Prasi oso
Een prasi oso (Sranantongo voor erfhuis) is in Suriname een houten huisje dat op het erf van een ander huis is gebouwd.[1]
Pikin en bigi djari
Erven zijn in Paramaribo vaak omheinde grondstukken achter een hoofdwoning van de toenmalige koloniale elite. In de 20e eeuw zijn deze vaak omgebouwd naar een winkel of een kantoor. Erven waren aan het oog onttrokken. Toegang werd verkregen via een poort, ook wel negerpoort genoemd. De erven in de stad waren vaak klein met meestal niet meer dan tien huisjes en werden daarom wel pikin djari genoemd. Deze woningen worden traditioneel door Creolen bewoond.[2]
Verder buiten het centrum bevinden zich soms ook erven achter straatwoningen. Deze bigi djari kunnen heel groot zijn met soms meer dan dertig huisjes. Het merendeel van deze bewoners is van Hindoestaanse en Javaanse afkomst, en een klein deel is Creools.[2]
Slechte staat en beperkte voorzieningen
In de tweede helft van de 20e eeuw waren er in Paramaribo 14.000 erven.[2] De huizen werden in de 18e en 19e eeuw gebouwd[3][4] en stammen daarmee nog voor een deel uit de tijd van de slavernij.[2] Prasi oso's zijn vaak niet meer dan een hut en bevinden zich vaak in een slechte staat,[1] waardoor het in de praktijk vaak om krotwoningen gaat.[2] Tot in de 21e eeuw bevindt zich in een deel van de huizen geen eigen toilet, bad en stromend water, maar staat er een kraan op het erf een kraan voor gezamenlijk gebruik.[5]
Zie ook
- 1 2 John Wilner, Wortubuku fy Sranan Tongo, 2007
- 1 2 3 4 5 C.F.A. Bruijning en J. Voorhoeve, 'Encyclopedie van Suriname' – 'Erven', pag. 181-182, Elsevier, Amsterdam – Brussel, ISBN 9010018423, 1977
- ↑ Natasha Knoppel, De magie van authentieke parels, 2019
- ↑ Ministerie van Onderwijs, Geschiedenis Surinaamse Prasi-Oso vervat in boekwerk, 4 november 2019
- ↑ Nellie Bakboord, Prasi-oso, Wereldomroep, 20 oktober 2008