Myriam Mater-van Hulst

Myriam Mater-Van Hulst (Amsterdam, 17 juni 1931 – aldaar, 11 september 2025) was een Nederlandse maatschappelijk werkster, werkzaam voor Stichting Joods Maatschappelijk Werk. Ze werd erkend voor haar inzet de verzets- en oorlogservaringen van haar en haar vader Jan van Hulst te delen in lezingen en educatieve projecten.

Levensloop

Mater-Van Hulst was dochter van joodse violiste Pauline Horowitz en ingenieur Jan van Hulst wonende aan het Harmoniehof. Myriam was zuster van Alexandra Terlouw-van Hulst en Hannah Yakin-van Hulst. Ze trouwde in 1950 met hoboïst Ad Mater, van wie ze later scheidde. Haar hobby was zingen in het Stadskoor, alwaar ze de sopraanstem voerde.

Oorlogsjaren

Haar vader wist vanwege zijn technische vaardigheden door middel van “antroposofisch onderzoek” en vervalste persoonsbewijzen de vrouwen van zijn gezin en aanwezige onderduikers in hun woning in Amstelveen vrij te houden van de holocaustgevolgen.[1]

Na de oorlog

Myriam begon begin jaren zestig tijdens of na haar huwelijk aan haar studierichting haar uiteindelijke vak. Ze was daarin werkzaam voor Joods Maatschappelijk Werk, Adviesbureau voor jongeren en ouders, Gilde Amsterdam en Oorlog.[2][3]

Ze hield tal van lezingen op basisscholen over haar ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog en dan meest nog vertaald naar het heden. Ze bleef daar tot vlak voor haar overlijden in actief.

Ze maakte (samen met zus Hannah) nog mee dat Amstelveen een park naar haar vader vernoemde in de buurt Elsrijk, waar het gezin vanaf 1938 in de oorlog leefde. Ze ontving met de lintjesregen van 2024 van burgemeester Femke Halsema de tekenen van lid van de Orde van Oranje-Nassau.[4][5][6]

Een van haar laatste acties was het beklimmen van het dak van de Nieuwe Kerk in de nazomer van 2025. Ze overleed na een kort ziekbed. Haar rouwkaart werd opgesierd met de foto van haar op het dak van de Nieuwe Kerk; dat werd begeleid door de tekst:

Wees nou alsjeblieft een beetje aardig voor elkaar, want dat helpt.

— Myriam Mater-Van Hulst[7]