Madeliefjesroest
| Madeliefjesroest | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Puccinia distincta McAlpine (1895) | ||||||||||||||
| Madeliefjesroest op | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
Madeliefjesroest (Puccinia distincta) is een autoecische schimmelsoort uit de familie Pucciniaceae. De schimmel is een biotrofe parasiet en infecteert madeliefje. In Nederland is de schimmel zeer zeldzaam.
Determinatie
Het verschil met Australische composietenroest (Puccinia lagenophorae) is qua uiterlijk niet altijd duidelijk. Twijfelgevallen worden als Puccinia lagenophorae sensu gedetermineerd. Microscopisch is het verschil wel duidelijk. Op het madeliefje zijn er 3-cellige teliosporen (naast 1- en 2-cellige teliosporen) en op de Australische composietenroest 1- en 2-cellige teliosporen.
Madeliefjesroest vormt oranje, bekerachtige structuren (aecia) op de bladeren. De oranje aeciosporen zijn 10–16 × 10–16 µm groot, enigszins bolvormig, wratachtig en worden in ketens gevormd. De telia zijn meestal donkerbruin, poederachtig en langdurig bedekt. De donkerbruine teliosporen zijn een- tot driecellig, meestal stomp gelobd tot breed ellipsoïde, dubbel of drievoudig gegroefd en 20–40 × 12–18 µm groot. Hun steel is kleurloos en 20-40 µm lang. De schimmel ontwikkelt geen uredia.
Fotogalerij
Aecia
Aecium
Aeciosporen
Externe links
- Madeliefjesroest in het Nederlands Soortenregister
- Verspreiding in Nederland volgens NDFF Verspreidingsatlas
- Kaarten met waarnemingen:
.jpeg)