nehrung overgezet.

De overblijfselen van het 9e Legerkorps boden nog weerstand op de Frische Nehrung tot het einde van de oorlog, hoewel de korpsstaf naar Bornholm werd overgebracht.

Het hoofdkwartier van de Zemland Groep van Strijdkrachten werd op 9 juli 1945 het hoofdkwartier van het Baltische Militaire District.