Paramaccakreek

Paramaccakreek
Bron 4°51′NB, 54°28′WL
Monding 4°50′NB, 54°55′WL
Afvloeiing via Marowijnerivier
Plaatsen Sebedoekondre (Krikimofo)
Stroomt door ressortgrens Paramacca en Tapanahony
Bevaarbaar vrijwel niet meer door goudwinning
Coördinaten 4° 51 NB, 54° 34 WL
Paramaccakreek (Suriname (hoofdbetekenis))
Paramaccakreek
Portaal  Portaalicoon   Geografie
Suriname

Paramaccakreek is een zijrivier van de Marowijnerivier in Suriname. De kreek mondt uit ter hoogte van Sebedoekondre (ook wel Krikimofo, vertaald: kreekmonding).[1]

De Paramaccakreek ontspringt in het Nassaugebergte. In de rivier werden volgens de biologen Leeanne E. Alonso en Jan H. Mol zes vissoorten aangetroffen die nog niet door de wetenschap waren beschreven. Ze pleitten in 2007 voor bescherming van de kreek en de zijarm IJskreeg.[2]

Begin 21e eeuw vindt er kleinschalige goudwinning in de benedenloop van de kreek plaats, waardoor de kreek daar dichtgeslibd en vervuild is. Hiervoor werden ook illegaal skalians gebruikt,[1] die door de overheid werden vernietigd.[3]

De kreek speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van de Paramaccaners. Nadat zij vertrokken uit het gebied rond de Tempatiekreek, aan de andere zijde van het Nassaugebergte, hielden zij zich lange tijd op langs de Paramaccakreek. Deze kreek zakten ze geleidelijk aan af en uiteindelijk vestigden zij zich vermoedelijk in 1876 langs de Marowijnerivier. Dit is volgens de Encyclopaedie van Nederlandsch West-Indië de datum die voorouders vertelden aan de expeditiereiziger Willem Lodewijk Loth. Het eerste dorp dat zij vestigden heette Amoesa. Van daaruit vertrokken de verschillende lo's (clans) om eigen dorpen te vestigen. Volgens surinamist Ben Scholtens verlieten ze het Tempatiegebied omdat ze zich bedreigd zouden hebben gevoeld door de Aukaners. Hij beschreef dat ze in 1810 bij de Paramaccakreek waren aangekomen en in 1876 doortrokken naar de Marowijnerivier, omdat ze toen pas op de hoogte waren van de afschaffing van de slavernij (1863).[1]