Otiorhynchus smreczynskii
| Otiorhynchus smreczynskii | ||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||||||||||
| Otiorhynchus smreczynskii Cmoluch, 1968 | ||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
Otiorhynchus smreczynskii is een kever uit de familie van de snuitkevers (Curculionidae).[1] De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst voorgesteld door Zdzisław Cmoluch in een publicatie uit 1968.
Verspreiding
Verondersteld wordt dat de soort oorspronkelijk alleen voorkwam in een gebied ten noorden van de Zwarte Zee bestaande uit Oost-Oekraïne, Zuidoost-Roemenië, Moldavië en Zuidwest-Europees Rusland. De soort heeft zich van daaruit via import van plantenmateriaal in westelijke en noordelijke richting verspreid en komt nu ook voor in Zuid-Zweden, Denemarken, Nederland, Duitsland, Zwitserland, Polen, de Baltische Staten en Wit-Rusland. Daarnaast komt de soort ook in delen van Siberië voor.[2] In Nederland is de soort voor het eerst waargenomen op 24 augustus 2011 in Katwijk aan Zee. De soort zou mogelijk met Duitse toeristen zijn meegelift.[3]
Waardplanten
De larven voeden zich met de wortels van planten diverse families. De volwassen kever voedt zich met de bladeren van Aronia melanocarpa, Cornus sanguinea, Crataegus crus-galli, Cydonia oblonga, Laburnum anagyroides, Ligustrum ovalifolium, Ligustrum vulgare, Lonicera pileata, Ribes alpinum, Ribes aureum, Ribes sanguineum, Robinia pseudoacacia, Rosa chinensis, Spiraea chamaedryfolia, Spiraea hypericifolia, Syringa joskaea, Syringa villosa, Syringa vulgaris en Viburnum bodnantense.[4]
Biologie
Otiorhynchus smreczynskii is een vleugelloze, nachtactieve soort, die zich maagdelijk voortplant. De volwassen kever is vanaf eind april tot half oktober actief.[3] De soort is weinig mobiel. De dagelijkse verplaatsing houdt niet meer in dan een gang vanaf de bodem naar de bladeren van de waardplant of naar een nabijgelegen tuin.[2]
- Alonso-Zarazaga, M.A., Barrios, H., Borovec, R., Bouchard, P., Caldara, R., Colonnelli, E., Gültekin, L., Hlaváč, P., Korotyaev, B., Lyal, C.H.C., Machado, A., Meregalli, M., Pierotti, H., Ren, L., Sánchez-Ruiz, M., Sforzi, A., Silfverberg, H., Skuhrovec, J., Trýzna, M., Velázquez de Castro, A. J. & Yunakov, N. (2023). Cooperative Catalogue of Palaearctic Coleoptera Curculionoidea. - Monografías electrónicas. Sociedad Entomologica Aragonesa. 2nd ed., Vol. 14, 780 pp. pag. 337.
- ↑ Otiorhynchus smreczynskii op het Nederlands Soortenregister. Geraadpleegd op 4-11-2025.
- 1 2 Gosik, R. & Sprick, P. & Wrzesień, M. & Dzyr, A. & Krstic, O. & Tosevski, I. (2023). Developmental Biology and Identification of a Garden Pest, Otiorhynchus (Podoropelmus) smreczynskii Cmoluch, 1968 (Coleoptera, Curculionidae, Entiminae), with Comments on Its Origin and Distribution - Insects. 14. 360. 10.3390/insects14040360.
- 1 2 Heijerman, Th. & Burgers, J. (2015). Otiorhynchus smreczynskii, weer een nieuwe snuitkeverexoot aangetroffen in Nederland (Coleoptera: Curculionidae) - Entomologische berichten 75 (4) 2015.
- ↑ Willem N. Ellis (2001-2025) Otiorhynchus smreczynskii Cmoluch, 1968 - Plantparasieten van Europa - bladmineerders, gallen en schimmels. Geraadpleegd op 4-11-2025.