Patrick Cleburne

Patrick Cleburne
Generaal-majoor Cleburne
Generaal-majoor Cleburne
Bijnaam "Stonewall of the West"
Geboren 16 maart 1828
Ovens, County Cork, Ierland
Overleden 30 november 1864
Franklin, Tennessee
Rustplaats Helena Confederate Cemetery
Helena, Arkansas
Land/zijde V.K.
Geconfedereerde Staten van Amerika
Onderdeel British Army
Confederate States Army
Dienstjaren 1946-1849 (V.K.)
1861-1864 (CSA)
Rang korporaal (V.K.)
generaal-majoor (CSA)
Eenheid 41st Regiment of Foot (1846-1849)
Slagen/oorlogen Amerikaanse Burgeroorlog

Patrick Ronayne Cleburne (County Cork, Ierland 16 maart 1828Franklin, 30 november 1864)[1] was een Iers-Amerikaans militair. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog klom hij op tot de rang van generaal-majoor in het Confederate States Army. Hij diende aan het westelijk front.[2]

Cleburne die werd geboren in Ierland[1] wou in 1846 zijn studies voor arts beginnen aan de Trinity College Dublin maar slaagde niet voor zijn ingangsexamen. Hij nam dienst in het 41st Regiment of Foot in het British Army. Zijn regiment was gekazerneerd in Fort Westmorland op Spike Island. Cleburne was aanwezig toen Queen Victoria de nabijgelegen Cork Harbour bezocht. Hij nam in 1849 ontslag uit het leger en verhuisde naar de Verenigde Staten van Amerika. Na het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog koos hij de zijde van de Geconfedereerde Staten van Amerika. Hij nam dienst in de militie-eenheden als soldaat en klom op tot divisiecommandant. Hij nam deel aan verschillende militaire veldtochten en veldslagen waaronder de Slag bij Stones River, de Slag bij Missionary Ridge (Chattanoogaveldtocht) en de Slag bij Ringgold Gap. Hij stond bekend als de "Stonewall of the West". Hij sneuvelde tijdens de Tweede Slag bij Franklin in 1864.

Vroege jaren

Patrick Ronayne Cleburne werd geboren op 16 maart 1828 in Ovens, County Cork in Ierland. Hij was de tweede zoon van Dr. Joseph Cleburne, een protestantse dokter van Engels-Ierse afkomst. De moeder van Patrick overleed toen hij pas 18 maanden oud was. Op zijn vijftiende was hij wees. Hij wou net zoals zijn vader arts worden maar slaagde in 1846 niet in het ingangsexamen voor Trinity College of Medicine in Dublin. Hij nam dienst in het Britse leger en werd ingedeeld in het 41st Regiment of Foot. Als snel werd hij bevorderd tot korporaal.[3] Zijn regiment was gelegerd in Fort Westmorland op Spike Island. Het grote fort werd deels gebruikt als gevangenis. Door de miserabele omstandigheden van de gevangenen die opgesloten werden in het fort voor kruimeldiefstallen, die ze pleegden uit noodzaak tijdens de grote Ierse hongersnood, wou Cleburne naar de Verenigde Staten emigreren.

Hij nam in 1849, na drie jaar in het Britse leger, ontslag en verhuisde met zijn twee broers en een zus naar het beloofde land. Ze brachten een korte tijd in Ohio door voor ze zich definitief vestigden in Helena, Arkansas. Cleburne vond er werk als apotheker en werd als snel opgenomen in het sociale leven van het stadje.[3] Hij raakte bevriend met Thomas C. Hindman, die later eveneens generaal-majoor zou worden in het Confederate States Army. Samen met William Weatherly kochten Cleburne en Hindmand in december 1855 de Democratic Star op.

Na een politiek debat met leden van de Know-Nothingpartij raakten Cleburne en Hindman op weg naar hun huis gewond tijdens een schietpartij. Cleburne werd geraakt in de rug maar kon nog een aanvaller neerschieten en doden. Toen Cleburne in elkaar zakte lieten de aanvallers hun slachtoffers achter. Tijdens het daaropvolgende proces werden Cleburne en Hindman vrijgesproken. Om te bekomen trokken ze naar het huis van de ouders van Hindman in Mississippi.[4] Tegen 1860 had Cleburne de Amerikaanse nationaliteit gekregen, had hij rechten gestudeerd en had hij een advocatenkantoor geopend in Helena.[5]

Amerikaanse Burgeroorlog

Tijdens de crisis die zou leiden tot de secessie van verschillende Zuidelijke staten en uiteindelijk de Amerikaanse Burgeroorlog koos Cleburne voor de Geconfedereerde Staten van Amerika. Het was niet uit een voorliefde voor slavernij, waavoor hij naar eigen zeggen geen affiniteit mee had,[6] maar omdat hij dankbaar was voor de warmte, liefde en kansen die hij had gekregen toen hij zich vestigde in de Zuidelijke staten. Hij nam dienst als gewoon soldaat in de Yell Rifles, een eenheid van de militie. Cleburne werd als snel tot kapitein verkozen.[4] Hij was de aanvoerder van een peloton die de U.S. Arsenal in Little Rock innam in januari 1861. Toen ook Arkansas zich afscheurde van de Verenigde Staten werd de Yell Rifles op genomen in de 1st Arkansas Infantry Regiment. Zijn regiment werd ingedeeld bij de eenheden van William Hardee. Ze kregen hun training in noordoostelijk Arkansas en werd ingezet voor korte operaties in het zuidoosten van Missouri. Daarna kregen ze in de herfst van 1861 de opdracht om de Mississippi over te steken en zich aan te sluiten bij het Army of Central Kentucky onder leiding van generaal Albert Sidney Johnston. De 1st Arkansas kreeg toen ook een nieuwe naam, namelijk de 15th Arkansas. Cleburne werd op 4 maart 1862 bevorderd tot brigadegeneraal.[4]

Slag bij Missionary Ridge op 25 november 1863
 Zuidelijken
 Noordelijken
Standbeeld van Cleburne bij Ringgold Gap, Georgia gemaakt door beeldhouwer Ron Tunison[7]

Johnston trok zijn leger samen in Mississippi en maakte plannen om de Noordelijken, onder leiding van generaal-majoor Ulysses S. Grant, aan te vallen bij Pittsburg Landing. Op 6 april 1862 voerden de Zuidelijken een verrassingsaanval uit bij Shiloh. Cleburne voerde een brigade aan die aan de linkerflank van de Zuidelijke slaglinie vocht. Ook tijdens het daaropvolgende Beleg van Corinth had Cleburne de leiding over een brigade. In augustus werd zijn eenheid overgebracht naar Tennessee ter voorbereiding van Braggs Kentuckyveldtocht. Cleburnes eenheid werd gedetacheerd naar generaal-majoor Edmund Kirby Smith die de speerpunt zou vormen van de invasie. Tijdens de Slag bij Richmond werd Cleburne geraakt door een Minié-kogel in de wang. De kogel raakte enkele tanden en verdween door zijn open mond. Hij werd afgevoerd maar was genoeg hersteld om begin oktober 1862 deel te nemen aan de Slag bij Perryville.[8] Toen het Army of Tennessee zich had teruggetrokken na de slag werd Cleburne begin december 1862 bevorderd tot generaal-majoor.[2] Hij voerde zijn divisie aan tijdens de Slag bij Stones River waarbij de Noordelijke rechterflank gebroken werd en ze de vluchtende Noordelijke soldaten meer dan 4 km achtervolgden.

Ook tijdens de verschillende veldtochten in Tennessee in 1863 werd Cleburnes divisie veelvuldig ingezet. Ze vochten mee tijdens de grote Zuidelijke overwinning bij Chickamauga. Zijn divisie kon een veel grotere Noordelijke strijdmacht onder leiding van generaal-majoor William T. Sherman weerstaan tijdens de Slag bij Missionary Ridge en opnieuw bij Ringgold Gap in Georgia toen ze de Zuidelijke aftocht naar Tunnel Hill beschermden. Voor deze acties werd Cleburne en zijn divisie officieel bedankt door het Zuidelijke Congres.[8]

Voor de manier waarop Cleburne de terreinomstandigheden kon lezen en in zijn voordeel gebruiken om zo telkens opnieuw de Noordelijke aanvallen of bewegingen te verstoren, kreeg hij de bijnaam "Stonewall of the West". Noordelijke troepen zagen liever niet zijn blauwe vlag verschijnen voor hun slaglinie.[9] Generaal Robert E. Lee verwees naar hem als "een meteoor die veschijnt en de bewolkte hemel verlicht".[10]

Voorstel van Cleburne om Afro-Amerikanen op te nemen in de rangen van het leger

Eind 1863 besefte Cleburne dat de Zuidelijke staten de oorlog aan te verliezen waren door een tekort aan mankracht en middelen.[11] In 1864 bracht hij de verschillende generaals van het Army of Tennessee bijeen om een voorstel in te dienen voor een algemene emancipatie van de slaven om zo een nieuwe bron van manschappen voor het leger te kunnen aanboren en het tij in de oorlog ten goede te keren.[12][13] Cleburne argumenteerde dat emancipatie niet gelijk was aan gelijkheid tussen blank en zwart.[14] Zijn voorstel werd beleefd maar stilzwijgend aanhoort. [11] Toen de inhoud van zijn voorstel ook buiten het Army of Tennessee bekend werd, werd hij door brigadegeneraal William H. T. Walker afgeschilderd als een abolitionistische samenzweerder die de fundamenten van de Zuidelijke staten aanviel. Hij kon generaal Braxton Bragg ervan overtuigen om Cleburne geen promotie meer te geven. In de zomer van 1863 werd hij drie keer genegeerd om gepromoveerd te worden tot luitenant-generaal. Cleburne bleef tot aan zijn dood een generaal-majoor.[15]

Overlijden

Tweede slag bij Franklin

Net voor het nieuwe oorlogsseizoen zou beginnen in 1864 verloofde Cleburne zich met Susan Tarleton uit Mobile, Alabama.[16] Het huwelijk zou nooit voltrokken worden. Cleburne werd op 30 november 1864 gedood tijdens de Tweede Slag bij Franklin. Hij werd het laatst gezien nadat zijn paard werd geraakt en hij met zijn zwaard in de hand oprukte naar de Noordelijke linies.[17] Uit latere verslagen bleek dat zijn lichaam werd gevonden op enkele meters van de Noordelijke slaglinie. Zijn lichaam werd naar een veldhospitaal gebracht langs de Columbia Turnpike. Uit Zuidelijke documenten bleek dat hij gedood was door een kogel in de buikstreek[2] of in het hart. Toen Zuidelijke soldaten zijn lichaam terugvonden in het verlaten veldhospitaal waren al zijn persoonlijke bezittingen geroofd waaronder ook zijn zwaard, laarsen en zakhorloge.[18]

Monument ter ere van Cleburne in Franklin
St. John's Episcopal Church

Uit een brief, geschreven door een rechter met de naam Mangum aan generaal-majoor Benjamin F. Cheatham, bleek dat het stoffelijk overschot initieel begraven werd in het Rose Hill Cemetery in Columbia, Tennessee. Op aandringen van de legeraalmoezenier bisschop Quintard en Mangum, die naast zijn zakenpartner ook in Cleburnes staf werkte, werd het stoffelijk overschot overgebracht naar de St. John's Episcopal Church bij Mount Pleasant waar het zes jaar zou rusten. In 1870 werd het lichaam met veel luister herbegraven in Helena, Arkansas op het Helena Confederate Cemetery.[19]

Nalatenschap

Er werden verschillende plaatsen naar hem vernoemd zoals Cleburne County in Alabama en Cleburne County in Arkansas. In de stad Cleburne in Texas werd er een standbeeld opgericht.[20] De plaats waar hij sneuvelde werd bewaard en ingericht als een park.

De Patrick R. Cleburne Confederate Cemetery in Jonesboro, Georgia is een begraafplaats die naar de generaal werd vernoemd.[21]

Zie ook

Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)