Norbertus van den Eynden

Norbertus van den Eynden (Antwerpen, gedoopt 11 december 1628 – aldaar, 7 oktober 1704) (ook: Norbrecht van den Eynde) was een Zuid-Nederlands beeldhouwer, actief in de tweede helft van de 17e eeuw. Hij behoorde tot een familie van beeldhouwers die in Antwerpen werkzaam was.
Van den Eynden was een zoon van de beeldhouwer Hubrecht van den Eynde (1594–1661) en Elisabeth van Breen. Hij kreeg zijn opleiding bij zijn vader. In 1663 woonde hij met zijn echtgenote Maria Anthonia Bagenier op de Wapper. Uit dit eerste huwelijk werden minstens vier kinderen geboren, onder wie de beeldhouwer Norbertus (II) en Isabella Maria, die trouwde met de schilder Jan Pauwel Gillemans (II). Na het overlijden van zijn vrouw († 1691) hertrouwde hij met Isabella Maria Reuckelenberg (ook bekend als Van Beirenbergh).
Van den Eynden was als beeldhouwer actief tussen 1651 en 1692. In het gildejaar 1662/63 werd hij als wijnmeester[1] ingeschreven bij de Sint-Lucasgilde in Antwerpen. Op 12 april 1670 tekende hij samen met Artus Quellinus een contract voor de bouw van een altaar in de Antwerpse kathedraal, een opdracht die jaren in beslag nam en tot juridische geschillen leidde.
Na 1691 verbleef Van den Eynden enige tijd in Gent. In 1692 verhuurde hij zijn voormalige woonhuis De Indiaensche Vaendrager aan de Wapper in Antwerpen aan zijn dochter Isabella Maria. In 1693 keerde hij terug naar Antwerpen. In 1700 was hij ziek en maakte hij zijn testament op. Hij overleed op 7 oktober 1704 in herberg Den Biekorf op de Eiermarkt. Na aftrek van de schulden bleek zijn nalatenschap weinig waard.
Tussen 1668 en 1669 was Van den Eynden leermeester van Jan van Bredael. Hij was ook verhuurder van een huis waarin Jan Baptist Herregouts woonde.
- Norbertus van den Eynden (I). RKD — Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis. Geraadpleegd op 16 september 2025
- Norbertus van den Eynden. Ecartico. Geraadpleegd op 16 september 2025
- ↑ zoon van een meester in het Antwerpse gilde