Nederlandsche Stoomboot Maatschappij

De Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (NSBM of NSbM) was de eerste Nederlandse scheepvaartmaatschappij die zich bediende van stoomschepen. Ze was gevestigd in Rotterdam en moet niet verward worden met de in 1856 te Amsterdam opgerichte Koninklijke Nederlandse Stoomboot-Maatschappij (KNSM).
De maatschappij werd in 1823 opgericht als nv en verving de iets eerder opgerichte maatschappij: Van Vollenhoven, Dutilh & Co.[1] Deze beschikte over de stoomboot De Nederlander, het eerste in Nederland gebouwde stoomschip (weliswaar van hout en met een uit Engeland geïmporteerde stoommachine), gebouwd door de werf W. en J. Hoogendijk te Capelle aan den IJssel. De rederij wilde een stoomvaartverbinding tussen Rotterdam en Antwerpen. De onderneming kreeg aanvankelijk met grote scepsis te maken. De plaatselijke Kamer van Koophandel vond dit ten enenmale onnoodzakelijk, onnut en schadelijk voor alle bizondere personen en voor het algemeen, maar koning Willem I der Nederlanden zag gaarne dat de adressanten de onvoorzichtigheid begingen van te bouwen [2]. De directie van de maatschappij bestond uit J.C. Baud, C. van Vollenhoven en Gerhard Moritz Roentgen. Naast De Nederlander werd in 1824 De Zeeuw besteld bij dezelfde werf, dit schip kreeg een stoominstallatie van John Cockerill te Seraing. De rederij nam meer schepen in dienst, onder meer uit Engeland naast nieuwbouw in Nederland met machines van Cockerill. Toen de verhouding met Cockerill vertroebelde startte onder leiding van Roentgen de NSBM in 1826 met een eigen reparatiewerkplaats en later een scheepswerf, het latere Etablissement Fijenoord. In 1825 werd reeds een tweede, concurrerende, stoomvaartmaatschappij, de Amsterdamsche Stoomvaart Maatschappij (ASM), opgericht.
De Rijnvaart was een van de specialiteiten van de rederijtak (met geregelde diensten op Nijmegen en Keulen), maar deze stoomvaartdienst werd in 1859 overgedaan vanwege minder goede uitkomsten. De vaart op Londen bleef bestaan tot 1895. De NSBM was niet enkel een rederij, maar legde zich ook toe op de vervaardiging van stoomschepen, zowel voor de koopvaardij als voor de Marine. Het Etablissement Fijenoord groeide uiteindelijk uit tot de scheepswerf Wilton-Fijenoord. Op 19 oktober 1895 nam de rederij Wm. H. Müller & Co de drie Londense schepen over en eindigde de rederijactiviteiten. De naam van de voortzetting, de werf annex machinefabriek, werd veranderd in Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord.
- ↑ "advertentie", Rotterdamsche Courant, 13 december 1823.
- ↑ H.W. Lintsen et al., Techniek in Nederland in de 19e eeuw, deel IV, p.74