Opsinjoorke

Opsinjoorke, originele pop in Mechelen
Gooien van het Opsinjoorke door volksdansgroep Tijl Uylenspiegel in Sint-Katelijne-Waver.

Opsinjoorke (ook wel op-sinjoorke[1] geschreven) is een fictieve figuur uit de Vlaamse en Mechelse folklore.

Omschrijving

Opsinjoorke is een kort (een meter[1]) dik mannetje met een snor. Hij symboliseert de eeuwige dronkenlap die zijn vrouw afranselt. Als straf wordt hij door zijn buren op een grote doek in de lucht gegooid en weer opgevangen.

Traditiegetrouw neemt Mechelen jaarlijks een houten pop die Opsinjoorke voorstelt mee tijdens grote praalstoeten en ommegangen. Men draagt hem op een grote lijnwaden doek en smijt hem hiermee in de lucht. Op dezelfde wijze vangt men hem ook weer op.

Geschiedenis

El pelele uit 1792 door Francisco Goya

De wortels van Opsinjoorkes bestaan bevinden zich in Spanje. Het land kent een soortgelijke traditie rond een mannetje genaamd El Pelele. In het Madrileense Pradomuseum valt op een schilderij van Francisco Goya uit 1792 overigens ook een tafereel te zien waarbij iemand op een doek de lucht in gesmeten wordt.[2]

In 1647 sneed Valentyn van Lanscroon de pop uit hout en gaf hem de naam "sotscop" (zotskop).[2] Deze titel zou de komende decennia veranderen in meer denigrerende namen als "vuilen bras", "vuilen bruidegom" of "vuilen bruid".

Sinds 1986 siert een bronzen standbeeld de Grote Markt van Mechelen. Op het plein voor de Sint-Romboutskathedraal is in 2015 een geel polyester beeld van meer dan een ton van Opsinjoorke geplaatst dat dient als speeltoestel.

In 2022[3] was de originele Opsinjoorke-pop voor het eerst in meer dan tien jaar te bewonderen in het museum Hof van Busleyden.

Etymologie van Opsinjoorkes naam

Tijdens de processie van 4 juli 1775 kreeg de pop via een incident definitief haar naam. Toen de stoet de Sint-Katelijnestraat aandeed vloog Opsinjoorke per ongeluk in de menigte. Een van de mensen in het publiek Jacobus de Leeuw trachtte toen de pop af te weren zodat die niet op zijn hoofd terechtkwam. De Mechelaars verdachten hem er echter van de pop te willen stelen en begonnen hem te slaan en te verwonden. Hij belandde volgens sommige bronnen in de gevangenis. Andere bronnen zeggen dat hij door een barmhartige Mechelaar in diens huis werd opgenomen. In ieder geval wist hij te ontsnappen naar zijn huis in de Wolstraat te Antwerpen. Op 29 augustus richtte De Leeuw een protestbrief tegenover het Mechels magistraat waarin hij zijn onschuld uitlegde en zijn verwondingen. (Zijn arm was door de gevechten wel zes weken lam geweest en hij had er twee wonden aan overgehouden.). Hij eiste zijn hoed en wandelstok terug. Wat de reactie op zijn brief was is echter onbekend.

Het incident bezorgde de pop zijn definitieve naam: "sinjoor" of "opsinjoor", naar de bijnaam voor Antwerpenaars: sinjoren (gebaseerd op het Spaanse woord voor "meneer", met name "señor".)

De Mechelaars werden van dat moment af decennialang erg achterdochtig tegenover Antwerpenaars. De pop werd tot op de dag van vandaag in een koffer voorzien van sterke sloten geborgen en in het Mechelse stadsmuseum in de huidige Frederik De Merodestraat opgeborgen.

Diefstal

De pop werd slechts drie keer echt gestolen.

Op 7 december 1949 drongen Antwerpse studenten (De "Wikings") het museum binnen en stalen de koffer en de pop. Ze brachten hun buit over naar de Antwerpse burgemeester Lode Craeybeckx. Craeybeckx beloofde de Mechelse burgemeester dat de pop aan de stad zou worden terugbezorgd, maar eerst werd ze enkele dagen tentoongesteld in het Rockoxhuis in Antwerpen. Exact een maand later, op 7 januari 1950, werd zij terug naar Mechelen gebracht. De dieven werden voor de rechtbank gedaagd, maar werden vrijgesproken.

In 1971 werd Opsinjoorke opnieuw ontvreemd, maar men vond hem enkele dagen later terug op de binnenkoer van de Mechelse gevangenis.

In december 1974 ontvoerden vijf Antwerpse studenten een laatste maal Opsinjoorke, in een wedstrijd voor de beste studentengrap georganiseerd door de historische rovers. Zij wonnen ook die wedstrijd en werden zo de laatste rovers van Opsinjoorke.

Standbeelden

In Mechelen staan er twee standbeelden ter ere van Opsinjoorke. Het eerste, alsook het oudste, is een bronzen standbeeld, gemaakt door Frans Van den Brande in 1986.[3] Het siert de Grote Markt aan de rechterzijde van het Stadhuis van Mechelen. Het opschrift op het laken luidt als volgt:[4]

Die mij bervrijdt van wederval, bezit de grootste kunst van al.
Hier ziet men dat ik niet en lieg, 't is zo dat ik ten hemel vlieg.

Het tweede, Opsinjoorke XXL, staat naast de Sint-Romboutskathedraal tussen de Sint-Katelijnestraat en het Sint-Romboutskerhof. Dit kunstwerk maakt deel uit van het overkoepelende project “Mechelen Spelend”.[5]

Opsinjoorke op andere plaatsen

Antwerpen beschikt over een 19de-eeuwse kopie van het Mechels origineel. Dit opsinjoorke wordt bewaard in het Museum aan de Stroom (MAS) (als opvolger van het Antwerpse Folkloremuseum en latere Volkskundemuseum). Ook in Vilvoorde en Trélon, Frankrijk, kent men soortgelijke tradities met poppen die op een doek in de lucht worden gesmeten.

In populaire cultuur

Herdenkingsmunt "100 Opsinjoor"
  • In 1982 werd een 100 opsinjoren-herdenkingsmunt (in gepatineerd brons) uitgebracht met het hoofd van Opsinjoorke en het gotische stadhuis van Mechelen.[6]
  • Mechelen beschikt sinds 6 januari 1983 over een wandelclub die "Opsinjoorke"[7] heet.
  • In het plaatselijke reclameblad De Streekkrant verschijnt al sinds 3 november 1988 een column, geschreven in het Mechelse dialect en ondertekend door "Oep Sinjorreke".[8] Regelmatig wordt met de glimlach soms scherpe commentaar gegeven op wat in de stad gebeurt en op het stadsbestuur. Wie de schrijver is, blijft een van de best bewaarde geheimen van de Dijlestad.
  • Sinds 2004 is er een lokale radiozender Radio Opsinjoor genaamd, die vooral oldies uit de jaren 1960, ’70, ’80 en ’90 draait.[3][9] Radio Opsinjoor is te beluisteren in de regio Mechelen op FM (Mechelen 106.6 & Lier 107.5), DAB+ (groot deel provincie Antwerpen), de website en de mobiele app.
  • Tijdens het Hemelvaartweekend van 2023 was het beeld van Opsinjoorke de mascotte van het sportfeest Special Olympics.[10][11]
  • Naar aanleiding van het 250 jarig jubileum werd in 2025 "Popsinjoor" bedacht. Van de knuffel werden slechts 500 exemplaren gemaakt.[12] Een van de bedenkers zegt hierover: "Met deze knuffel geven we zijn verhaal een moderne twist. Zo blazen we een stukje erfgoed op een frisse, speelse manier nieuw leven in”.[13]
  • In het hart van Mechelen, in de Onze-Lieve-Vrouwestraat, bevindt zich het café "De Sotscop", een historische locatie vernoemd naar de oorspronkelijke naam van de pop. Vandaag de dag is De Sotscop ondergebracht in het restaurant De Partage.[3]
  • In de Grote Nieuwedijkstraat (wijk Nekkerspoel) is er een bakker genoemd naar de pop: Bakkerij Opnsinjoor.[14]
  • De Antwerpse groep Katastroof[15] ondersteunt jaarlijks de campagne tegen intra-familiaal geweld met het liedje "Opsinjoorke", dat handelt over de traditie waarbij de pop Opsinjoorke als dader van partnergeweld in een laken omhoog wordt geworpen.
  • Er is ook een Reus Opsinjoor. Deze reus werd in 1976 ter gelegenheid van het 25-jarig ambtsjubileum van Koning Boudewijn gemaakt in opdracht van het Provinciebestuur van Antwerpen. Achteraf werd de reus plechtig aan de stad Mechelen overgedragen.