Kleine speldenprikzwam
| Kleine speldenprikzwam | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||
| Poronia erici Lohmeyer & Benkert (1988) | ||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
De kleine speldenprikzwam (Poronia erici) is een paddenstoel uit de familie Xylariaceae.
Kenmerken
Uiterlijke kenmerken
Poronia erici vormt schotel- tot trechtervormige vruchtlichamen op de mest van verschillende zoogdieren, met een diameter van 1,5–6 mm. Ze hebben een kort steeltje dat tot 6 mm lang kan worden, zelden tot 20 mm, vooral wanneer de mest in de kruidlaag of in de bodem is verzonken. De buitenzijde is zwartbruin en bij droogte eerder grijsbruin van kleur. Het oppervlak is ruw, soms enigszins lengtegerimpeld en kan vertakkingen vertonen. De steelbasis en het omgevende substraat zijn meestal bedekt met een bruin gekleurd mycelium. De bovenzijde is bij jonge exemplaren hol (concaaf), maar wordt later vlak uitgespreid en bevat 1–10, soms tot 20 ingezonken peritheciën, waardoor het oppervlak puntvormig doorboord lijkt.
Microscopische kenmerken
De cilindrische asci, die aan de basis iets steelvormig versmald zijn, hebben een sterk amyloïde, trechtervormig apicaal apparaat. Ze bevatten telkens acht ascosporen en worden 160–220 (soms tot 320) × 20–40 (soms tot 50) µm groot. De ascosporen liggen in één of twee rijen, zijn langwerpig-ellipsoïde, soms spoelvormig, en meten 25–33 × 14–20 µm. Ze zijn bij rijpheid zwart en bevatten veel kleine druppeltjes. De talrijke cilindrische parafysen zijn hyaliene, gesepteerd en 2–6 µm breed.
Vergelijkbare soorten
Poronia erici is uiterlijk nauwelijks te onderscheiden van de eveneens in Europa voorkomende Poronia punctata, die iets groter is, maar alleen microscopisch met zekerheid te onderscheiden valt. Poronia erici heeft duidelijk grotere sporen, niervormig van vorm, met een afmeting van 25–28 × 6–10 µm. In de 19e eeuw was de soort nog vrij wijd verspreid, maar tegenwoordig is ze zeer zeldzaam. De derde in Europa beschreven soort, Poronia oedipus, is te herkennen aan haar langere steel en haar bij veroudering zwart wordende schijf. Deze soort is in Europa uiterst zeldzaam en lijkt vooral in Midden-Amerika en het zuiden van de Verenigde Staten voor te komen.
Ecologie
Poronia erici werd oorspronkelijk beschreven als een soort die voornamelijk voorkomt op konijnenmest, en incidenteel op schapenmest in kustgebieden. Inmiddels blijkt hij ook op paarden- en ezelmest voor te komen, en ook in streken verder van de kust.
Verspreiding
De soort is bekend uit Europa (onder andere Groot-Brittannië, Nederland, België, Duitsland, Centraal-Spanje en Denemarken). Daarnaast lijkt hij steeds vaker in Australië voor te komen, waar hij leeft op de mest van verschillende buideldieren (zoals kangoeroes en wallaby’s). Er wordt gespeculeerd dat Poronia erici vanuit Australië in Europa is ingevoerd.
In Nederland komt de kleine speldenprikzwam zeldzaam voor. Hij staat op de rode lijst in de categorie 'kwetsbaar'.[1]
Taxonomie
De soort behoort tot de kernzwammen
Zie ook
Foto's
Exemplaar op ezelmest- Ascosporen
- Asci met ascosporen
