Pasłęk

Dit artikel gaat over de plaats Pasłęk. Voor de gelijknamige gemeente zie Pasłęk (gemeente).
Pasłęk
Preußisch Holland
Stad in Polen Vlag van Polen
Wapen van Pasłęk
Pasłęk (Polen)
Pasłęk
Situering
Woiwodschap Ermland-Mazurië
District Elbląski
Gemeente Pasłęk
Coördinaten 54° 4 NB, 19° 40 OL
Algemeen
Oppervlakte 11,39 km²
Inwoners
(2005)
12.195
(1071 inw./km²)
Overig
Postcode 14-400
Identificatiecode 28040
Website Officiële website
Foto's
stadhuis
stadhuis
Portaal  Portaalicoon   Polen

Pasłęk ([ˈpaswɛŋk]; Nederlands: Pruisisch Holland; Duits: Preußisch Holland) is een stad in het Poolse woiwodschap Ermland-Mazurië, gelegen in de powiat Elbląski. De oppervlakte bedraagt 11,39 km², het inwonertal 12.195 (2005).

Geschiedenis

De oorspronkelijke bewoners, de (Oude) Pruisen, noemden deze plaats pa-assis lukis wat in het oudpruisisch woonplaats van de hoofdman betekent. De Duitse Orde bracht het gebied in het tweede kwart van de 13de eeuw onder haar controle. In 1288 besloot Meinhard von Querfurt, de landmeester van de Orde, de moerasgebieden bij Pasluk droog te laten leggen door Hollanders en in 1297 werd de plaats een stad met de naam (Preußisch) Holland. Er werd een burcht gebouwd en de stad kreeg een stenen wallen. Toen de strijd tussen de Duitse Orde en de koning van Polen uitbrak, werd ze in 1410 door de Polen bezet. De stad werd terugveroverd en in 1414 opnieuw belegerd. Na de opstand van steden tegen het gezag van de Duitse Orde werd in 1466 bij de Tweede Vrede van Thorn het staatsgebied van de Orde verdeeld. Oost-Pruisen bleef bij de Orde en West-Pruisen kwam bij Polen. Dat bracht in Pruisisch Holland nog geen definitieve vrede want in 1520 werd de stad opnieuw belegerd en de burcht verwoest.

Nadat in 1525 de Ordensstaat zich seculariseerde en overging in het lutherse hertogdom Pruisen ontwikkelde Pruisisch-Holland zich door calvinistische en mennonitische vluchtelingen toegang te geven: Nederlanders, Friezen, Schotten en Franse hugenoten. De mennonieten vestigden zich vooral in dorpen in de omgeving, de andere immigranten werden opgenomen in de Pruisisch-Duitse burgerij.

Tijdens de Pools-Zweedse oorlogen had koning Gustaf Adolf in de stad een steunpunt. Een pestepidemie en branden teisterden de stad en ook nieuwe oorlogen in de 18de eeuw waren slecht voor de economische ontwikkeling. Rond 1800 woonden er ca. 3.000 mensen in Pruisisch-Holland. Ook na de aanleg van de Pruisische Oostspoorweg tussen Berlijn en Koningsbergen in 1884 was er geen sprake van veel economische groei, omdat het nabije Elbing (Elbląg) zich ontwikkelde als industrieel centrum voor de wijde omgeving.

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog vluchtten de inwoners begin 1945 bij de komst van het Sovjetleger. Degenen die achterbleven werden later dat jaar verdreven door de Poolse autoriteiten en vervangen door Polen en Oekraïners. Een groot deel van de oude stad werd verwoest. De naam van de stad werd na de oorlog gewijzigd in de oorspronkelijke Pruisische naam Pasłęk.

Verkeer en vervoer

Geboren

  • Joachim Friedrich Henckel (1712–1779), chirurg en lid Preußischen Akademie der Wissenschaften in Berlijn
  • Victor Valois (1841–1924), admiraal van de keizerlijke marine
  • Hugo Wilhelm Traugott Erdmann (1862-1910), scheikundige
  • Eduard Wilhelm Franz Anderson (1873–1947), museumdirecteur en beheerder van kunstverzamelingen in Königsberg
  • Lotte Laserstein (1898–1993), schilderes, week voor de nazi’s uit naar Zweden en later naar Amerika; haar werk lag aan de basis van de collectie van het National Museum of Women in the Arts


Zie de categorie Pasłęk van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.