Prosper Garnot

Prosper Garnot (Brest 14 januari 1794 - Parijs 8 oktober 1838) was een officier chirurgijn bij de Franse marine en natuuronderzoeker. Hij maakte tussen 1822 en 1825 een reis om de wereld met het schip La Coquille. Samen met René Primevère Lesson verzamelde hij plant- en dierkundige specimens in Zuid-Amerika en het gebied van de Grote Oceaan. Samen met Lesson schreef hij de hoofdstukken over het dierkundige onderzoek in het reisverslag.

Biografie

Jeugd en carrière

Prosper Garnot was de zoon van François Garnot en Jeanne Claudine Laugée. Zijn vroege jeugd werd getekend door de Tweede Coalitieoorlog (1798 - 1802) tussen Frankrijk en Groot-Brittannië. In 1811 voegde hij zich bij de napoleontische marine met het doel om legerarts te worden. Hiervoor werd hij nog in hetzelfde jaar in het hospitaal van Brest opgeleid. Daarna ging hij aan boord van Canonnière no. 20 (een kanonneerboot) om er als chirurgijn derde klasse tot in 1814 te werken. In 1817 werd hij ingedeeld bij de bemanning van het fregat Hermione en later van het fregat Hector, waarmee hij naar Martinique voer.

In januari 1819 werd hij bevorderd tot chirurgijn tweede klasse en werd hij op andere schepen ingedeeld en voer heen en weer van en naar de Antillen tot hij in 1820 weer naar Brest terugkeerde en daar werkte aan het marinehospitaal. In maart 1822 rondde hij zijn proefschrift Essai sur le choléra-morbus af.

La Coquille, later herdoopt in L'Astrolabe.

Duperrey-expeditie

Aan de Académie de marine in Brest is ook een natuurhistorisch en botanisch museum verbonden dat graag zijn collectie wilde uitbreiden. Hij kreeg daarom de gelegenheid om als officier chirurgijn, samen met de scheepschirurgijn René Primevère Lesson een ontdekkings- en verzamelreis rond de wereld te maken met de korvet La Coquille onder bevel van Louis Isidore Duperrey en tweede bevelhebber Jules Dumont d'Urville. Het schip vertrok in augustus 1822 uit Toulon. De reis ging via Tenerife, het zuiden van Brazilië, de Falklandeilanden, Chili, Peru, de Genootschapseilanden, Nieuw-Ierland, Waigeo (Nieuw-Guinea) en de Molukken naar Australië waar ze in Port Jackson (de natuurlijke haven van Sydney) op 17 januari 1824 voor anker gingen. La Coquille bleef daar tot 20 maart 1824. Garnot verliet de korvet omdat hij in Peru een chronische dysenterie had opgelopen. Op 1 maart 1824 scheepte hij in op de Castle Forbes, een Engels schip dat veroordeelden in Australië aan land had gezet en weer terug voer.[1] Met Garnot gingen veel van de verzamelde specimens van planten en dieren mee aan boord. Het schip voer naar Mauritius waar de Engelse kapitein de Fransman Garnot liet overstappen op een ander Brits schip, de King George IV onder leiding van kapitein John Prissick. Dit schip verliet op 31 mei 1824 Mauritius richting Engeland. Vroeg in juli probeerde Prissick het schip door de San Sebastian Baai bij Witsand (gemeente Hessequa, West-Kaap) bij Zuid-Afrika te loodsen, maar op 15 juli 1824 bij slecht weer, kapseisde het schip en zonk. Garnot overleefde, maar verloor zijn hele collectie specimens. Tot in 1825 bleef hij in Zuid-Afrika en kwam op 14 maart terug in Parijs.

Later leven

In december 1827 werd hij tot hoofdchirurgijn tweede klasse bevorderd toen hij opnieuw in het marinehospitaal in Brest werkte. In mei 1828 voer hij aan boord van de Bonne Henriette van Bordeaux naar Saint-Pierre, waar hij tot in 1832 bleef in Fort Royal op Martinique. In januari 1833 werd hij opgenomen in het ziekenhuis en werd wegens ziekte vroegtijdig gepensioneerd. Hij overleed vijf jaar later in Parijs.

Lidmaatschappen

Op 30 augustus 1829 werd hij als ridder in het Légion d’honneur. Sinds 1834 was hij corresponderend lid van de Académie nationale de médecine. Toen in 1838 de Société Cuvierienne werd gesticht, was hij een van de 140 oprichtingsleden van het genootschap.

Publicaties

Chefs de L'Isle Taïti (chefs van het eiland Tahiti), afbeelding uit Voyage autour du monde exécuté par Ordre du Roi, sur la Corvette de Sa Majesté, La Coquille pendant les années 1822, 1823, 1824, et 1825.

In april 1825 werd hij bevorderd tot chirurgijn eerste klasse. Hij bleef in Parijs om Lesson te helpen bij de uitwerking van de zoölogische waarnemingen. Deze verschenen in twee banden in het reisverslag dat tussen 1826 en 1831 in meerdere edities verschenen.Voyage autour du monde exécuté par Ordre du Roi, sur la Corvette de Sa Majesté, La Coquille pendant les années 1822, 1823, 1824, et 1825.[2] Garnot publiceerde enkele artikelen in het Journal des Voyages en werkte mee aan het Dictionnaire pittoresque d'Histoire naturelle onder leiding van Félix Édouard Guérin-Méneville. Een van zijn bijdragen werd afzonderlijk in 1837 onder de titel Quelques considérations sur les Nègres en général, du Nègre de la Nouvelle-Hollande en particulier gepubliceerd. Het artikel was extreem racistisch en hij maakte nauwelijks onderscheid tussen de oorspronkelijke bevolkingen van Afrika en Australië.

Nalatenschap in de naamgeving van dieren

Lesson noemde in 1828 de stormvogelsoort Chileens alkstormvogeltje (Pelecanoides garnotii) naar hem. André Marie Constant Duméril en Gabriel Bibron noemden in 1836 een gekkosoort Hemidactylus garnotii. Adolphe Brongniart bedacht in 1829 het plantengeslacht Garnotia voor de nieuwe soort Garnotia stricta.

Garnot, vaak samen met Lesson, heeft vogelsoorten beschreven, die nieuw waren voor de wetenschap. Beiden zijn daardoor de auteurs van 25 vogelsoorten en 2 ondersoorten die op de IOC World Bird List versie 15.1 staan vermeld:

Lijst van vogelsoorten van Garnot als auteur, soms met Lesson

Soorten

Ondersoorten