Robert Boulin
| Robert Boulin | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Boulin. | ||||
| Algemeen | ||||
| Volledige naam | Joseph Bernard Robert Boulin | |||
| Geboortedatum | 20 juli 1920 | |||
| Geboorteplaats | Villandraut | |||
| Overlijdensdatum | 30 oktober 1979 | |||
| Overlijdensplaats | Saint-Léger-en-Yvelines | |||
| Land | ||||
| Partij | RPF RS UNR UDR RPR | |||
| Religie | Katholiek | |||
| Functies | ||||
| 1961-1978 | Frans parlementslid | |||
| 1959–1979 | Burgemeester van Libourne | |||
| 1961-1962 | Staatssecretaris voor Repatriëring | |||
| 1962-1967 | Staatssecretaris voor Begroting | |||
| 1967-1968 | Staatssecretaris voor Economie en Financiën | |||
| 1968 | Minister van Openbare diensten[1] | |||
| 1968-1969 | Minister van Landbouw | |||
| 1969-1972 | Minister van Volksgezondheid en Sociale Zekerheid | |||
| 1972-1973 1976-1977 |
Minister voor Parlementsrelaties (gedelegeerd) | |||
| 1977-1978 | Minister voor Economische Zaken en Financiën (gedelegeerd) | |||
| 1978-1979 | Minister van Arbeid en Participatie | |||
| ||||
Robert Boulin (Villandraut, 20 juli 1920 – dood gevonden in Saint-Léger-en-Yvelines, 30 oktober 1979), was een Frans gaullistisch politicus.[2]
Boulin was vijftien jaar regeringslid, een record in de Vijfde Franse Republiek. Zijn dood, na te zijn genoemd in een schandaal, vond plaats onder omstandigheden die nooit volledig zijn opgehelderd. De officiële lezing is zelfmoord.
Beginjaren
Boulin studeerde letteren en rechten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij actief in het verzet. Daarvoor zou hij het Croix de guerre en de Verzetsmedaille krijgen.
Na de oorlog werd hij advocaat in Bordeaux en later in Libourne.
Politieke loopbaan
Als overtuigd aanhanger van Charles de Gaulle was hij in de jaren vijftig actief bij de gaullistische Républicains Sociaux, die geleid werd door Jacques Chaban-Delmas.
In 1958 werd Boulin voor de nieuwe gaullistische partij UNR verkozen tot afgevaardigde van de Gironde in de Nationale Vergadering. Een jaar later werd hij burgemeester van Libourne. Hij zou in beide mandaten steeds herkozen worden tot aan zijn dood, maar zijn parlementszetel meestal meteen opgeven voor een regeringsfunctie.
In 1961 kwam hij voor het eerst in een regering als staatssecretaris voor Gerepatrieerden. Vervolgens was hij zonder onderbreking staatssecretaris voor Begroting (1962-1967) en voor Economie en Financiën (1967-1968). Daarop werd hij minister van Ambtenarenzaken (1968), Landbouw (1968-1969), Volksgezondheid en Sociale Zekerheid (1969-1972) en Betrekkingen met het Parlement (1972-1973).
Na zijn periode als minister kwam het in 1974 tot een breuk tussen Boulin en diens partijgenoot Jacques Chirac. Deze steunde bij de presidentsverkiezingen van dat jaar niet de gaullistische kandidaat Jacques Chaban-Delmas, een oude vriend en streekgenoot van Boulin, maar Valéry Giscard d'Estaing, zelf geen gaullist. Giscard werd verkozen en benoemde Chirac tot premier. Later in dat jaar wist Chirac de leiding van de gaullistische partij UDR in handen te krijgen. Tussen Boulin en Chirac zou het nooit meer goed komen, hoewel Boulin uiteindelijk niet zou breken met de partij.
In 1976 stapte Chirac op als premier. Hij probeerde vanaf dat moment Giscard te dwarsbomen in de hoop zelf tot president te worden verkozen in de presidentsverkiezingen van 1981. Boulin behoorde destijds tot de enkele gaullisten die toetraden tot de regering van de nieuwe eerste minister Raymond Barre. Aanvankelijk was hij opnieuw minister van Betrekkingen met het Parlement (1976-1977), vervolgens gedelegeerd minister van Economie en Financiën (1977-1978) en ten slotte minister van Arbeid en Participatie (1978-1979).
In 1979 gingen er geruchten dat president Giscard d'Estaing een gaullistische premier zou benoemen, wat het Chirac moeilijker zou maken hem aan te vallen. Daarbij werd de naam van Boulin genoemd, zeker nadat de president openlijk zijn lof over hem had uitgesproken bij een bezoek aan Libourne op 5 oktober. Kort daarop raakte Boulin verwikkeld in een schandaal.
De affaire van Ramatuelle
Medio 1979 liep een vervolging tegen de omstreden zakenman Henri Tournet, een oude kennis van Boulin. Hij werd beschuldigd van de verkoop van gronden in de Zuid-Franse gemeente Ramatuelle die hij voordien al aan bouwpromotoren had verkocht, zonder die eerste verkoop ooit te hebben laten registreren. Tournet, die een tijdje gearresteerd werd, eiste dat Boulin iets zou doen om die vervolging stop te zetten. Boulin sprak erover met minister van Justitie Alain Peyrefitte, maar deze zei niet te kunnen interveniëren.
Tournet onthulde daarop de onderzoeksrechter dat Boulin in 1974 een van de omstreden terreinen had gekocht om er een buitenverblijf te laten bouwen. Het aankoopbedrag zou Tournet meteen daarop aan Boulin hebben terugbetaald. In ruil had hij Boulin gevraagd om zijn invloed aan te wenden om bouwvergunningen voor de terreinen te krijgen.
Vanaf 17 oktober 1979 verschenen in enkele kranten onthullingen over Boulins betrokkenheid, nadat hij in anonieme brieven was beschuldigd.
Boulin reageerde zeer heftig. Hij ontkende zijn invloed aangewend te hebben voor onwettige bouwvergunningen. Die waren er ook niet gekomen (de bouwvergunning voor zijn buitenverblijf was volkomen correct). Hij zei de grond te hebben gekocht van een firma waarvan hij toen niet wist dat Tournet de eigenaar was. Hij beweerde ook nooit geld van Tournet te hebben ontvangen.
Dood
Op maandag 29 oktober begaf Boulin zich zoals gewoonlijk naar zijn ministerie. Hij keerde echter vroeg in de namiddag naar zijn huis in de buurt van Parijs terug en gaf zijn chauffeur en lijfwacht vrijaf, om meteen daarop alleen in zijn eigen auto te vertrekken. Toen zijn familie die avond geen nieuws van hem had, doorzochten zijn zoon en schoonzoon het bureau in zijn woning en vonden in de papiermand verscheurde papieren. Op een daarvan was getypt. "Ik ben van plan me te verdrinken in een vijver in het bos van Rambouillet waar ik graag paard reed." Hij had die ochtend zijn vrouw gezegd "Mijn leven is ten einde", maar die had niet begrepen wat hij daarmee bedoelde.
De schoonzoon verwittigde meteen de overheid, waarna een zoekactie in het bos van Rambouillet begon. De volgende ochtend vonden twee gendarmes het lichaam van Boulin in een vijver, met het gezicht in het water. Zijn auto stond vlak bij de vijver.
Volgens een eerste onderzoek was Boulin gestorven aan verdrinking nadat hij barbituraten had ingenomen. Later werd vastgesteld dat het om valium ging (hij zou inderdaad valium uit zijn huisapotheek hebben meegenomen). Het lichaam vertoonde geen sporen van geweld.
De dag nadat zijn lichaam was gevonden, ontvingen een aantal kennissen van hem (waaronder minister Peyrefitte en Chaban-Delmas, toen voorzitter van de Nationale Vergadering) een brief die Boulin, volgens getuigen, enkele uren voor zijn dood zelf in een brievenbus had gedeponeerd. Daarin verdedigde hij nogmaals zijn onschuld in de zaak van Ramatuelle, noemde hij zijn situatie onhoudbaar en verklaarde dat hij zelfmoord zou plegen: "Ik verkies de dood boven de verdenking".
Controverse rond Boulins overlijden
In het begin werd vooral de pers ervan beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor Boulins dood. In de entourage van Boulin werd echter ook beweerd dat hij slachtoffer was van een complot van kringen rond Chirac. Het schandaal rond Boulin moest beletten dat hij premier zou worden, wat tot een splitsing in de (toenmalige) gaullistische partij RPR zou hebben geleid en de kansen van Chirac als toekomstig presidentskandidaat tegen Giscard zou hebben getorpedeerd.
Aanvankelijk leek niemand eraan te twijfelen dat Boulin zelfmoord had gepleegd. Later veranderde zijn familie onder invloed van de bekende advocaat Jacques Vergès van mening. Enkele journalisten formuleerden kritiek op de wijze waarop het onderzoek was uitgevoerd. Sommigen beweerden over informatie te beschikken dat Boulin was vermoord.
Volgens de aanhangers van deze these zou Boulin zijn ontvoerd en vervolgens omgebracht door medewerkers van de omstreden gaullistische ordedienst Service d'Action Civique (SAC). Deze organisatie zou in 1982 worden ontbonden nadat bleek dat ze bij verschillende misdaden, ook moorden, was betrokken. Als opdrachtgevers worden twee leiders van de SAC genoemd die toen goede relaties met Chirac hadden: Jacques Foccart, de vroegere Afrika-adviseur van Charles de Gaulle (tevens een oude vriend en vroegere zakenpartner van Tournet) en de latere minister Charles Pasqua. Dat zou zijn gebeurd omdat Boulin op het punt stond onthullingen te doen over illegale financieringen van de RPR uit het buitenland, onder meer door Afrikaanse leiders. De brieven die Boulin vlak voor zijn dood had verzonden, zouden daar informatie over hebben bevat, maar zouden zijn onderschept en vervangen door vervalste brieven waarin hij zijn zelfmoord aankondigde. Ook het papier dat in de papiermand werd teruggevonden zou een vervalsing zijn geweest. Deze opvattingen werden echter door velen als ongeloofwaardig bestempeld. Foccart heeft elke betrokkenheid bij de dood van Boulin ontkend.
Op verzoek van de familie Boulin vond in 1983 een tweede autopsie plaats. Ondanks heel wat discussie werd de zelfmoordthesis bevestigd. In 1992 werd het dossier gesloten, hoewel de familie bleef procederen om het onderzoek verder te zetten. Toch is er later nog een paar keer een nieuw onderzoek geweest, onder andere omdat elementen uit het dossier waren verdwenen.
Boulins weduwe is intussen overleden. Zijn zoon blijft volhouden dat Boulin is vermoord. Die thesis werd onder meer gesteund door een televisie-documentaire in 2002 en de docufictie Crime d'État in 2010.
Nieuw onderzoek
In 2015 kondigde het Parket van Versailles een heropening van de zaak aan.[3][4] Volgens de advocaat van de familie van Boulin was er nieuw bewijs opgedoken en een nieuwe getuige, die een ander Boulins auto had zien besturen. Ook de agent die als eerste ter plaatse was verklaarde aan de pers dat het niet om zelfmoord kon gaan omdat Boulin met handen en knieën lag en met zijn hoofd boven water.[5][6] Het nieuwe gerechtelijk onderzoek besloeg "arrestatie, ontvoering en inbeslagname gevolgd door dood of moord".[7] In 2022 liep de zaak op zijn einde, echter dook er een nieuwe getuige op en bleef het onderzoek in volle gang.[8] In 2025 werden de voormalig Minister van Binnenlandse Zaken Claude Guéant en voormalig President van Frans-Polynesië Gaston Flosse verhoord door de onderzoeksrechter van de rechtbank van Versailles.[9]
- ↑ "drie ministers minder", Nederlands dagblad : gereformeerd gezinsblad, 15 juli 1968. Geraadpleegd op 18 augustus 2025.
- ↑ "Franse pers zondebok na zelfmoord minister", De Telegraaf, 31 oktober 1979. Geraadpleegd op 17 augustus 2025.
- ↑ Onderzoek heropend naar dood Franse oud-minister Boulin. NU.nl. DPG Media (18 augustus 2025). Geraadpleegd op 13 september 2025.
- ↑ Nieuw onderzoek naar dood Franse minister Boulin. HLN. DPG Media (13 september 2015). Geraadpleegd op 18 augustus 2025.
- ↑ Nieuw onderzoek naar dood Franse minister. De Telegraaf (18 augustus 2025). Geraadpleegd op 18 augustus 2025.
- ↑ Nieuwe twijfel over zelfmoord van Franse minister Boulin. nos.nl (13 september 2015). Geraadpleegd op 18 augustus 2025.
- ↑ (fr) "Trente-six ans après la mort de Robert Boulin, nouveau rebondissement judiciaire", 11 september 2015. Geraadpleegd op 18 augustus 2025.
- ↑ (fr) Folgoas, Par Ronan, Affaire Boulin : « Le patron nous avait demandé de ne pas le tuer », le témoignage qui a relancé l’enquête. leparisien.fr (6 september 2024). Geraadpleegd op 18 augustus 2025.
- ↑ (fr) à 11h38, Par Le Parisien avec AFP Le 22 janvier 2025, Mort suspecte du ministre Robert Boulin en 1979 : Claude Guéant et Gaston Flosse entendus comme témoins. leparisien.fr (22 januari 2025). Geraadpleegd op 18 augustus 2025.
