Roeselberg

Niet te verwarren met de Roeselberg elders in Vlaams-Brabant, namelijk in Houwaart.
De kapel op de Roeselberg

De Roeselberg is een van de heuvels rond Leuven in de Belgische provincie Vlaams-Brabant. De “berg” staat aan de noordwestelijke zijde van de stad op het grondgebied van de gemeente Herent. De Mechelsesteenweg, die Mechelen met Leuven verbindt, loopt over en door de Roeselberg.

De vallei tussen de Roeselberg en de stad Leuven werd en wordt nog steeds het Windgat genoemd. De vallei was de grens tussen het gebruik van het Leuvens en het Herents dialect. Zo kan het onderscheid gemaakt worden voor het woord ‘avond’: oevent (Leuvens) en ovent (Herents) of voor ‘spade’: sjip (Leuvens) en schup (Herents).[1]

Naam

Volgens Edward Van Even uit Leuven komt de naam ‘Roeselberg’ van Rosse Berg. Door de ondergaande zon kreeg de berg een ros-rode kleur, tenminste zoals Leuvenaars dat konden zien vanop de westelijke ringmuur.

Historiek

Middeleeuwen

Van de 13e tot de 15e eeuw bezat de hertog van Brabant op de Roeselberg een wijngaard. Deze droeg de naam ’s Hertogenwyngaert. De wijngaard behoorde tot het grondgebied van de stad Leuven, alhoewel ze een eind buiten de ringmuren lag. Binnen de stadsmuren bezat de hertog ook wijngaarden.[2] Tot de 15e eeuw was er sprake van een wijnpers op de Roeselberg.

In de middeleeuwen en nadien stond op de Roeselberg de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Wilsele, ook geheten Onze-Lieve-Vrouw-van-de-Roeselberg.[3] Het was een bedevaartskerk. Jaarlijks vond er een processie plaats op Pinkstermaandag; ongehuwde meisjes uit Wilsele trokken rond met een schilderij van Maria.

Nieuwe Tijd

Tijdens de Reformatie (16e eeuw) vergaderden Lutheraanse Leuvenaars in de wijngaarden van de Roeselberg. De wijngaarden waren dan niet meer in handen van de hertog doch van gefortuneerde Leuvenaars. De geuzensamenkomsten werden georganiseerd door Antoinette van Roesmale, weduwe van Jean Haveloos. Zij werd bijgestaan door Jacques Gosseaux, Josse van Ousbergen, Jean Beyaert met zijn vrouw Catherine Metsys en dochter Gudule.[4]

Het laatste spoor van de kapel van Onze-Lieve-Vrouw dateert van 1605. De terreinen errond lagen dan grotendeels braak. Het was de periode dat de wijnbouw in verval geraakte, zowel door stortregens als rondtrekkende legers.

Bij de aanleg van de Mechelsesteenweg tussen Mechelen en Leuven (1731) ten tijde van de Oostenrijkse Nederlanden werd de Roeselberg doorboord. Dit was nodig om de steenweg een zo klein mogelijke helling te geven. De Mechelaars waren eigenaar van de steenweg. De nieuwe verbindingsweg betekende een stimulans voor de handel tussen zuidelijk en noordelijk Brabant.

Nieuwste Tijd

In de Slag bij Leuven (1831) eindigde de Tiendaagse Veldtocht.
Karel Bernhard van Saksen-Weimar-Eisenach, overwinnaar op de Roeselberg (1831)

Op de Roeselberg en de IJzerenberg ernaast eindigde de Tiendaagse Veldtocht van het Nederlandse leger (1831); dit werd de Slag bij Leuven genoemd. De troepen van hertog Karel Bernhard van Saksen-Weimar-Eisenach versloegen vanuit de Ijzerenberg het Belgisch leger op de Roeselberg. Op de Roeselberg sneuvelden Belgische militairen: het ging om het 2e Regiment Jagers te Voet en luitenant Joseph Charles Van Diepenbeek. De Tiendaagse Veldtocht eindigde op deze heuvels rond Leuven wegens de inval van de Fransen die de Belgen ter hulp kwamen.

In 1832 was de Confrerie van de Heilige Rozenkrans van Herent, met zetel in de Fonteinstraat in Leuven, verontwaardigd dat de graven van patriotten op de Roeselberg niets voorstelden.[5] Zij plantten er een houten kruis. Zij richtten in 1836 de Kapel op de Roeselberg op, op een terrein dat nog toebehoorde aan de stad Mechelen.

In 1871 kocht Leuven van Mechelen het terrein met de kapel voor honderd franken.

Er verrees later een obelisk naast de kapel op bestelling van de Ligue patriotique des anciens militaires de Louvain et environs (1904). De obelisk moest een tweede herdenking zijn aan de patriotten gesneuveld in 1831. De stad hernieuwde het houten kruis in 1929.

Bij het bezoek van prins Leopold, de latere koning Leopold III, aan het monument in 1930 werd een bronzen gedenkplaat onthuld.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bombardeerden de Geallieerden Leuven station, Wilsele en omgeving.[6] De kapel werd hierbij verwoest (1944). In 1962 liet de stad Leuven een nieuwe kapel bouwen.[7]

De gemeente Herent verwierf voor een symbolische frank de site van de stad Leuven (1996).