Pierre Dugua

Pierre Dugua, Sieur de (heer van) Mons, (Royan, circa 1558 – Fléac-sur-Seugne, 1628) was een Franse koopman, ontdekkingsreiziger en kolonisator. Hij had een grote invloed op de eerste Franse pogingen om een kolonie te vestigen in Noord-Amerika.
Levensloop
Dugua werd geboren op het Château de Mons, als zoon van Guy Dugua en Claire Gourmand. Zijn familie was afkomstig uit Saintonge en protestants.
In zijn jeugd nam hij deel aan de strijd van de protestanten tegen de Heilige Liga. Als dank voor zijn steun gaf Hendrik IV, een hij koning was geworden, hem een plaats in zijn hofhouding.
Noord-Amerika
Hij werd aangetrokken door de Nieuwe Wereld en in 1598 verkocht hij enkele van zijn eigendommen waaronder het kasteel van Mons om een expeditie naar Noord-Amerika uit te rusten. Hij maakte samen met Pierre Chauvin een reis naar Tadoussac. Bij zijn terugkeer in Frankrijk in 1603 gaf koning Hendrik IV van Frankrijk hem voor tien jaar het exclusieve recht om gebieden te koloniseren in Noord-Amerika tussen 40 en 45 graden noorderbreedte. De koning gaf Dugua ook een handelsmonopolie in de pelshandel voor dit gebied, en benoemde hem tot luitenant generaal van de te vestigen kolonie, die ze Acadië noemden.
Dugua stichtte een handelscompagnie met handelaren uit Rouen, Saint-Malo en La Rochelle. In 1604 vertrok hij naar Noord-Amerika met twee schepen (Don de Dieu en Bonne Renommée) en honderd kolonisten, waaronder de cartograaf Samuel de Champlain. Zij vestigden een nederzetting op het eilandje Île Sainte Croix in de monding van wat nu de grensrivier is tussen de Amerikaanse staat Maine en de Canadese provincie New Brunswick. Het is ironisch dat dit eiland ten noorden van de 45e breedtegraad ligt. Veel kolonisten overleefden de strenge winter niet, ten dele door het gebrek aan vers voedsel en zoet water op het kleine eilandje. Daarom werd in het voorjaar besloten om de kolonie naar een betere locatie aan de andere kant van de Fundybaai te verhuizen. Deze kolonie werd Port Royal genoemd. Om te voorkomen dat hij zijn handelsmonopolie zou verliezen, zag Dugua zich gedwongen terug te keren naar Frankrijk. Hij rustte een schip uit om meer naar het zuiden een geschikte plaats te zoeken voor een nieuwe kolonie maar zonder resultaat. Intussen kreeg hij als protestant steeds meer kritiek en in 1607 trok Hendrik IV zijn handelsmonopolie in. De Franse kolonisten zagen zich gedwongen terug te keren naar Frankrijk.
In 1608 verkreeg Dugua van de koning het handelsmonopolie voor de duur van een jaar. Hij rustte een nieuwe expeditie uit, geleid door Champlain. Deze expeditie stichtte de stad Quebec. De koning beëindigde Dugua's monopolie in de pelshandel, maar deze zag kans de nieuwe kolonie aan de Saint Lawrence te redden door zijn handelspartners uit te kopen. Na de dood van Hendrik IV zag hij zich gedwongen zijn handelsmaatschappij op te heffen. In tegenstelling tot Champlain, die zich als protestant had bekeerd tot het katholicisme, genoot hij geen vertrouwen van de nieuwe koning Lodewijk XIII. In 1611 moest hij ook zijn positie als luitenant generaal opgeven.
Laatste jaren
Intussen was Dugua in 1610 benoemd tot gouverneur van Pons, een place de sûreté voor de protestanten. Dugua verkocht die post in 1618 en kocht het Château d'Ardennes in Fléac, waar hij zich terugtrok en tien jaar later overleed.[1][2]
Externe link
- ↑ (fr) Les illustres pontois. pons-ville.fr. Geraadpleegd op 24 januari 2024.
- ↑ (fr) Pierre Dugua de Mons (vers 1560-1628). Musée protestant. Geraadpleegd op 24 november 2025.