Printhagen
| Printhagen | ||||
|---|---|---|---|---|
Benedenste Hoeve | ||||
| Locatie | ||||
| Plaats | Genhout | |||
| Adres | Printhagen | |||
| Oorspr. functie | twee boerderijen en een kasteel | |||
| Huidig gebruik | twee boerderijen | |||
| Prijzen en erkenningen | ||||
| Monumentstatus | rijksmonumenten | |||
| Monumentnummer | 8766 | |||
| ||||
Printhagen is de gezamenlijke benaming van twee monumentale hoeves en een voormalig kasteel in het Nederlandse dorp Genhout, provincie Limburg. Om de hoeves van elkaar te onderscheiden, worden ze aangeduid als Bovenste Hoeve en Benedenste Hoeve.
Geschiedenis
Het geslacht Van Printhagen had in de 14e eeuw twee leengoederen van het Land van Valkenburg in bezit.
Rond 1500 kwamen de Printhagense hoeves in bezit van Arnold I Huyn van Amstenrade. Hij overleed vóór 24 januari 1549.
Zijn zoon was Arnold II Huyn (1525-1579) van Amstenrade. Vanaf 1557 regeerde hij vanuit kasteel Sint-Jansgeleen over Geleen en Spaubeek. Arnold II was onder andere ook eigenaar van de twee Hoeves te Printhagen. Hij had de rechten voor lage en middelbare rechtspraak. Hij werd begraven in de Sint-Martinuskerk van Beek. De Sint-Martinuskerk was de traditionele rustplaats voor de adellijke families uit de omgeving, en de Huyns waren een prominente familie. Zijn graf werd pas in 1990 gevonden.
Na Arnold II trad Arnold III Huyn van Geleen (ca 1555- 1642) als heer van Geleen op. Alhoewel zijn vader pas in 1579 overleed, verkreeg Arnold III reeds in 1575 een aantal bezittingen van zijn vader, nadat zijn vader dat jaar tot drossaard van Valkenburg en tot gouverneur en kapitein-generaal van de Landen van Overmaas werd benoemd. Tot deze bezittingen behoorden ook de twee hoeven te Printhagen. In 1585 werden zijn vaders erfgoederen officieel met zijn broers en zussen verdeeld. Arnold III behield hierbij de beide hoeven te Printhagen. Hij verpandde deze hoeves in 1592.
Arnold III kreeg vijf kinderen: de oudste was Arnold IV, de tweede Willem (geb. ca 1590), die domheer, kanunnik en aartsdiaken te Luik werd en de derde was Godfried . Godfried (circa 1598 - Maastricht, 1657), was een keizerlijk veldmaarschalk en van 1638 tot 1657 was hij landcommandeur van de balije Biesen te Alden Biesen. Op 29 november 1619 deed Arnold III afstand van de heerlijkheid Geleen ten gunste van zijn oudste zoon Arnold IV, die in datzelfde jaar trouwde. Tot die overdracht werden uitdrukkelijk gerekend: de hoeve bij het slot van Geleen én de twee hoeven te Printhagen. Arnold III stierf in 1638 en werd begraven in de kek van Wachtendonk.
Arnold IV overleed jong in 1624.
Daardoor werd zijn zoon Arnold V Wolfgang Huyn van Geleen al op kinderleeftijd beleend: oa op 8 oktober 1625 met de twee hoeven te Printhagen. Arnold V (1620- 1668 ) was vanaf 1654 graaf van Geleen en vanaf 1663 graaf van Amstenrade en Geleen. Hij was getrouwd met Maria Huyn van Amstenrade, een verre verwante. Hij was de laatste van zijn stam, waardoor de familie Huyn van Geleen uitstierf. Arnold V overleed in 1668 in Aken en werd in de Sint-Michaelkerk te Aken begraven.
In 1754 zijn de twee hoeven Printhagen verkocht aan het klooster Sint-Gerlach. Mogelijk speelde economische druk een rol, maar er waren ook veranderende opvattingen over grondbezit en de aantrekkingskracht van het klooster Sint-Gerlach als stabiele koper zal ook een rol gespeeld hebben.
Na de Franse tijd kwamen beide hoeves in particuliere handen.
Beschrijving
Tussen de twee hoeves in, even ten zuidwesten van de Benedenste Hoeve, kan het kasteel Printhagen hebben gestaan. De grachten zouden nog eeuwenlang zichtbaar zijn geweest in het landschap. Er zijn inderdaad aanwijzingen gevonden dat hier ooit een gebouw heeft gestaan.
Benedenste Hoeve
De hoeve is gebouwd rondom twee binnenplaatsen. De tussenvleugel van twee verdiepingen is opgetrokken in vakwerk, met vernieuwingen in baksteen. De vleugel wordt afgedekt door een zadeldak en heeft aan de buitenzijde een topgevel met speklagen en mergelstenen hoekblokken. Samen met de vakwerkschuur aan de achterste binnenplaats zijn dit de oudste delen van de boerderij. Op de gevel van de tussenvleugel is het jaartal 1744 aangebracht, maar dat betreft het bouwjaar van de gevel: de vleugel zelf is ouder.
Bovenste Hoeve
De Bovenste Hoeve is bereikbaar via een korte oprijlaan en bestaat uit drie losse vleugels rondom een binnenplaats. Er zijn nog enkele 18e-eeuwse details aanwezig, maar in de huidige vorm is de hoeve het resultaat van een herbouw in 1806.
- Wim Hupperetz, Ben Olde Meierink en Ronald Rommes (2005). Kastelen in Limburg. Matrijs, Utrecht, "Appendix", p. 505.
- van Agt, J.F. (1962). Zuid-Limburg uitgezonderd Maastricht. Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Den Haag, "Beek", pp. 49-50.
- Ronald Stenvert e.a. (203). Monumenten in Nederland - Limburg. Rijksdienst voor de Monumentenzorg / Waanders Uitgevers, "Groot Genhout".
- Bovenste Hoeve, Rijksmonumentenregister