Roze kaaszwam
| Roze kaaszwam | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Rhodonia placenta (Fr.) Niemelä, K.H. Larss. & Schigel [1] (2005) | ||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||
| ||||||||||||
Roze kaaszwam (Rhodonia placenta) is een schimmel uit de orde Polyporales. De familie is nog niet met zekerheid bepaald (incertae sedis).
Kenmerken
Uiterlijke kenmerken
De roze kaaszwam is een korstzwam met een zacht kussenvormig uiterlijk en een roze, viltige bovenkant. De onderzijde bestaat uit buisjes met vrij grote, hoekige poriën die wit tot licht roze van kleur zijn. De plakkaten kunnen enkele decimeters groot worden, tot meer dan 30 centimeter. In verse toestand is het vruchtlichaam elastisch, taai en relatief stevig; eenmaal droog wordt het hoornachtig hard.
Het oppervlak bestaat uit een poroïde hymenofoor, met ongeveer 2(–3) tot 4 poriën per millimeter. De buisjes zijn 1 tot 8, soms 10 tot 15 millimeter lang. Ze zijn vaak rond, soms hoekig begrensd en kunnen incidenteel labyrintisch zijn. Het vlees buiten het sporenlaagje is zeer dun, ongeveer 1 millimeter, en niet van het sporenlaagje te scheiden. Een smalle, steriele randzone is vrijwel altijd aanwezig. De poriën hebben een karakteristieke framboos- tot zalmroze kleur, soms met een paarse tint. Oudere vruchtlichamen verkleuren naar witachtig, oker tot bruinachtig of grijs.
De sporenprint is wit.
Microscopische kenmerken
De zwam heeft een monomitisch hyfensysteem: er is slechts één type hyfen aanwezig. De hyfen zijn dun- tot later dikwandig, 2 tot 4(–4,5) µm breed, kleurloos, duidelijk vertakt en voorzien van gespen. De basidia zijn 4-sporig, knotsvormig, hebben een basale gesp en meten 17-25 x 5-6 µm. De sporen zijn glad, hyaliene, cilindrisch tot (sub)allantoïde, met hilarisch aanhangsel en meten 5–6(–7) × 2–2,5 µm. Ze reageren niet met Melzers reagens (inamyloïde). Cystiden ontbreken.[2]
Vergelijkebare soorten
De korstvormige roze vruchtlichamen zijn vrij karakteristiek. Soms kan de zachte kaaszwam enigszins vergelijkbaar zijn, maar die vormt meestal console-achtige hoeden. Erastia salmonicolor (syn. Hapalopilus salmonicolor) lijkt ook wat, maar is doorgaans meer oranje-rood van kleur.
Ecologie
De zwam veroorzaakt bruinrot op naaldhout, met name op spar, lariks en grove den. In Zwitserland geeft hij duidelijk de voorkeur aan sparrenhout. Er zijn ook meldingen van andere naaldhoutsoorten, zoals sitkaspar en Californische cipres. In Nederland wordt de soort pas na 2000 af en toe gezien, onder andere op douglasspar.[3]
Verspreiding
In Nederland komt de roze kaaszwam vrij zelden voor. Hij staat echter niet op de rode lijst en is niet bedreigd.[4] In België is de soort zeer zeldzaam.
Taxonomie
De soort werd in 1861 door Elias Magnus Fries beschreven als Polyporus placentus. Lang stond ze bekend als Oligoporus placentaen later als Postia placenta. In 2005 richtte Tuomo Niemelä met collega’s de nieuwe geslacht Rhodonia op, met deze soort als typesoort. De relatie met een breed opgevat Amyloporia is genetisch nog niet volledig duidelijk.
De plaatsing in een familie was jarenlang onzeker nadat de oude familie Polyporaceae werd opgesplitst. Voor Rhodonia en enkele verwante geslachten uit de Antrodia-groep werd in 2018 de familie Adustoporiaceae opgericht, waarin de soort in 2023 is ondergebracht. Rhodonia is het enige geslacht in deze familie met een monomitisch hyfensysteem. Naast deze soort omvat het geslacht nog circa vijf Oost-Aziatische soorten.
Rhodonia placenta was een van de eerste schimmelsoorten waarvan het volledige genoom werd gepubliceerd. Dat was in 2009.

.jpg)
