Pisz

Dit artikel gaat over de plaats Pisz. Voor de gelijknamige gemeente zie Pisz (gemeente).
Pisz
Johannisburg
Stad in Polen Vlag van Polen
Pisz (Polen)
Pisz
Situering
Woiwodschap Ermland-Mazurië
District Powiat Piski
Gemeente Pisz
Coördinaten 53° 38 NB, 21° 48 OL
Algemeen
Oppervlakte 10,04 km²
Inwoners
(2005)
19.328
(1925 inw./km²)
Overig
Postcode 12-200
Identificatiecode 28160
Website Officiële website
Foto's
voormalige lutherse sinds 1945 rooms-katholieke kerk
voormalige lutherse sinds 1945 rooms-katholieke kerk
Portaal  Portaalicoon   Polen

Pisz (Pools tot 1946: Jańsbork; Duits: Johannisburg) is een stad in het Poolse woiwodschap Ermland-Mazurië, gelegen in de powiat Piski. De oppervlakte bedraagt 10,04 km², het inwonertal 19.328 (2005). De plaats ligt aan het Rośmeer

Geschiedenis

De Duitse Orde probeerde dit gebied, dat later Mazurië genoemd zou worden, halverwege de 14de eeuw onder haar controle te brengen. Niet om het zoals het elders in Pruisen te koloniseren maar als een grenszone tegen de Polen en de Litouwers. Die waren hetzelfde van plan en brandden de houten bevestigingswerken neer, waarop de Orde in 1378 een stenen burcht oprichtte. Door de bescherming van deze burcht ontstond een nederzetting van jagers, vissers en houthakkers en. Daarna volgden dorpen met landbouwers. In 1451 werden aan Johannisburg stadsrechten verleend. Door oorlogen tussen de Orde en Polen werd Johannisburg verschillende malen verwoest. In 1525 werd het land van de Orde het seculiere hertogdom Pruisen. De eerste Pruisische hertog Albrecht van Brandenburg-Ansbach versterkte de burcht en haalde nieuwe bewoners uit de naburige Poolse landstreek Mazurië naar het nog steeds nauwelijks bevolkte land. Zij gingen over naar het lutherse geloof net als de overige bevolking van Oost-Pruisen. Ze namen verschillende predikanten op die uit Polen moesten vluchten voor de contrareformatie. In 1645 werd het stadsrecht opnieuw vastgesteld en de stad militair versterkt. Dat hield de Tataren die in 1658 Pruisen binnenvielen buiten de poorten. Aan de pestepidemie van 1709 stierf het grootste deel van de bevolking.

In de Zevenjarige Oorlog bezette Rusland de stad van 1758 tot 1762. In 1780 woonde er weer meer dan duizend mensen. De volgende bezetter was Napoleon 1807 tot 1812 en de bevolking zakte toen weer onder de duizend terug.

In de vroege 19de eeuw kwam houtindustrie op gang en werden nieuwe wegen aangelegd voor de afvoer van de producten. De bevolking verdubbelde tot boven de tweeduizend in het midden van de 19de eeuw en tot 4500 vlak voor de Eerste Wereldoorlog. Door het staatsonderwijs vond een germanisering plaats van de Mazoerse bevolking.

Bij het uitbreken van die oorlog vielen Russische legers in september 1914 Oost-Pruisen binnen en zij bezetten en verwoestten Johannisburg als een van de eerste steden die zij bij hun opmars tegenkwamen. Meer dan anderhalf duizend inwoners werden gedeporteerd naar Rusland. Na de Slag bij Tannenberg trokken de Russen zich terug. Na de oorlog werd de stad heropgebouwd in een moderne stijl en met hulp van de donorstad Leipzig.

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, in januari 1945, bombardeerde het Sovjet-leger de stad waarbij drie kwart van de gebouwen werd verwoest. Een deel van de bevolking vluchtte en van de achtergeblevenen mochten alleen zij die Pools spraken waren blijven. Veel tweetalige Mazuren zouden in de jaren vijftig en zestig alsnog naar Duitsland vertrekken. Nieuwe Poolse en Oekraïense bewoners namen hun plaats in. De stad groeide na de oorlog als hoofdplaats van een powiat tot 20.000 inwoners. De nieuwe Poolse naam van de stad werd Pisz, vernoemd naar de rivier de Pissek.

Verkeer en vervoer

Zie de categorie Pisz van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.