Pannegia
De Pannegia was een Grieks cementschip dat op 25 mei 1956 betrokken raakte bij een al jaren slepend conflict tussen Egypte en Israël met betrekking tot de vrije doorvaart door het Suezkanaal en het uitroepen van de staat Israël. Egypte erkende Israël niet, zowel om Arabisch-nationalistische redenen als omdat het land afbreuk deed aan eigen machtspositie in het Midden-Oosten. Het systematisch tegenhouden, doorzoeken en gijzelen van schepen, met bemanning, die door het kanaal op weg waren naar Israël, of onder Israëlische vlag voeren, was staand beleid vanaf 1948. Op deze manier probeerde Egypte Israël te dwarsbomen en daarnaast de Fransen en Britten, die het kanaal exploiteerden, een hak te zetten. De Israëlische geheime dienst testte regelmatig de blokkade door schepen te charteren.
Het Griekse schip was 25 mei 1956 met 520 ton cement onderweg van de Israëlische havenstad Haifa naar Eilat toen het bij het Suezkanaal werd tegengehouden en gegijzeld. Ook de bemanning, waaronder kapitein Koutales Costa, werd vastgehouden. Hun werd de toegang tot de vaste wal ruim drie maanden lang ontzegd, ondanks de steeds slechter wordende situatie aan boord van het schip. Een gebrek aan vers drinkwater en slechte hygiëne leidden tot het uitbreken van ziekten. De situatie kwam slechts zijdelings aan bod binnen de VN veiligheidsraad. Op 13 oktober 1956 legde de Israëlische ambassadeur, Abba Eban een verklaring af voor de veiligheidsraad, waarin hij wees op het recht van vrije doorgang, zoals afgesproken tijdens de Conventie van Constantinopel van 2 maart 1888 (geëffectueerd december 1888).
De gijzeling wordt wel voorgesteld als een katalysator in de Suezcrisis, maar was geen aanleiding voor de oorlog die op 29 oktober 1956 uitbrak tussen Israël, Frankrijk en Groot-Brittannië enerzijds, en Egypte anderzijds; de aanval op Egypte was al veel eerder gepland. De Pannegia en bemanning werden uiteindelijk vrijgelaten en een eerste staakt-het-vuren in de oorlog werd opgelegd op 5 november.