Oscar Louis Helfrich

Oscar Louis Helfrich
Oscar Louis Helfrich
Algemene informatie
Geboortedatum 6 oktober 1860Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats Serang
Overlijdensdatum 29 april 1958Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Voorburg
Werk
Beroep koloniaal ambtenaar,[1][2] etnograaf,[2] etnoloog,[2] taalkundige,[2] archivaris,[2] bibliograaf,[2] redacteur[2]Bewerken op Wikidata
Werkgever(s) Ministerie van Koloniën
Werkplaats Jambi, Bengkulu, Willemstad
Functies resident van Djambi, resident van Benkoelen, Gouverneur van Curaçao
Familie
Kinderen Oscar Louis Alexander Helfrich
Persoonlijk
Talen Nederlands, Engganees
Diversen
Lid van Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, Koninklijk Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen
Archieflocatie(s) Universiteitsbibliotheek Leiden[3]Bewerken op Wikidata
De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata.
U kunt die informatie bewerken.
Capitulatie van Djambi

Oscar Louis Helfrich (Serang, 6 oktober 1860Voorburg, 29 april 1958) was een Nederlands koloniaal bestuurder en etnoloog in Nederlands-Indië. Hij was onder meer resident van Djambi en Benkoelen en gouverneur van Curaçao (1919–1921).[4][5]

Leven en loopbaan

Helfrich werd geboren in Serang op Java als zoon van officier van gezondheid Conrad Helfrich en Jeannette Caroline Couvreur. Hij volgde zijn schoolopleiding in Leiden en werd opgeleid voor de Oost-Indische bestuursdienst.[4]

Na terugkeer in Nederlands-Indië in 1881 werd hij geplaatst bij het Binnenlands Bestuur. In de residentie Benkoelen (onder meer in Kroë en later Manna en Passemah Oeloe Manna) verrichtte hij onderzoek naar taal, adat en materiële cultuur en publiceerde daarover in wetenschappelijke tijdschriften en reeksen.[6] Later diende hij onder meer in Atjeh en Zuid-Tapanoeli. In Djambi nam hij deel aan tochten en patrouilles tegen de aanhang van de voortvluchtige sultan Taha. Na de inlijving werd in 1906 een residentie Djambi ingesteld, waarvan hij de eerste resident werd. Hij stelde er onder meer een leidraad voor toepassing van adatrecht op, bekend als de Oendang-oendang van Djambi.[4][6]

Van 1909 tot 1912 was Helfrich resident van Benkoelen; daarna ging hij met pensioen.[5] Zijn pensioentijd werd onderbroken doordat hij in 1919 werd benoemd tot gouverneur van Curaçao. Helfrich vervulde deze functie van 13 juni 1919 tot 15 juni 1921.[5][7][8] In latere jaren woonde hij in Voorburg en bleef hij actief op het terrein van bibliografie, documentatie en de commissie voor het adatrecht; hij werd erelid van het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde.[6][4]

Onderzoek, publicaties en verzamelingen

Helfrich publiceerde over onder meer de Lampongse taal, het Engganees en folklore uit Zuid-Sumatra. Daarnaast stelde hij bibliografieën samen en werkte hij mee aan het Koloniaal Tijdschrift.[4][6]

Hij legde ook etnografische en fotografische verzamelingen aan. Volgens tijdgenoten schonk hij omvangrijke collecties en documentatie aan onder meer het Bataviaasch Genootschap en het Museum van Volkenkunde in Leiden, doorgaans met uitvoerige beschrijvingen.[6][4]

Selectie van publicaties

  • Bijdrage tot de geographische, geologische en ethnographische kennis der afdeeling Kroë (verschenen in Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde).[6]
  • De eilandengroep Engano (verschenen in het Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap).[6]
  • Bijdragen tot de kennis van het Midden-Maleisch (Bĕsĕmahsch en Sĕrawajsch dialect) (1904).[4][6]
  • Uit de folklore van Zuid-Sumatra (1927).[4][6]