Reichsgau Sudetenland

Reichsgau Sudetenland
Rijksgouw van het Groot-Duitse Rijk
25 maart 1939 — 8 mei 1945
(Details) (Details)
Reichsgau Sudetenland, 1944
Reichsgau Sudetenland, 1944
Algemene gegevens
Hoofdstad Reichenberg
Oppervlakte 22.587 km²
(gecorrigeerd
29.140 km²)
Bevolking 1939: 2.945.261
Talen Duits (ambtelijk)
Religie(s) Geen officiële staatsreligie
Politieke gegevens
Type deelgebied Rijksgouw
Hoofd deelgebied Konrad Henlein
(1938–1945)

Reichsgau Sudetenland (Nederlands: Rijksgouw Sudetenland) was een van de rijksgouwen in het Duitse Rijk tijdens het nationaalsocialisme.

Geschiedenis

Na de Duitse bezetting van Tsjecho-Slowakije, werd op 30 september 1939 door de regeringsleiders van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Duitsland het verdrag van München getekend. Dit verdrag dwong de overdracht van het Sudetenland aan Duitsland. De Tsjechoslowaakse vertegenwoordigers waren niet uitgenodigd.

Op 1 oktober 1939 viel de Wehrmacht het Sudetenland binnen, en bezetten het. De nieuwe Tsjechoslowaaks-Duitse grenzen werden op 21 november 1938 in een verdrag vastgelegd. Door de nieuwe grensbepalingen verloor Tsjecho-Slowakije ongeveer een kwart van haar grondgebied en een derde van haar bevolking. Het door Nazi-Duitsland geannexeerde gebied bezat de belangrijkste industrie en de uitgebreide grensversterkingen.[1][2]

De geannexeerde gebieden telden 3.630.000 inwoners waarvan 2.900.000 Duitstalig en de overigen Tsjechisch- of tweetalig. Het grootste deel van de Duitstalige bevolking aanvaardde de Duitse nationaliteit. Joden en Tsjechen die de Duitse nationaliteit niet accepteerden en tegenstanders van de nazi's vluchtten of werden verdreven naar de van Tsjecho-Slowakije overgebleven rompstaat.

Direct na de Duitse inval kreeg het Heer de uitvoerende macht. De Sudeten-Duitse Partij werd samengevoegd met de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP). Alle andere politieke partijen werden verboden.

Op 15 maart 1939 werd ook de rest van Tsjechië door de Duitsers bezet, dit werd het Protectoraat Bohemen en Moravië. Tien dagen later werd het geannexeerde gebied uitgeroepen tot de Reichsgau Sudetenland van het Duitse Rijk. De bij de annexatie in 1938 aangestelde gouwleider en rijkscommissaris (Reichskommissar) Konrad Henlein werd rijksstadhouder (Reichsstatthalter) van de rijksgouw. De hoofdstad werd Reichenberg (Liberec).[3] Kleinere gebieden in het oosten, zoals Hlučínsko, werden afgestaan aan de Pruisische provincie Silezië. Gebieden in het westen en zuiden van Sudetenland werden toegevoegd aan de Beierse Bayreuth en aan de Oostenrijkse rijksgouwen Oberdonau en Niederdonau. In de rijksgouw Sudetenland bleven 2.940.000 inwoners over.

Na de Tweede Wereldoorlog en de overgave van Duitsland, werd de Tsjecho-Slowaakse staat hersteld, en de Sudeten-Duitse bevolking verdreven.

Nabij de grens van Sudetenland, in het Protectoraat Bohemen en Moravië, lag het concentratiekamp Theresienstadt. Dit was opgezet om er de Joodse bevolking van het Protectoraat te concentreren en er ook West-Europese en Duitse Joden vast te zetten. Vandaar werden ze geleidelijk naar vernietigingskampen overgebracht. Hoewel Theresienstadt geen vernietigingskamp was, zorgden de barre en onhygiënische omstandigheden voor de dood van 33.000 van de 140.000 Joden die naar het kamp waren getransporteerd. Van de 88.000 die naar vernietigingskampen werden gestuurd hebben het er slechts 19.000 overleefd.[4]

De bezetting van het Sudetenland.

Politieke ambtsdragers: [5]

  • Gauleiter: Konrad Henlein (30 oktober 1938 - mei 1945)
  • Gauleiterstellvertreter:
    • Karl Hermann Frank (30 oktober 1938 - 15 maart 1939)
    • Dr. Fritz Köllner (25 maart 1939 - 3 maart 1940)
    • Dr. Richard Donnevert (12 maart 1940 - 15 augustus 1943)
    • Hermann Neuburg (1943 - mei 1945) (waarnemer)