Phosphatodraco

Phosphatodraco
Status: Uitgestorven
Fossiel voorkomen: Laat-Krijt
Phosphatodraco mauritanicus
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Pterosauria
Onderorde:Pterodactyloidea
Familie:Azhdarchidae
Onderfamilie:Quetzalcoatlinae
Geslacht
Phosphatodraco
Pereda-Suberbiola et al., 2003
Typesoort
Phosphatodraco mauritanicus
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Phosphatodraco op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Phosphatodraco is een geslacht van uitgestorven pterosauriërs, behorend tot de groep van de Pterodactyloidea, dat tijdens het Laat-Krijt leefde in het gebied van het huidige Marokko. De enige benoemde soort is Phosphatodraco mauritanicus.

Vondst en naamgeving

Van 1997 af voert het Office Chérifien des Phosphates in samenwerking met het Ministerie voor Energie en Mijnbouw en ondersteund door het Franse Centre National de la Recherche Scientifique opgravingen uit in fosfaatlagen nabij Khouribga. In het voorjaar en de zomer van 2000 werden in het grote fosfaatbassin van Oulad Abdoun, dat stamt uit het Maastrichtien, resten gevonden van een pterosauriër, de eerste uit het Opper-Krijt van Noord-Afrika.

De typesoort Phosphatodraco mauritanicus werd in 2003 benoemd en beschreven door een team van Spaanse, Franse en Marokkaanse paleontologen: Xabier Pereda Suberbiola, Nathalie Bardet, Stéphane Jouve, Mohamed Iarochène, Baâdi Bouya en Mbarek Amaghzaz. De geslachtsnaam verwijst naar de fosfaatlagen waaruit het fossiel stamt en naar het Latijn voor draak, draco; de soortaanduiding naar Mauretania, de naam Latijnse naam in de klassieke oudheid voor het gehele gebied van Noordwest-Afrika.

Een vergelijking van de halswervels van Quetzalcoatlus links en Phosphatodraco (in situ) rechts

Het holotype, OCP DEK/GE 111 (eerder: OCP N1:1), bestaat uit een enkel blok, 98 centimeter lang en 34 centimeter breed, dat vijf enigszins verspreid liggende halswervels bevat en nog een niet te determineren stuk bot. De wervels zijn samengedrukt en beschadigd en zijn daarom niet volledig uit het substraat geprepareerd. De langste en voorste bewaard gebleven wervel, vermoedelijk de vijfde, is zo'n dertig centimeter lang. Ze tonen, hoewel vrij robuust, de typische bouw van de wervels van de Azhdarchidae: een totale reductie van de doornuitsteeksels en beperkte zijwaartse beweeglijkheid, het ontbreken van zijdelingse foramina pneumatica en het bezit van voorste groeven op de onderzijde. De achterste twee zijn echter atypisch lang met doornuitsteeksels en worden door de beschrijvers gezien als de voorste twee ruggenwervels die tot de achtste en negende halswervel zijn gemodificeerd — of, in de interpretatie van Stephen Christopher Bennett: halswervels die kenmerken van ruggenwervels hebben. De nek is de meest complete die van de azhdarchiden bewaard is gebleven.

Alexander Kellner stelde in 2010 dat de vermeende langere vijfde halswervel in feite de derde en de vierde wervel vertegenwoordigt. De breuk in de vijfde wervel zou dan de scheiding tussen twee voorgaande wervels zijn waarvan de verbindingsfacetten door beschadiging uitgewist zijn. In dat geval is de zesde wervel de vijfde, de zevende de zesde, de achtste de zevende en de negende de achtste.

In 2018 wees Nick Longrich nog eens twee halswervels toe, de specimina FSAC-OB 12, een vijfde wervel, en FSAC-OB 13. De wervel werd als een vijfde geïdentificeerd omdat die leek op de zesde wervel uit de oorspronkelijke beschrijving. Longrich volgde dus de interpretatie van Kellner.

In 2020 werd vermoed dat Tethydraco de vleugelelementen van Phosphatodraco vertegenwoordigt. Later kwam men daarop weer terug omdat het vleugelmateriaal gevonden in Marokko steeds variabeler bleek. De talrijke vondsten door de illegale fossielenhandel moeten worden aangekocht, systematisch geanalyseerd en gecombineerd voordat enigszins betrouwbare conclusies kunnen worden getrokken.

Beschrijving

De tellingen vergeleken

Phosphatodraco had volgens de oorspronkelijke schatting een vleugelspanwijdte van ongeveer vijf meter. Kellner stelt dat gezien de in feite kortere nek, geschat op 865 millimeter lang, deze schatting te hoog ligt. De nek zou zo'n vier meter lang geweest zijn.

In 2003 werd een aantal onderscheidende kenmerken aangegeven. Een achterste halswervel, vermoedelijk de achtste, is (met anderhalve meter) zeer langwerpig met een lengte van meer dan de helft van de vijfde halswervel en bezit een opvallend doornuitsteeksel dat bijna net zo hoog is als het wervellichaam, recht afgeschuind aan de top en sterk achterwaarts geplaatst. Bij de middelste halswervels bedraagt de verhouding tussen de maximale lengte van het wervellichaam en de voorste breedte gemeten tussen de voorste gewrichtsuitsteeksels ongeveer 4,3 (vijfde wervel) en 4,1 (zesde wervel).

De juistheid van deze kenmerken hangt af van de correctheid van de telling van de wervels. Volgens de interpretatie van Kellner klopt die niet. Alexandr Awerianow echter bevestigde ze echter omdat ze zijn eigen interpretatie van Russische losse wervels bevestigde. De zaak heeft ook relevantie voor de interpretatie van sommige Roemeense losse wervels, of die op een korte nek duiden of juist op een lange.

Fylogenie

De in 2018 toegewezen halswervel

Phosphatodraco is door de beschrijvers geplaatst in de Azhdarchidae.

De vorm is nauw aan Quetzalcoatlus verwant die een tijdgenoot van hem was; er is gesuggereerd dat beide soorten identiek zijn en Phosphatodraco dus een jonger synoniem is van Quetzalcoatlus. Die hypothese is tegenwoordig verlaten. Moderne analyses verschillen in de mate van verwantschap met Quetzalcoatlus maar meestal valt Phosphatodraco uit als zustersoort van Aralazhdarcho.

Een analyse uit 2022 had de volgende uitkomst.

Azhdarchidae 

Levenswijze

Voor azhdarchiden wordt tegenwoordig vaak het "superooievaar"-model aangenomen. Ze zouden hun voedsel, bestaande uit kleine prooien, lopend gevonden hebben.