Operatie Westwind

Operatie Westwind
Onderdeel van de Tweede Wereldoorlog
Kaart van de operatie
Kaart van de operatie
Datum 19 – 26 februari 1945
Locatie Samland, Oost-Pruisen
Resultaat Overwinning voor Duitsland
Strijdende partijen
Sovjet-Unie Duitsland
Leiders en commandanten
Aleksandr Vasilevski
Ivan Ljoednikov
Hans Gollnick
Rolf Wuthmann
Otto Lasch
Verliezen
4426 doden (Sovjet-opgave)
5650 doden, 602 krijgsgevangenen (Duitse-opgave)
9895 doden, gewonden en vermisten, waarvan 1573 gesneuveld

Operatie Westwind (Duits: Unternehmen Westwind) was een militaire operatie van de Duitse Wehrmacht in de Tweede Wereldoorlog. In februari voerden Duitse troepen een ontsluitingsoperatie, met als doel het beleg van de Oost-Pruisische hoofdstad Koningsbergen (Duits: Königsberg) te breken. Dit werd een succesvolle operatie en gaf een honderdduizendtal Duitse burgers de kans de stad te ontvluchten en naar het Westen te evacueren.

Voorgeschiedenis

Het Rode Leger had op 13 januari 1945 zijn Oost-Pruisenoffensief geopend. En tegen het eind van januari werd Koningsbergen bereikt en in de nacht van 29/30 januari 1945 zelfs geheel omsingeld door troepen van het 3e Wit-Russische Front en daarmee afgesneden van de rest van Samland. In Koningsbergen bleven enkele Duitse divisies en meer dan 100.000 burgers achter. Bevoorrading was alleen mogelijk via schepen vanaf Pillau. De Sovjets rukten ook verder Samland in naar de westkust rond Palmnicken. Echter, redelijk verse Duitse troepen bereikten nu het slagveld en wel de twee divisies van het 28e Legerkorps die net het Memelbruggenhoofd hadden ontruimd. Deze twee divisies, de 58e en 95e Infanteriedivisies, kwamen via de Kurische Nehrung naar Samland. Met behulp van deze divisies kon de Wehrmacht de Sovjettroepen een stukje terugdrijven en van oostelijk van Rantau tot oostelijk van Zimmerbude een noord-zuid front opbouwen. Tegen deze tijd, rond 7 februari 1945, waren ook de Sovjettroepen in dit gebied (het 39e en 43e Leger) na 3 weken vechten uitgeput en uitgedund.

Het plan

Plannen werden gemaakt voor een opheffing van het beleg van Koningsbergen door een gelijktijdige aanval vanuit de vesting en vanuit Samland. De beslissing werd genomen op 16 februari 1945. Hiermee zou een corridor geschapen kunnen worden. General der Infanterie Otto Lasch, de bevelhebber van de Festung Königsberg, had als speerpunt de intussen redelijk op krachten gekomen 5e Pantserdivisie, met steun van de zwakke 1e Infanteriedivisie. Echter, Lasch vond dit te weinig en voegde tegen de wens van de bevelhebber van de Armee-Abteilung Samland, General der Infanterie Hans Gollnick, ook nog de gehele 561e Volksgrenadierdivisie toe. Het plan was dat de 1e Infanteriedivisie zou aanvallen naar Metgethen, en zodra dit dorp bereikt was, zou de 5e Pantserdivisie de doorbraak uitbuiten en doorstoten. Vanuit Samland zou het 9e Legerkorps aanvallen met drie divisies, de 58e en 93e Infanteriedivisies en de 548e Volksgrenadierdivisie. Beide aanvalsgroepen beschikten ook over een zogenaamde Schwere Panzer-Abteilung met Tiger-tanks (met zowel Tiger I als Tiger II).

Vanuit Sovjetzijde waren er intussen ook voorbereidingen gaande voor een aanval richting Pillau, maar ook had de Sovjet legerleiding ook al indicaties dat de Duitsers zouden kunnen aanvallen. De staat van de Sovjettroepen in dit gebied, grotendeels het 39e Leger onder kolonel-generaal Ivan I. Ljoednikov, waren moe, uitgedund en de discipline was zeer slecht. Ter beschikking stond begin februari 1945 ook het 1e Tankkorps. Dit korps had echter in de Oost-Pruisen Operatie zulke stevige verliezen geleden dat de 117e en 159e Tankbrigades hun tanks overgedragen hadden aan de 89e Tankbrigade (onder kolonel Andrei I. Zomer), dus het 1e Tankkorps bestond eigenlijk maar uit een tankbrigade.

Slagorde

Duitse troepen

Armee-Abteilung Samland - General der Infanterie Hans Gollnick

Inzetbare gepantserde sterkte:

  • De 5e Pantserdivisie beschikte (inclusief Schwere Panzer-Abteilung 505) over 14 PzKpfw IV, 14 Jagdpanzer IV, 6 Panther en 13 Tiger I en II-tanks.
  • De Schwere Panzer-Abteilung 511 beschikte over 7 Tiger I tanks.
  • De Sturmgeschütz-Brigade "Samland" beschikte over 26 StuG III.
  • Alle infanteriedivisies beschikten in hun antitankbataljon ("Panzerjäger-Abteilung") over een aantal Sturmgeschütze, meestal III of IV. Totaal in de aanvallende divisies zo’n 24 stuks.

Dus totale gepantserde sterkte was 118 tanks en gemechaniseerd geschut.

Sovjettroepen

3e Wit-Russische Front – Generaal Ivan Tsjernjachovski tot 18 februari 1945 †

  • 39e Leger – Kolonel-generaal Ivan I. Ljoednikov
    • 5e Garde Infanteriekorps – Luitenant-generaal Ivan S. Bezoegli
      • 17e, 19e en 91e Garde Infanteriedivisies
    • 94e Infanteriekorps – Generaal-majoor Josef I. Popov
      • 124e, 221e en 358e Infanteriedivisies
    • 113e Infanteriekorps – Luitenant-generaal Nikolai N. Olesjev
      • 192e, 262e en 338e Infanteriedivisies
  • 43e Leger – Luitenant-generaal Afanassi P. Beloborodov
    • 13e Garde Infanteriekorps – Generaal-majoor Anton I. Lopatin
      • 24e, 33e en 87e Garde Infanteriedivisies
    • 54e Infanteriekorps – Luitenant-generaal Alexander S. Ksenofontov
      • 126e, 235e en 263e Infanteriedivisies
    • delen van 90e Infanteriekorps – Generaal-majoor Gaik A. Martirosian
      • 182e Infanteriedivisie

Inzetbare gepantserde sterkte:

  • Het 43e Leger beschikte slechts over 2 SU-76, in het 1491e Regiment Antitankartillerie.
  • Het 39e Leger beschikte over 3 T-34 in de 28e Garde Tankbrigade, 22 SU-76 in 4 Antitankartillerieregimenten en 5 SU-85 in het 1437e Regiment Antitankartillerie.
  • Het 1e Tankkorps beschikte bij de 89e Tankbrigade over 21 T-34 en het 1514e Regiment Antitankartillerie beschikte over 19 SU-76.

Dus de totale gepantserde sterkte was 72 tanks en gemechaniseerd geschut.

Opmerking: Het bevelvoerende 3e Wit-Russische Front stond onder bevel van Generaal Ivan Tsjernjachovksi, die echter op 18 februari 1945 sneuvelde. Het bevel werd pas op 22 februari 1945 overgenomen door Maarschalk A. Vasilevski. Deze vormde vanaf 24 februari 1945 een subfront, genaamd “Zemland Groep van Strijdkrachten” onder Legergeneraal Ivan Bagramjan.

De Operatie

19 februari 1945

Het weer was droog, rond nul graden, ’s ochtends lage dichte bewolking, ’s middags hoge sluierbewolking.

Tussen 05.00 u en 05.30 u begonnen de beide aanvalsgroepen met hun operaties na een korte artillerievoorbereiding. De Koningsbergen-groep viel aan met de 1e Infanteriedivisie voorop, met steun van enkele tanks van de 5e Pantserdivisie. De Sovjettroepen in dit gebied kwamen van het 113e Infanteriekorps (192e, 262e en 338e Infanteriedivisies). De Duitse linker groep liep vertraging op doordat een tank uitgeschakeld werd, maar de rechtergroep kwam goed door. Deze groep, van het Füsilier-Regiment 22 onder Hauptmann Malotka, rukte al snel op van Juditten naar de oostrand van Metgethen. De gecombineerde kracht van de twee divisies stelde de Duitsers in staat om Metgethen in te nemen. De aanval rolde verder en begin van de middag werd eerst het station van Seerappen en later het dorp zelf ingenomen. Hiermee waren de dagdoelen al bereikt. Rond Warglitten voerden de Sovjets twee tegenaanvallen met elk rond 20 tanks uit, maar beide werden afgeslagen. Ook in de avond waren er nog tegenaanvallen. Op de linkerflank had de Divisie z.b.V. Mikosch de kuststrook opgeruimd. En ’s avond nam de 561e Volksgrenadierdivisie het landgoed Friedrichsberg over en maakte daarmee troepen van de 5e Pantserdivisie vrij. De operatie werd ook ondersteund door de Luftwaffe. Zo’n 61 Fw 190 van I./SG 3, gestationeerd in Brüsterort, vielen Powayen, landgoed Klein-Medenau en Sovjet-artilleriestellingen aan. Hierbij gingen vijf vliegtuigen, waaronder die van de Gruppen-commandant, verloren.

Het 9e Legerkorps viel rond 05.30 u aan. De 548e Volkgrenadierdivisie nam al snel Groß Blumenau, maar bleef daarna steken. De zuidelijke groep van de 58e Infanteriedivisie nam Vw. Damenau in, stak de Forkener Mühlenfließ over, maar kon de sterke Sovjettegenstand voor Kragau eerst niet overwinnen en leed zware verliezen. Later op de dag kon de divisie het dorp met hulp van Tiger-tanks van de Schwere Panzer-Abteilung 511 toch nog veroveren. De Sovjettroepen in dit gebied waren van het 94e Infanteriekorps (124e, 221e en 358e Infanteriedivisies). Ten noorden van Kragau tot Kobjeiten zat het 5e Garde Infanteriekorps (17e, 19e en 91e Garde Infanteriedivisies). De 93e Infanteriedivisie kon tegen stevige verliezen een bruggenhoofd over de Forkener Mühlenfließ verkrijgen bij Kobjeiten. Op de beschermende linkerflank kon de 95e Infanteriedivisie met hoge verliezen de oostkant van Pojerstieten innemen, maar werd door een Sovjetaanval (waarschijnlijk 33e Garde Infanteriedivisie) weer eruit geworpen. Helemaal links, bij de 551e Volksgrenadierdivisie, was het rustig. Dus de aanval van het 9e Legerkorps was matig succesvol, met een maximale terreinwinst van zo’n 3-4 kilometer. En dit ondanks stevige en nuttige ondersteuning door de kanonnen van de zware kruiser Admiral Scheer vanuit Pillau.

Als Lasch niet zo eigenwijs was geweest en de 561e Volkgrenadierdivisie uit de aanval had gelaten, was het zeer wel mogelijk geweest dat de hele operatie mislukt was. Dit werd ook openlijk en genereus toegegeven door Gollnick.

Het “Bloedbad van Metgethen”: in Metgethen, dat op 29 januari 1945 door het Rode Leger was ingenomen, ontdekten de Duitse troepen na de bevrijding een groot aantal dode burgers (voornamelijk vrouwen, kinderen en oude mannen), wier lichamen in veel gevallen tekenen van verkrachting, verminking en mishandeling vertoonden. Deze waren in de twee weken dat de Sovjettroepen daar waren, niet begraven maar lagen nog waar ze gedood waren. Deze gebeurtenis sterkte de wil tot vechten van de Duitse troepen, kreten als “Wraak voor Metgethen” werden op voertuigen geschilderd.

20 februari 1945

Het weer was opgeklaard en ’s middags zelfs zonnig, goed zicht, temperaturen rond nul graden.

De Koningsbergen-groep kreeg in eerste instantie een terugslag te verwerken, aangezien de 5e Pantserdivisie Seerappen weer moest opgeven na een gelukte Sovjet tegenaanval. Daarna was deze divisie in actie rond Landgoed Kondehnen. Verkenningsgroepen trokken op langs de Reichsstraße 131 en langs de noordoever van het "Königsberger Seekanal" door het Staatsbos Koppelbude richting Großheidekrug. De gehele dag werd gekenmerkt door een veelvoud van Sovjet tegenaanvallen, vaak vergezeld door enkele tot maximaal 20 tanks. De aanvallen konden grotendeels worden afgewezen.

Bij het 9e Legerkorps rukte de 548e Volkgrenadierdivisie vanuit Groß Blumenau op door het bosgebied ten oosten daarvan en bereikte later Klein Blumenau. De 58e Infanteriedivisie rukte op vanuit Kragau in richting Powayen tegen sterke Sovjet tegenstand. Dat dorp werd uiteindelijk ook veroverd. Bij Kobjeiten kon de 93e Infanteriedivisie enkele tegenaanvallen afweren en vervolgens een stuk oprukken richting Pojerstieten. Enkele hoogten op weg daarheen werden ingenomen.

Eenheden van de 548e Volkgrenadierdivisie troffen ’s middags bij Großheidekrug de voorste troepen van de 5e Pantserdivisie en daarmee was de eerste landverbinding, hoewel zwak, hersteld. Een tweede verbinding gebeurde voor middernacht, waarbij 5e Pantserdivisie en 58e Infanteriedivisie elkaar troffen bij het station Powayen. De 1e Infanteriedivisie zuiverde samen met Divisie z.b.V. Mikosch het Staatsbos Koppelbude. Zeker vier aanvallen met grondaanvalsvliegtuigen hielpen de Duitsers, maar ook de Sovjet luchtmacht was zeer actief deze dag, zowel met bommenwerpers als grondaanvalsvliegtuigen.

21 februari 1945

Het weer was helder en licht dooiend. In de ochtend werd de Kampfgruppe van de 1e Infanteriedivisie (van oorspronkelijk 700 man waren nog maar 250 man over) uit het front genomen en in reserve geplaatst. De dag werd door de Duitse troepen grotendeels benut om het achterland van de gewonnen corridor te zuiveren, het noordfront op te bouwen en opnieuw heel veel Sovjettegenaanvallen af te slaan. Onder andere in Powayen wisten de Sovjets door te dringen, maar de 58e Infanteriedivisie kon ze er weer uit werken. Bij Kobjeiten kon de 93e Infanteriedivisie opnieuw enkele tegenaanvallen afslaan, maar ook westelijk van Pojerstieten oprukken. Zowel de Sovjetluchtmacht als de Luftwaffe waren zeer actief, zeker wegens het goede vliegweer.

22 februari 1945

Het weer werd gekenmerkt door dooiweer, slecht zicht, deels regen.

De hele dag waren er eigenlijk nauwelijks noemenswaardige gevechtshandelingen. Plaatselijke, slecht gecoördineerde Sovjetaanvallen waren talrijk, maar nergens succesvol.

23 februari 1945

Het weer was wisselend bewolkt, deels zonnig en net boven nul graden.

Het 9e Legerkorps begon 's ochtends vroeg al om 04.45 u met een aanval van alle drie de aanvalsdivisies vanuit het gebeid Schuditten-Kobjeiten in noordoostelijke richting. Na het overwinnen van de eerste hardnekkige tegenstand liep de opmars daarna echt goed. Zeker de 93e Infanteriedivisie kwam goed vooruit, maar moest wel talrijke door vliegtuigen en tanks ondersteunde tegenaanvallen afweren.

24 februari 1945

Het weer was bewolkt, licht dooiweer.

In de ochtend konden de divisies van het 9e Legerkorps hun opmars van de vorige dag voortzetten, maar in de middag verstijfde de Sovjet-weerstand duidelijk. De 5e Pantserdivisie viel om 05.45 u aan vanuit Lindenau, ging voorbij aan Seerappen, nam laat in de middag Regitten in en rukte verder op richting Taukitten. De 561e Volkgrenadierdivisie sloot met zijn linkervleugel aan en de 548e Volkgrenadierdivisie met zijn rechtervleugel en beide konden daardoor ook flink oprukken.

25 februari 1945

Het weer was deels bewolkt, net boven nul graden en in de middag natte sneeuw.

Alle divisies van het 9e Legerkorps bleven taai aanvallen, maar kwamen slecht vooruit. Met name de 95e Infanteriedivisie was deze dag actief met een omvattingsaanval om Pojerstieten en slaagde aan het eind van de middag deze plaats in te nemen. Bij de Koningsbergen-groep was er weinig beweging.

Deze dag werd de treinverbinding Pillau – Koningsbergen weer hersteld. Algemeen was duidelijk dat de Sovjet infanteriesterkten laag waren, maar de zware wapens (met name antitankgeschut) nog steeds sterk waren.

26 februari 1945

Het weer was bewolkt en nevelig, regen en sneeuw, dooiweer, starten werden slechter begaanbaar.

Deze dag kenmerkte zich door nauwelijks noemenswaardige gevechtshandelingen, maar voornamelijk hergroeperingen van eenheden. De 5e Pantserdivisie werd vrijgemaakt voor andere operaties ten zuiden van Koningsbergen. Hoewel er geen echt einde aan Operatie Westwind zat, was de operatie eigenlijk gestopt.

Epiloog

De operatie was een groot succes voor het Duitse leger in de laatste oorlogsmaanden. Koningsbergen had weer een vaste verbinding met Pillau en de rest van Duitsland. In Koningsbergen ging het leven zijn normale gang weer. Gauleiter Erich Koch weigerde een bevel te geven de burgers te evacueren, dus slechts een deel van de burgers kon dit daadwerkelijk doen. Aangezien Gollnick verwachte dat de volgende Sovjetaanval in Samland zou komen, werden de 5e Pantserdivisie en 1e Infanteriedivisie weggehaald uit de verdediging van Koningsbergen. Daarvoor in de plaats kwam de 548e Volksgrenadierdivisie.

Ook de Sovjets berustten in het feit dat een verdere opmars of verovering van Koningsbergen er niet in zat. Zij gingen over tot de verdediging, herbouwden hun uitgeputte troepen en trainden deze. Pas op 6 april 1945 zou de Slag om Koningsbergen beginnen en vanaf 13 april de operatie die Samland moest bevrijden.


Verliezen

Duitse totaal-verliezen gepantserde voertuigen

datum totaal-verliezen
19 feb. 3 StuG’s
20 feb. 1 StuG
21 feb. 2 PzKpfw IV, 1 PzKpfw VI, 2 StuG’s
22 feb. 1 StuG
23 feb. 3 Pz IV
24 feb. geen
25 feb. geen
26 feb. geen

Opmerking: 3 PzKpfw V op 21-2 en 1 StuG op 22 februari waren gemeld als totaal-verlies maar werden toch teruggesleept voor langdurige reparatie. Een totaal-verlies is normaal een niet meer repareerbare tank, ofwel definitief verloren.

Gesneuvelden bij Sovjettroepen

  • 39e Leger – totaal 2414
    • 5e Garde Infanteriekorps – 543
    • 94e Infanteriekorps – 1327
    • 113e Infanteriekorps – 544
  • 43e Leger – totaal 1514
    • 13e Garde Infanteriekorps – 662
    • 54e Infanteriekorps – 757
    • delen van 90e Infanteriekorps – 95
  • Legeronderdelen – 498

Totaal 4426 gesneuvelden, waarvan 419 officieren.

Sovjet totaal-verliezen gepantserde voertuigen

  • De 2 SU-76 in het 43e Leger gingen ook beide verloren.
  • Het 39e Leger verloor geen van zijn 3 T-34, 2 van 22 SU-76 en 2-3 van zijn 5 SU-85.
  • Het 1e Tankkorps verloor 19 van 21 T-34 en 16 van 19 SU-76.

Dus totaal gingen 41-42 tanks en gemechaniseerd geschut verloren.