Oranjegeel kaalkopje
| Oranjegeel kaalkopje | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Leratiomyces laetissimus (Hauskn. & Singer) Borov., J. Stříbrný, Noordel., Gryndler & Oborník (2011 [1]) | ||||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||||
|
Psilocybe laetissima | ||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
Het oranjegeel kaalkopje (Leratiomyces laetissimus) is een schimmel die behoort tot de familie Strophariaceae. Dit kaalkopje leeft als terrestrische saprotroof, meestal in kleine groepjes, op humus, grasresten in schrale, weinig bemeste graslanden. In de duinen groeit de paddenstoel vooral in de zeereep bij helm. Het oranjegeel kaalkopje is een Europese soort,[2] die in Nederland matig algemeen voorkomt. Hij staat op de rode lijst in de categorie 'Kwetsbaar'.[3]
Kenmerken
Uiterlijk
- De hoed heeft een diameter van 10 tot 30 mm. De hoed is helder geel-oranje, niet doorschijnend gestreept met een ronde of puntige umbo [4].
- De lamellen staan vrij dicht opeen en zijn breed aangehecht. De kleur is bleek grijs en later worden ze purperbruin met een bijna witte, rafelige lamelsnede [4].
- De sporenafdruk is zwartbruin [4].
Microscopisch
De sporen zijn langwerpig tot eivormig, in vooraanzicht soms ongeveer de vorm van een zeshoek en meten 10,0-14,0 × 7,0-9,0 × 6,0-8,0 µm. Cheilocystidia zijn flesvormig met smal tot vrij breed onderste deel en meten 15-30 × 4,0-8,0(-10,0) µm.[4]

