Philibert Vernatti
%252C_by_Michiel_van_Mierevelt.jpg)
Philibert Vernatti (of Filibert Vernat), (Delft, 14 juli 1590 - circa 1646) was een Nederlands edelman en financier die in de 17e eeuw een rol speelde in de droogmakerij van Engelse moerassen.
Philibert was de oudste zoon van Gabriël Vernatti, een welgestelde houder van een bank van lening te Delft,[1] afkomstig uit Chieri in Savoye. Philibert schreef zich op 16 november 1610 in als rechtenstudent aan de Universiteit van Leiden en promoveerde in 1612 op het proefschrift De privatis et publicis criminibus. Vervolgens maakte hij reizen naar Engeland, Duitsland en Denemarken. Na zijn terugkeer naar Nederland verloofde hij zich in 1615 met Wyveke (of Wyvina, later Geneviva of Genoveva), dochter van Fop Pietersz. van der Meyden, een vermogend reder en burgemeester van Rotterdam. Vóór zijn huwelijk maakte hij samen met zijn broer Gabriël een reis naar Chieri, de stad waar zijn familie vandaan kwam, maar daar troffen zij geen verwanten meer aan, maar genoeg oude mensen die het geslacht goed kenden. Van Chieri reisden de beide broers naar Venetië, waar Philibert in de gunst van de regering wist te komen, die hem in oktober 1617 tot ridder in de Orde van San Marco sloeg. Mogelijk hadden Philibert en Gabriël zich aangesloten bij de hulpexpeditie die in 1616 onder leiding van graaf Johan Ernst van Nassau-Siegen naar Venetië trok; na de dood van de graaf (27 september 1617) trad Philibert in ieder geval op om diens zaken te regelen (januari 1618). In hetzelfde jaar 1618 trokken de broers verder naar Napels, waar zij in mei door de hertog van Osuna als spionnen werden gevangengenomen. Geruime tijd zaten zij opgesloten in een toren op zee, gedurende welke tijd Philiberts "haer van nature pickswart so witt als een swaen" was geworden. Dankzij de bemiddeling van een Vlaamse maîtresse van de hertog werden zij uiteindelijk uit hun gevangenschap bevrijd (januari 1619).
De beide broers lijken vervolgens via Venetië naar het vaderland te zijn teruggekeerd. Philibert vestigde zich te Delft en trouwde in 6 september 1620,[2][3] als "Philibert Vernatt, ridder der Orde van S. Marco van de Serenissime Seignorie van Venetia", met de eerder genoemde Wyveke van der Meyden, met wie hij twee dochters kreeg, Adriana en Genoveva. Na zijn huwelijk verhuisde hij naar Rotterdam, waar hij als een vermogend en invloedrijk man bekendstond, maar door diverse omstandigheden spoedig zijn fortuin verloor. Nadat zijn vrouw op 9 november 1624 in het kraambed was overleden, hertrouwde Philibert in 1626 te Rijswijk met Susanna Huysmans, een zeer vermogende, maar wat oudere weduwe. Met haar kreeg hij nog een zoon, Louis Philibert Vernatti (1628-1669). Met zijn tweede echtgenote woonde hij enige tijd in Ter Nieuburch, een hofstede in Rijswijk, die hij in 1624 had gekocht.

Philibert behoorde tot de grootste belanghebbenden en geldschieters van de droogmakerijen van Cornelis Vermuyden in Engeland en vestigde zich daar in 1628. Aanvankelijk had hij een actief aandeel in de droogmakerijen in de provincies Norfolk, Northhampton, Lincoln, Cambridge en York. In datzelfde jaar onderdrukte hij met een vijftigtal ruiters krachtig een oproer onder de inwoners van de Isle of Axholme-droogmakerijen. Een afvoerkanaal in Spalding, in het hart van het Fen District in Lincolnshire, werd naar hem vernoemd.
In 1635 had hij in de Hatfield Chase-droogmakerijen 3.150 acres grond in eigendom. Zijn gunst bij de koning blijkt uit een brief van Karel I van Engeland aan de Commissioners of Sewers van Hatfield Chase uit 1637. Ook noemde hij zich, toen hij in december 1630 te Rotterdam verbleef om de erfenis van zijn moeder te regelen, "Jhr. Filiberti Vernatti, Ridder, Edelman van de privé-kamer van Z. Majesteit van Groot-Brittannië, heer van Finningly en Athorp"; hij was namelijk door Karel I in de adelstand verheven. Bij de wet van 12 december 1631 werd hij, samen met vele anderen, genaturaliseerd als "partners with Sir Cornelius Vermuyden in the draining of Enfield Chase". Later kreeg hij onenigheid met Vermuyden en startte hij, samen met Mathew Valkenburg en anderen, een rechtszaak waarin van Vermuyden een bedrag van £20.000 werd geëist als vergoeding voor de kosten van het graven van de Dutch River.[4] Daarna schijnt Philibert zich meer bezig te hebben gehouden met het financieren van droogmakerijen en de verkoop van landerijen.
Op den duur gingen zijn ondernemingen echter ten gronde en kwam hij in financiële moeilijkheden. Op zijn hoeve ‘de Ridderhofstede’ in de Purmer werd beslag gelegd; uiteindelijk werd op 20 mei 1643 met de schuldeisers een akkoord bereikt, waarbij mr. Johan van der Meyden, oud-schepen van Rotterdam en voogd van de kinderen uit Philiberts eerste huwelijk, zich garant stelde voor de uitbetaling van de gelden. De hoeve werd vervolgens op 5 maart 1644 voor ƒ 51.000 verkocht.[5] Sir Philibert Vernatti overleed niet lang daarna.
Wetenswaardigheden
- Vernatti investeerde bovendien in de Schotse glasindustrie.[6]
- Vernatti, Sir Philibert (1) in Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 9 (1933) – P.J. Blok, P.C. Molhuysen
- E. A. van Beresteijn. Genealogie de Vernatti in De Nederlandsche Leeuw, jrg 34, 1916, no. 5, kol. 130
- ↑ Eene Bijdrage tot de Geschiedenis van het Geslacht Vernatti in De Nederlandsche Leeuw, jrg 30, 1912, no. 4, kol. 107
- ↑ Stadsarchief Delft, DTB Trouwen
- ↑ De Nederlandsche Leeuw 1912 jaargang 30, kol. 110
- ↑ De Dutch River in South Yorkshire was een nieuw gegraven afwateringskanaal dat vanaf 1635 het water van de River Don oostwaarts naar de Ouse leidde.
- ↑ De Nederlandsche Leeuw 1912 jaargang 30, kol. 109
- ↑ Turnbull, Jill (2001) The Scottish Glass Industry 1610-1750: "to Serve the Whole Nation with Glass Society Antiquaries Scotland, blz 101 e.v.