Remmer (spoorwegen)

Een remmer was een personeelslid van een spoorwegonderneming die de taak had de rem van een railvoertuig te bedienen. Dit gebeurde op commando van de machinist door middel van een fluitsignaal of op grond van eigen waarneming van de remmer. De locomotiefrem bood, behalve bij zeer korte treinen, onvoldoende de mogelijkheid om een trein binnen redelijke afstand tot stilstand te brengen. Verdeeld over de trein werden daarom een of meer beremde wagens geplaatst die waren voorzien van een rem en een remmer in een remmershuisje. Zo'n remmershuisje stak uit boven de trein zodat de remmer goed zicht had.
De remmer werd eind 19e eeuw overbodig toen de westinghouserem, een doorgaande luchtrem, het mogelijk maakte de remmen van alle spoorwegrijtuigen van een trein vanuit de locomotief te bedienen. Het duurde overigens nog enkele tientallen jaren voordat alle railvoertuigen van zo'n rem voorzien waren en de remmer definitief tot het verleden behoorde.