Nederlands-Venezolaanse crisis van 1908

Nederlands-Venezolaanse crisis van 1908
Hr.Ms. Gelderland bij de haven van Willemstad
Hr.Ms. Gelderland bij de haven van Willemstad
Datum 26 november - 23 december 1908
Locatie Venezuela
Resultaat Nederlandse overwinning
Strijdende partijen
Vlag van Nederland Nederland Vlag van Venezuela Venezuela
Leiders en commandanten
Vlag van Nederland Wilhelmina der Nederlanden
Vlag van Nederland Jacobus Bernardus Snethlage
Vlag van Venezuela José Cipriano Castro
Troepensterkte
Hr.Ms. Gelderland
Hr.Ms. Jacob van Heemskerck
Hr.Ms. Friesland
Hr.Ms. De Ruyter

De Nederlands-Venezolaanse crisis van 1908 was een gewapend incident tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Venezolaanse president José Cipriano Castro. De aanleiding voor de crisis was een aantal decreten van de president die Curaçao raakten.

Achtergrond

Begin negentiende eeuw speelde het eiland Curaçao een belangrijke rol als wijkplaats van opstandelingen tegen het Spaanse Rijk, zoals Francisco de Miranda en Simón Bolívar. Na het uittreden van Venezuela uit Groot-Colombia in 1830 ontstonden er moeizame bilaterale tussen de twee landen. De regering in Den Haag probeerde bevriend te blijven met de Venezolaanse regering, maar de eilandbewoners waren op de hand van de oppositie. Een belangrijk geschil met Venezuela was de smokkelhandel waar Nederland op het eiland van profiteerde.[1]

In 1899 kwam in Venezuela José Cipriano Castro aan de macht en hij stond met name bekend om zijn nationalistische en retorische geweld. Met name het Britse imperialisme moest het bij hem ontgelden. Daarnaast streefde hij naar het herstel van Groot-Colombia. In 1902 dreigde het tot een eerste confrontatie met Venezuela te komen omdat Nederland de rebellengeneraal Manuel Antonio Matos zou steunen, maar het conflict kon minnelijk geschikt worden.[2]

Aanleiding

De Venezolaanse kustwacht bracht in 1907 een vijftal Antilliaanse schepen tot zinken, vanwege mogelijke smokkel. Half mei 1908 vaardigde Castro een aantal decreten uit, die de handel tussen Venezuela en Curaçao zouden schaden. De schippers werden gedwongen om hun lading in Puerto Cabello over te schepen en kleine schepen werden uit de Venezolaanse havens geweerd.[1] Deze maatregelen leidde tot anti-Venezolaanse rellen op Curaçao. Daarnaast vluchtten er in dit jaar een drietal rebellerende Venezolaanse generaals naar het eiland.[3]

De Nederlandse consul in Venezuela, De Reus, gaf een interview aan het protestantse tijdschrift Hou en Trouw en door een vertaalfout van het Venezolaanse ministerie kreeg Castro te horen dat De Reus hem had uitgemaakt voor "een kwade geest". Castro stuurde hierop De Reus en andere Nederlandse diplomaten op 20 juli 1908 zijn land uit. De Nederlandse regering onder leiding van Theo Heemskerk stelde Castro vervolgens een ultimatum: als hij zijn decreten niet vóór 1 november introk, dan zou Venezuela de gevolgen hebben te dragen. Nederland kreeg de rugdekking van de Verenigde Staten om tot een militaire confrontatie over te gaan. Castro weigerde naar Nederland te luisteren en hierop stuurde Nederland zijn vloot naar de Antillen.[1]

Kannoneerbootdiplomatie

Maar liefst vier Nederlandse schepen, de Hr.Ms. Gelderland, Hr.Ms. Jacob van Heemskerck, Hr.Ms. Friesland en de Hr.Ms. De Ruyter, voeren naar de Venezolaanse kust om deze te blokkeren.[2] Het eskader stond onder de leiding van schout-bij-nacht Jacobus Bernardus Snethlage. Gouverneur Jan Olphert de Jong van Beek en Donk had van minister Alexander Willem Frederik Idenburg de opdracht gekregen om de vloot voor de kust te laten patrouilleren en "de mening te bevestigen dat de Nederlandse handelsvaart hiermee werd gewaarborgd."[3] De Venzolaanse vloot bestond naar verluidt slechts uit een paar oude sleepboten dat voorzien was van een kanon.[4]

Het eskader voerde een aantal demonstratietochten uit, bijvoorbeeld in de richting van de haven van La Guaira en dreigden zelfs de haven binnen te varen voor ze het roer omgooiden.[4] Het Nederlandse eskader hield twee kustwachtschepen, de Alix en de 23de Mayo, aan en brachten deze mee naar Willemstad, waar ze aan de ketting werden gelegd. De Nederlandse historicus Bas Kromhout betitelde dit optreden als een "fraai staaltje kanonneerbootdiplomatie."[1]

Venezolaanse ontwikkelingen

Castro was nog voor de blokkade begon naar Europa afgereisd voor een medische behandeling. In eigen land stond zijn positie al enige tijd onder druk, zijn eigen vicepresident Juan Vicente Gómez keerde zich tegen Castro en greep tijdens diens afwezigheid de macht. Gómez sloeg direct een andere toon ten opzicht van Nederland aan en op 21 december 1908 trok hij de omstreden decreten in. Twee dagen later riep Nederland het eskader op om terug te keren.[1]

Na het vertrek van Castro kwam er ruimte voor buitenlandse investeringen in Venezuela. Zo kwam de Koninklijke Shell in 1913 in het bezit van concessies om olie in het land te winnen.[5]