Armand Dufrénoy

Armand Dufrénoy
Armand Dufrénoy
Persoonlijke gegevens
Geboortedatum 5 september 1792Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats SevranBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 20 maart 1857Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats voormalig 12e arrondissement van ParijsBewerken op Wikidata
Beroep geoloog,[1] mineraloog,[1] professor[1]Bewerken op Wikidata
Lid van Franse Academie van Wetenschappen,[2] Société géologique de France, Turijnse Academie van Wetenschappen[3]Bewerken op Wikidata
Academische achtergrond
Alma mater École polytechnique (1811; 1813), Mines ParisTech, Lycée Louis-le-GrandBewerken op Wikidata
Wetenschappelijk werk
Prijzen en erkenningen Commandeur in het Legioen van Eer (10 oktober 1850),[4] Wollaston-medaille (1843),[5] Ridder in het Legioen van Eer (26 maart 1831),[4] Officier in het Legioen van Eer (15 oktober 1841)[4]Bewerken op Wikidata

Ours-Pierre-Armand Petit-Dufrénoy (Sevran (Seine-Saint-Denis), 5 september 1792 - Parijs, 20 maart 1857)[6] was een Franse geoloog en mineraloog.

Zijn moeder was de dichteres Adélaïde Billet Dufresnoy. Dufrénoy studeerde aan de École Polytechnique tot 1813 en daarna aan de Corps des Mines. Daarna werd hij hoogleraar mineralogie aan de École des Mines. Van 1836 tot 1857 was hij directeur van de laatste school. Hij was daarnaast ook hoogleraar aan de École des Ponts et Chaussées.

Samen met Léonce Élie de Beaumont studeerde hij onder André Brochant de Villiers, die beide studenten meenam op een wetenschappelijke reis naar Engeland en Schotland, om de mijnen van dat land te bestuderen en de technieken, waarmee eerder een geologische kaart van Engeland was gemaakt, eigen te worden. Van 1823 tot 1836 deden de drie geologisch onderzoek in Frankrijk om een geologische kaart van Frankrijk te maken. Daarnaast waren Dufrénoy en Élie de Beaumont van 1836 tot 1841 bezig de begeleidende tekst bij de kaart te schrijven. Publicatie volgde in twee volumes tussen 1841 en 1848, in 1873 zou een derde deel volgen. Samen met Élie de Beaumont publiceerde Dufrénoy verder nog Voyage Métallurgique en Angleterre (1827, over de stand van de metallurgie in Engeland), Mémoires pour servir a une description géologique de la France (vier delen, 1830-1838), en een onderzoek naar vulkanisme in het Centraal Massief (1833).

Dufrénoy schreef ook een rapport over de ijzermijnen van de Oostelijke Pyreneeën (1834) en een handboek over mineralogie (drie delen en een atlas, 1856-1959) waarin behalve chemische en fysische eigenschappen van mineralen ook hun geologische context wordt belicht. Een andere publicatie ging over de vulkanen rond Napels. Dufrénoy was lid van de Académie des Sciences en het Franse Legioen van Eer, hij was inspecteur-generaal van de Franse Staatsmijnen.

Dufrénoy haalde de collectie mineralen van René Just Haüy uit Londen naar Frankrijk, waar hij hem onderbracht in het muséum national d'histoire naturelle, dat onder zijn hoede een van de belangrijkste natuurhistorische musea ter wereld werd.

Het mineraal dufrenoysiet is naar hem genoemd.

Zie de categorie Armand Dufrénoy van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.