Piet Borst
| Piet Borst | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||||
| Volledige naam | Piet Borst | |||
| Geboortedatum | 5 juli 1934 | |||
| Geboorteplaats | Amsterdam | |||
| Nationaliteit | Nederlands | |||
| Beroep | bioloog, moleculair bioloog, biochemicus, scheikundige, academisch docent, oncoloog, columnist | |||
| Religie | geen | |||
| Lid van | Royal Society, Amerikaanse Nationale Wetenschapsacademie, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, American Academy of Arts and Sciences, Academia Europaea[1] | |||
| Academische achtergrond | ||||
| Alma mater | Universiteit van Amsterdam | |||
| Promotor(s) | E.C. Slater | |||
| Wetenschappelijk werk | ||||
| Vakgebied(en) | biochemie, kankeronderzoek, moleculaire parasitologie, aangeboren stofwisselingsstoornissen | |||
| Bekend van | Vereniging tegen de Kwakzalverij, columnist en publicist | |||
| Prijzen en erkenningen | Howard Taylor Ricketts Award (1989),[2] Commandeur in de orde van het Britse rijk, Dr. H.P. Heineken Prijs voor Biochemie en Biofysica (1992), Robert-Koch-Medaille (1992),[3][4] Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Leeuwenhoek Lecture (1989), EMBO Membership, eredoctor van de Universiteit Leiden (2003),[5] Buitenlands lid van de Royal Society (26 juni 1986),[6] Albert Lasker Special Achievement Award (2023)[7] | |||
| Dbnl-profiel | ||||
| ||||
Piet Borst (Amsterdam, 5 juli 1934) is een Nederlands arts-biochemicus, moleculair bioloog en kankeronderzoeker. Hij is emeritus hoogleraar klinische biochemie en moleculaire biologie aan de Universiteit van Amsterdam, emeritus wetenschappelijk directeur en directie voorzitter van het Nederlands Kanker Instituut (NKI) en het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis. Daar werkte hij tot eind 2016 nog als fulltime laboratoriumonderzoeker en daarna als adviseur bij onderzoek.
Loopbaan
Hij studeerde van 1952 tot 1958, en in 1961-1962 geneeskunde aan de universiteit van Amsterdam. In 1961 promoveerde hij bij Bill Slater cum laude op onderzoek naar energiestofwisseling in kankercellen. Twee jaar later deed hij zijn artsexamen.
Vervolgens werkte hij twee jaar bij Nobelprijswinnaar Severo Ochoa aan de New York-universiteit. Terug in Nederland in 1965 werd hij lector fysiologische chemie (de oude naam voor biochemie) aan de universiteit van Amsterdam (UvA) en in 1969 hoogleraar. Vanaf 1966 was Borst ook hoofd van de afdeling 'medische enzymologie en moleculaire biologie', een apart onderdeel van de grote vakgroep biochemie, die gehuisvest was op het Wilhelmina Gasthuis-terrein in het toenmalige Jan Swammerdam Instituut, waarvan hij ook een tijd directeur was.
Van 1972-1980 was Borst tevens (in deeltijd) directeur van het dierfysiologisch instituut van de UvA waar hij de eerste afdeling voor moleculaire biologie opzette, binnen de faculteit biologie. Van 1979-1981 fungeerde Borst als voorzitter van de vakgroep biochemie (UvA).
In 1983 werd Borst wetenschappelijk directeur van het Nederlands Kanker Instituut, NKI / Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis, AVL en vanaf 1987 ook directievoorzitter. Hij hield een parttime aanstelling bij de UvA als bijzonder hoogleraar klinische biochemie en moleculaire biologie tot 2005. Bij zijn pensionering in 1999 trad hij af als directeur en werd hij staflid van het NKI-AVL. Dat is hij nog steeds. Tot 2016 was Borst direct betrokken bij eigen wetenschappelijk werk; toen was zijn onderzoeksgeld op.
Familie
De ouders van Piet Borst waren prof. dr. J.G.G. Borst, hoogleraar interne geneeskunde, Universiteit van Amsterdam, en Alida de Geus, tandarts. Hij was een zwager van Els Borst-Eilers.
Publieksactiviteiten
In zijn studententijd was Borst lid en bestuursvoorzitter van de toneelvereniging van het Amsterdamse studentencorps. Die toneelervaring kwam hem later in zijn colleges en in zijn wetenschappelijke voordrachten goed van pas. In 1954 werd Borst lid van de redactie van het Amsterdamse studentenblad Propria Cures (PC). Andere redactieleden in die tijd waren onder meer Renate Rubinstein, Aad Nuis, Joop Goudsblom en Jan Eijkelboom. De redactiestukken riepen vaak boze reacties op in de pers en leidden tot vragen in de Tweede Kamer. Het waren vooral de aanvallen op het (katholieke) geloof en op het incapabel geachte Indonesië-beleid van de regering, die consternatie gaven.
Eind jaren zeventig kwam Borst in de publiciteit als verdediger van de (inmiddels al lang ingeburgerde) nieuwe recombinant-DNA-technologie. De discussie liep hoog op en Borst was als een van de weinige biochemici bereid om de pers te woord te staan.
Van 1993 tot juni 2016 was Borst vierwekelijks wetenschappelijk columnist van NRC Handelsblad. In zijn columns schreef Borst over nieuwe ontwikkelingen in de geneeskunde en de biologie, wetenschapspolitiek, alternatieve geneeswijzen, pseudowetenschap, fraude in de wetenschap, en de relatie tussen wetenschap en religie. Na columns als: “Homeopathie”, “Jomanda”, “God? Nee dank u”, werd de redactie bestookt met ingezonden brieven. Een selectie van de columns verscheen in twee boeken: “De vioolspelende koe en andere muizenissen” (1999, Bert Bakker); en “Gezonde twijfel” (2010, uitgeverij Nieuwezijds, Amsterdam), met daarin een inleiding waarin Borst zijn jeugd en carrière beschrijft. Als directeur van het NKI-AVL droeg Borst bij aan de informatievoorziening over kanker, middels interviews, radio- en televisieprogramma’s en voordrachten.
Wetenschappelijk werk
De carrière van Borst (1958-2016) als wetenschappelijk onderzoeker omvatte de volgende onderzoeksterreinen:
Onderzoek aan kanker
Dit begon met zijn promotieonderzoek, waarin hij aantoonde dat de mitochondriën in kwaadaardige tumorcellen volstrekt normaal zijn, in tegenstelling tot wat de Duitse biochemicus Otto Warburg daarover had beweerd. Nadat hij in 1983 wetenschappelijk directeur werd van het NKI-AVL, begon Borst aan een onderzoek naar de wijze waarop kankercellen resistent worden tegen chemotherapie. Zijn lab vond dat transporteiwitten in de celmembraan die gebruikt worden door kankercellen om zich tegen chemotherapie te beschermen ook een belangrijke rol spelen bij de bescherming van normale weefsels tegen toxische stoffen, met name in de darm en in de bloed-hersenbarrière.
Aangeboren stoornissen in de stofwisseling
Als een zijlijn van zijn promotieonderzoek vond Borst in 1961 de malaat-aspartaat shuttle, ook nu nog weleens de Borst-cyclus genoemd. Later bleek deze cyclus een belangrijk onderdeel van de normale stofwisseling te zijn. In 1972 startte Borst een onderzoek over lysosomale stapelingsziekten, gericht op het vinden van een enzymvervangingstherapie. Dat onderzoek werd overgenomen door collega Jozeph Tager en deze onderzoekslijn loopt nog steeds in het huidige AMC in Amsterdam. In de jaren tachtig raakte Borst betrokken bij het onderzoek van de kinderartsen in het AMC naar peroxisomale ziekten, zoals het syndroom van Zellweger. De samenwerking leidde tot de ontwikkeling van de eerste prenatale test voor het syndroom van Zellweger, een onderzoekslijn die nu nog steeds doorloopt in het AMC. Recent startte Borst een onderzoek naar de oorzaak van pseudoxanthoma elasticum (PXE) en dit leidde in 2014 tot de identificatie van de oorzaak van deze mysterieuze ziekte. De oplossing van dit mysterie heeft ook nieuwe vormen van therapie voor deze aangeboren stofwisselingsstoornis dichterbij gebracht.
Vermenigvuldiging van virussen die bacteriën infecteren
Met Weissmann en Ochoa bestudeerde Borst als postdoc in New York de vermenigvuldiging van virussen die bacteriën infecteren. Dit leidde tot inzicht in de bijzondere eigenschappen van duplex-RNA en in de wijze waarop RNA virussen hun genetisch materiaal vermenigvuldigen.
Aanmaak van mitochondriën
Terug in Amsterdam in 1965, onderzocht Borst de aanmaak van mitochondriën. Met de elektronenmicroscopist Ernie van Bruggen vond hij dat vertebraat mitochondriaal DNA uit relatief kleine cirkels bestaat, die maar weinig genetische informatie bevatten, zodat het gros van de mitochondriale eiwitten door kerngenen gecodeerd moeten worden. Het DNA in gistmitochondriën bleek 5 maal groter en ook introns te bevatten. Het Borst-lab droeg ook bij aan de karakterisering van de synthese van mitochondriaal DNA en de genen daarin.
Eencellige parasieten, de kinetoplastida
In 1972 begon Borst met een nieuwe lijn van onderzoek over een groep van eencellige parasieten, de kinetoplastida, waartoe belangrijke parasieten van de mens zoals de trypanosomen en Leishmania behoren. Dit onderzoek begon met het bijzondere mitochondriale DNA van deze parasieten, waarin Borst een belangrijke nieuwe component ontdekte, maar werd uiteindelijk een hoofdlijn in zijn lab die tot een aantal ontdekkingen heeft geleid, zoals het glycosoom, een organel waarin het hele glycolytische systeem van kinetoplastida is opgeslagen; het mechanisme van de antigene variatie waarmee Afrikaanse trypanosomen weten te ontsnappen aan ons immuunsysteem; transsplicing; en een nieuwe bouwsteen in het DNA van deze organismen, base J. Hoe base J wordt aangemaakt in de cel en wat de functie er van is, heeft het Borst-lab uiteindelijk ook op weten te lossen.
Koninklijke onderscheidingen
- 1999 Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw
- 2007 Honorary Foreign Commander of the British Empire (CBE)
- ↑ https://www.ae-info.org/ae/User/Borst_Piet.
- ↑ https://biologicalsciences.uchicago.edu/lecture-series/ricketts.
- ↑ Robert Koch Award. Geraadpleegd op 21 augustus 2018.
- ↑ https://www.robert-koch-stiftung.de/index.php?article_id=16&clang=0.
- ↑ https://www.universiteitleiden.nl/en/about-us/facts-and-figures/laureates.
- ↑ Complete List of Royal Society Fellows 1660-2007; pagina('s): 42.
- ↑ https://laskerfoundation.org/award/special-achievement/.