Nootje
Een nootje is een kleine droge, harde, niet openspringende, eenzadige dopvrucht, waarbij het zaad niet met de enigszins houtachtige vruchtwand is vergroeid. Bij het pellen van zonnebloempitten komt het zaad vrij. Alle composieten en lipbloemigen vormen een nootje.
Er wordt getwijfeld aan de juistheid van het volgende gedeelte.
Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: Wanneer met 'lipbloemigen' de familie Lamiaceae wordt bedoeld, dan omvat deze onder meer het geslacht Callicarpa, dat bessen vormt (sjabloon geplaatst op 20 november 2025)
Vooral bij de composieten, zoals de paardenbloem en de akkerdistel, draagt het nootje aan de top vaak een vruchtpluis. Deze bestaat uit de pappus, (de tot haren of schubben gereduceerde kelk) waardoor het zaad door de wind makkelijk verspreid kan worden. Soms is de kelkbuis lang uitgegroeid, waardoor de vruchtpluis gesteeld is.
Bij zeggesoorten wordt het nootje omgeven door een urntje, een soort schutblaadje dat bijna geheel om de vrucht zit, alleen de stijl en stempels steken naar buiten.
In de volksmond worden de vruchtjes vaak gewoon zaad genoemd.

Vrucht van akkerdistel
Rijp bloemhoofdje van klein streepzaad
Vruchtjes van de paardenbloem
Vruchtjes van de gewone hennepnetel
Vrucht van zwart tandzaad
Vruchten van de ribbelzegge
Vruchten van de akkergoudsbloem