Oog (cycloon)

De structuur van een tropische cycloon op het noordelijk halfrond.
Het oog van tyfoon Trami (september 2018).
Uitzonderlijk drievoudige oogmuur bij orkaan Juliette (september 2001).

Het oog van een tropische cycloon is het relatief kalme, centraal gelegen gebied binnen de stormcirculatie. Het kenmerkt zich door weinig of geen neerslag, meestal licht of vrijwel geen wind in het centrum en vaak heldere of dun bewolkte omstandigheden. Het is een min of meer rond gebied met een diameter van meestal 30 tot 65 km, waarbinnen de luchtdruk tot 15% lager kan zijn dan elders in de cycloon.[1] Het oog wordt omringd door de zogenaamde oogmuur of oogrok, een ring van sterke convectieve wolken waar de hoogste windsnelheden en de meest intense neerslag zich voordoen.

Het ontstaan van een goed gedefinieerd orkaanoog is een teken van hoge organisatie en intensiteit van een tropische cycloon. De exacte mechanismen achter de vorming van het oog zijn echter nog niet volledig begrepen. Wel is bekend dat de combinatie van sterke convectie in de oogmuur, atmosferische subsidentie in het oog, en een goed ontwikkelde windcirculatie cruciaal zijn. Soms ontstaat een dubbele oogmuur­structuur waarbij een tweede, meer naar buiten gelegen oogmuur zich vormt en die de oorspronkelijke oogmuur kan verdringen. Dit proces beïnvloedt de grootte van het oog en de intensiteit van de storm. Een uitzonderlijk geval van een drievoudige oogmuur was orkaan Juliette die zich in september 2001 boven de oostkust van Mexico (o.a. het schiereiland Neder-Californië) bevond.

Hoewel het oog zelf relatief rustig lijkt, brengt het risico's met zich mee. Wanneer het oog land passeert, kunnen mensen ten onrechte denken dat de storm voorbij is en naar buiten gaan. Dat terwijl de andere zijde van de oogmuur met volle kracht toeslaat zodra de circulatie weer aan de windzijde komt. Op zee kunnen in het oog extreem hoge golven ontstaan.

Het observeren van een oog op satellietbeelden is van groot belang voor de beoordeling van de sterkte en de structuur van tropische cyclonen. Bij het monitoren van cyclonen bleek bijvoorbeeld dat stormen met een oog gemiddeld veel hogere windsnelheden hadden dan stormen zonder oog. Daarnaast geeft de grootte en vorm van het oog informatie over de interne dynamica van de storm, waaronder windsnelheden, interne windcirculatie en mogelijke veranderingen in intensiteit.