Operatie Bertram

Een tank vermomd als vrachtwagen. Vanuit de lucht was niet te zien dat het geen echte vrachtwagen was.

Operatie Bertram was een geallieerde misleidingsoperatie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze vond plaats in 1942 in Egypte, in opdracht van Bernard Montgomery, voorafgaand aan de Tweede Slag bij El Alamein die een keerpunt zou blijken te zijn in de Noord-Afrikaanse Veldtocht.

De operatie had als doel om het Duitse opperbevel, met name Erwin Rommel, te laten geloven dat de Britse aanval zuidelijker en twee dagen later zou plaatsvinden dan werkelijk. De operatie werd bedacht door Dudley Clarke. Om de Duitsers te misleiden werden tanks gecamoufleerd als vrachtwagen en vrachtwagens gecamoufleerd als tanks. Ook werden neptanks op locaties neergezet zodat het leek alsof de Britten over meer materieel beschikten. Daarnaast werd er valse radiocommunicatie toegepast.

In de weken voorafgaand aan de Britse aanval werden vrachtwagens geparkeerd op plekken waar de tanks zouden komen te staan. De echte tanks stonden ver achter het front opgesteld. Twee nachten voor de aanval werden de tanks naar de verzamelplekken overgebracht en gecamoufleerd als vrachtwagen. Op de oorspronkelijke plek van de tanks werd neptanks neergezet. Om te benadrukken dat de Britten nog niet zouden aanvallen werd een nepwaterleiding aangelegd die niet snel genoeg af zou komen. Zuidelijker werd een troepenopbouw met neptanks opgebouwd.

De operatie werd een succes. Toen na de slag de Duitse generaal Wilhelm Ritter gevangen werd genomen, vertelde deze aan Montgomery dat hij inderdaad dacht dat de Britten een extra pantserdivisie hadden en de aanval in het zuiden zou plaatsvinden. Rommels plaatsvervanger, generaal Georg Stumme, dacht inderdaad dat de aanval pas enkele weken later zou beginnen en werden hierdoor verrast. Toen Winston Churchill in het Lagerhuis de overwinning bij El Alamein bekendmaakte, prees hij de camouflageoperatie.