N. de Garis Davies
De egyptologen Nina M. Davies (6 januari 1881 – 21 april 1965) en Norman de Garis Davies (14 september 1865 – 5 november 1941) waren een echtpaar van illustratoren en kopiisten die in het begin en midden van de twintigste eeuw grafschilderingen in Egypte tekenden en documenteerden. Hun werk werd vaak gezamenlijk gepubliceerd onder de naam N. de Garis Davies, waardoor het meestal moeilijk te bepalen is wie welke illustratie heeft vervaardigd.
Jeugd en opleiding
Nina
Nina M. Davies werd geboren als Anna Macpherson Cummings in Saloniki, als oudste van drie dochters van Cecil J. Cummings. Haar ouders waren van Engelse en Schotse afkomst. Na de dood van haar vader keerde zij in 1894 terug naar Schotland.[1] Nina kreeg onderwijs in Engeland[2] en toonde al op jonge leeftijd veel artistiek talent, waarna haar familie naar Londen verhuisde voor haar verdere opleiding.[3] Tijdens een vakantie in Egypte in 1906 ontmoette ze in Alexandrië Norman de Garis Davies.[2] Ze trouwden in Hampstead (Londen) op 8 oktober 1907[1] en vestigden zich op de westoever van Luxor (bij de Thebaanse necropolis), waar zij begonnen met het documenteren van grafschilderingen. Nina verdeelde haar tijd tussen het maken van tekeningen voor het Metropolitan Museum of Art en het repliceren van grafschilderingen voor Alan Gardiner, waarvan vele in museumcollecties terechtkwamen.[2] Zij ontwikkelde een vaardigheid om afbeeldingen snel en nauwkeurig vast te leggen, wat resulteerde in een groot aantal facsimiles.[4]
Norman

Norman de Garis Davies studeerde theologie aan de Universiteit van Glasgow en vervolgde zijn studie aan de Universiteit van Marburg.
Hij was predikant in de Congregational Church in Ashton-under-Lyne.[1] Hier leerde hij Kate Bradbury kennen, door wie hij geïnteresseerd raakte in de egyptologie. Daarna was hij enkele jaren predikant in Melbourne.[5] In 1898 werkte hij voor William Flinders Petrie in Dendera. Later werd hij hoofd van de Archaeological Survey van het Egypt Exploration Fund.[1] Van ongeveer 1898 tot 1907 documenteerde Norman diverse graven in Egypte, waaronder in Amarna.[6] Hij ontwikkelde zich tot een expert in het interpreteren van Egyptische hiërogliefen binnen de context van de schilderkunst.[4]
Egyptologisch werk

In 1907 werd een expeditie opgezet om facsimiles van Egyptische muurschilderingen te maken voor het Metropolitan Museum of Art in New York. Norman, Nina en andere kunstenaars maakten kopieën van de grafschildering met behulp van overtrekken, een techniek die een bijna exacte reproductie van penseelstreken en kleuren mogelijk maakte. In de meeste gevallen gaven de facsimiles de scènes in hun toenmalige staat weer, inclusief eventuele schade door slijtage of vandalisme. In sommige gevallen zijn de tekeningen reconstructies van de oorspronkelijke staat van de schilderingen.[6] De Graphic Section werd geleid door Norman,[6] die zowel de hiërogliefen interpreteerde als de afbeeldingen kopieerde.[4] De kunstenaars ondertekenden hun werk: Nina met "Na.deGD" en Norman met "No.deGD", maar er waren ook ondertekeningen als "NdeGD", waardoor het soms onduidelijk is wie het werk heeft verricht.[7]
De graftombes waarin zij werkten bevinden zich aan de westelijke oever van de Nijl bij Thebe. Het museum was met name geïnteresseerd in de tombes van ambtenaren, de koningsgraven in de Vallei der Koningen en de Vallei der Koninginnen, en in de tombes van kunstenaars in Deir el-Medina. Volgens het Metropolitan Museum is dit "de rijkste bron van oud-Egyptische schilderkunst die in Egypte bewaard is gebleven."[6]
De grafafbeeldingen bieden inzicht in het dagelijks leven, de veranderingen in flora en fauna, en de ceremoniële en begrafenisgebruiken in de verschillende dynastieën en regeringsperiodes. Ook de artistieke technieken varieerden in de loop der tijd. Tegen 1941 hadden Norman en Nina ongeveer 350 facsimiles gemaakt, die nu een belangrijk onderdeel vormen van de Egyptische afdeling van het Metropolitan Museum of Art.[6]
Daarnaast werkten zij voor het Egypt Exploration Fund en het Oriental Institute van de Universiteit van Chicago door ook andere Egyptische locaties, zoals Abydos en Amarna, te documenteren. In 1939 keerden zij terug naar Engeland. Norman overleed twee jaar later; Nina overleed in 1965.[8]
Collecties en archieven
Het Metropolitan Museum of Art bezit 413 werken van N. de Garis Davies. Hiervan zijn 157 werken gesigneerd door Nina, 15 door beiden, en 59 door Norman[9], o.a.:
- Nina de Garis Davies, Netting Birds, Tomb of Khnumhotep (MMA 33.8.18). The Metropolitan Museum of Art. Geraadpleegd op 18 juli 2025.
- Nina de Garis Davies, Sculptors at Work, Tomb of Rekhmire (MMA 30.4.90). The Metropolitan Museum of Art. Gearchiveerd op 20 januari 2025. Geraadpleegd op 18 juli 2025.
- Norman de Garis Davies, Leaders of the Aamu of Shu (MMA 33.8.17). The Metropolitan Museum of Art. Geraadpleegd op 18 juli 2025.
Het British Museum ontving in 1936 22 schilderijen van Nina Davies, geschonken door Alan Gardiner[10], waaronder:
- Nina de Garis Davies, Fig gatherers with baboons in the trees from the tomb of Khnumhotep II (BM AESAr.623). The British Museum Images. Gearchiveerd op 12 november 2023. Geraadpleegd op 18 juli 2025.
- Nina de Garis Davies, Water-offering to the Mummy from the Tomb of Nebamun and Ipuky (Thebes No 181), c.1350 B.C. (BM AESAr.1185). The British Museum Images. Gearchiveerd op 25 september 2024. Geraadpleegd op 27 maart 2015.
- Nina de Garis Davies, Goldsmiths and Joiners. From the tomb of Nebamun and Ipuky (Thebes No 181), c.1350 B.C. (BM AESAr.1469). The British Museum Images. Gearchiveerd op 25 september 2024. Geraadpleegd op 18 juli 2025.
Het Griffith Institute heeft archieven (correspondentie, werkmaterialen e.d.) van N. de Garis Davies.[11]
Publicaties
Zie biografieën elders voor de publicatielijsten van Norman[5] en Nina[1].
Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel N. de Garis Davies op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
Literatuur
- (en) Gardiner, Alan H. (1936). Ancient Egyptian Paintings: Selected, Copied, and Described by Nina M. Davies with the Editorial Assistance of Alan H. Gardiner (pdf). The University of Chicago Press, Chicago. Gearchiveerd op 30 december 2022.
- (en) Facsimiles of Egyptian Wall Paintings (pdf). The Metropolitan Museum of Art (n.d.). Gearchiveerd op 20 mei 2024. Geraadpleegd op 9 juli 2025.
- (en) Stevenson, Alice; John Baines, Emma Libonati, Sarah Glover, Liam McNamara, Alice Williams, Norman de Garis Davies. Artefacts of Excavation. British Excavations in Egypt 1880-1980. The Griffith Institute, University of Oxford (2015). Gearchiveerd op 15 juni 2025. Geraadpleegd op 18 juli 2025.
- (en) Malek, Jaromir, Theban tomb tracings made by Norman and Nina de Garis Davies. The Griffith Institute, University of Oxford (23 februari 2012). Gearchiveerd op 28 maart 2025. Geraadpleegd op 17 juli 2025.
- (en) Strudwick, Nigel (2004). Nina M. Davies: A Biographical Sketch. The Journal of Egyptian Archaeology 90: 193–210. DOI: 10.1177/030751330409000111.
- (en) Strudwick, Nigel, Lecture: Capturing Ancient Egyptian Art: Norman and Nina de Garis Davies. The American Research Center in Egypt (15 maart 2012). Gearchiveerd op 18 november 2017. Geraadpleegd op 7 maart 2015.
- (en) Strudwick, Nigel, Nina M. Davies (1881–1965) (pdf). Breaking Ground: Women in Old World Archaeology. Brown University (2013). Geraadpleegd op 9 juli 2025.
- (en) Wilkinson, Charles Kyrle (1983). Egyptian Wall Paintings: The Metropolitan Museum of Art's Collection of Facsimiles. Metropolitan Museum of Art. ISBN 978-0-87099-325-1. Geraadpleegd op 9 juli 2025.
Voetnoten
- 1 2 3 4 5 Strudwick 2013.
- 1 2 3 Wilkinson 1983, p. 14.
- ↑ Strudwick 2004.
- 1 2 3 Wilkinson 1983, p. 15.
- 1 2 Stevenson 2015.
- 1 2 3 4 5 Metropolitan Museum of Art n.d.
- ↑ Wilkinson 1983, p. 65.
- ↑ Strudwick 2012.
- ↑ Deze telling is gebaseerd op een zoekopdracht in de online collectiedatabase van het museum in 2015. Sindsdien is de website vernieuwd.
- ↑ Gardiner 1936, p. 7-8.
- ↑ Malek 2012.