Orientus ishidae

oosterse mozaïekdwergcicade
Imago
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse:Insecta (Insecten)
Onderklasse:Pterygota (Gevleugelde insecten)
Orde:Hemiptera (Halfvleugeligen)
Onderorde:Auchenorrhyncha (Cicaden)
Infraorde:Cicadomorpha (Zingcicadeachtigen)
Superfamilie:Membracoidea
Familie:Cicadellidae (Dwergcicaden)
Onderfamilie:Deltocephalinae
Geslachtengroep:Athysanini
Geslacht:Orientus
Soort
Orientus ishidae
Matsumura, 1902
Originele combinatie
Phlepsius ishidae
Synoniemen
  • Phlepsius tinctorius Sanders & Delong, 1919
  • Phlepsius ishidai (Matsumura, 1902)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

Orientus ishidae (oosterse mozaïekdwergcicade) is een cicade uit de familie van de dwergcicaden (Cicadellidae). De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst voorgesteld als Phlepsius ishidae door Shōnen Matsumura in een publicatie uit 1902.[1] De soort is vernoemd naar de Japanse entomoloog Masato Ishida (1877–1940), die het eerste specimen van deze soort heeft gevonden (in Sapporo).

Kenmerken

De oosterse mozaïekdwergcicade meet 4,3 tot 6,5 millimeter. De voorvleugels zijn hoofdzakelijk geelbruin en vertonen als gevolg van de donkere adering en donkere dwarsstreping een mozaïekpatroon.

Verspreiding

Deze soort komt oorspronkelijk in Oost-Azië voor waaronder het Russische Verre Oosten, Korea, Japan, Taiwan en de Filipijnen. De soort is begin jaren '50 geïntroduceerd in het oostelijk deel van Canada en de Verenigde Staten[2] en later in Europa. In 1998 is deze soort voor het eerst in Noord-Italië aangetroffen en van daaruit heeft de soort zich verspreid over een groot deel van Europa. De oosterse mozaïekdwergcicade is in Nederland voor het eerst in 2009 waargenomen en in België voor het eerst in 2017.[3]

Biotoop

In Nederland komt de oosterse mozaïekdwergcicade voornamelijk voor in stedelijk gebied, langs rivieren, in bosranden en in heggen. In Italië ook bij wijngaarden en appelboomgaarden.[2]

Levenswijze

De soort kent één generatie per jaar. De volwassen dieren vliegen van juni tot in oktober met een piek in augustus. De soort overwintert als ei onder de schors van verschillende soorten bomen.

Waardplanten

De larven en en volwassen dieren leven op:

De oosterse mozaïekdwergcicade kan het Flavescence dorée fytoplasma overdragen op wijnstok, waardoor de druivenplanten worden aangetast.[3]