Boschdijk 525
| Boschdijk 525 | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Het voormalige Philips hoofdkantoor te Eindhoven | ||||
| Locatie | ||||
| Plaats | Eindhoven | |||
| Adres | Boschdijk 525, 5621 JG Eindhoven | |||
| Onderdeel van | Beschermingsprogramma Wederopbouw 1959-1965 | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Status | in gebruik | |||
| Opening | 1964 | |||
| Gebruik | kantoorfunctie | |||
| Afmetingen | ||||
| Hoogte constructie | 66 m | |||
| Architectuur | ||||
| Stijlperiode | wederopbouwarchitectuur[1] | |||
| Bovengrondse etages | 15 | |||
| Bouwkundige informatie | ||||
| Architect(en) | Architectenbureau Roosenburg, Verhave, Luyt, De Jongh | |||
| Prijzen en erkenningen | ||||
| Monumentstatus | rijksmonument (22 juli 2021)[2] | |||
| Monumentnummer | 532524 | |||
| ||||
Boschdijk 525 is een in 1964 voltooide kantoortoren in het stadsdeel Woensel-Zuid in Eindhoven, in de Nederlandse provincie Noord-Brabant.
Het gebouw is gelegen aan de Boschdijk en was tot 2001 het hoofdkantoor van Philips Nederland. Het was tot 1999 het hoogste kantoor- of woongebouw van Eindhoven, maar raakte die positie kwijt bij de oplevering van De Regent.
Binnen Philips stond het gebouw bekend onder de naam VB, waarbij de V verwijst naar kantorenpark Vredeoord en de letter B de aanduiding is voor het gebouw. Zo waren er ook de gebouwen VA, VH, VP en VO op het kantorenpark.
Het bouwwerk bestaat behalve uit hoogbouw uit laagbouw, het werd 22 juli 2021 ingeschreven in het register van rijksmonumenten.[3][4]
Zie ook
Noten
- ↑ https://web.archive.org/web/20160522234729/http://cultureelerfgoed.nl/dossiers/wederopbouw/beschrijving-bouwwerken-1959-1965-per-thema; geraadpleegd op: 11 juni 2023.
- ↑ Rijksmonumentenregister; geraadpleegd op: 11 juni 2023; rijksmonumentnummer: 532524.
- ↑ Monumentnummer: 532524 Kantoor Philips Nederland Boschdijk 525 5621 JG te Eindhoven, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
- ↑ Oude Philips-hoofdkantoor in Eindhoven nu echt rijksmonument: ‘Een vergimmes duur gebouw’, zei meneer Frits ooit, Eindhovens Dagblad, 22 februari 2022
