Monument voor de gevallenen (The Bottom)
| Monument voor de gevallenen op Saba | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Monument ter herdenking van de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog | ||||
| Jaar | 1957 | |||
| Huidige locatie | Fort Bay Road, The Bottom | |||
| Type | oorlogsmonument | |||
| Onderwerp | slachtoffers Tweede Wereldoorlog | |||
| Detailkaart | ||||
![]() | ||||
| ||||
Het monument voor de gevallenen op Saba, Caribisch Nederland, werd in 1957 onthuld aan de Fort Bay Road in de hoofdplaats The Bottom. Het herinnert aan de slachtoffers tijdens de Tweede Wereldoorlog.[1]
Op het monument worden 129 Antilliaanse slachtoffers herdacht, onder wie elf slachtoffers uit Saba. Jaarlijks worden zij hier op 4 mei tijdens Nationale Dodenherdenking herdacht. De meeste Antilliaanse slachtoffers waren zeelieden die op olietankers werkten, in verband met de olieraffinaderijen op Aruba en Curaçao.[2]
Vermelde Sabanen op het monument:[2]
- 16 februari 1942 was een zwarte dag toen drie Britse tankers tot zinken werden gebracht door torpedo's vanaf Duitse onderzeeboten. Acht Sabaanse werknemers lieten het leven:
- De Oranjestad had elf Antillianen aan boord. De op Saba geboren slachtoffers waren Anthony Dudley Granger (brandweerman), Eric Norbert Linzey (steward), Darcey Kenneth Lynch (matroos) en Clifford Achilles Wilson (stoker).
- De Padernales werd net buiten de Arubaanse haven Sint Nicolaas tot zinken gebracht, met aan boord onder meer James Stewart Cornet (matroos) en vier andere Antilliaanse zeelieden.
- De Tia Juana voer in de Golf van Venezuela toen ze dezelfde dag geraakt werd. Drie Sabaanse bemanningsleden lieten het leven: John William Dunlock (kwartiermaker), John Wilson (stoker) en Walter Allen Winfield (eveneens stoker).
- Op 18 september 1944 kwam de olietanker Punta Gorda in aanvaring met de veel grotere Belgische tanker Ampetco II, ter hoogte van het Venezolaanse Cabo San Román. Drie Sabanen verloren het leven in de hevige brand die daarna ontstond: James Andrew Maxwell (matroos), Antonio Duran Woods (kwartiermaker) en Henry Swinton Woods (eveneens kwartiermaker). Henry Swifton Woods was een overlevende van de aanval op de Padernales in 1942, maar overleefde de aanvaring niet.
Er zijn meer Sabanen in de Tweede Wereldoorlog omgekomen die niet op de gedenkplaat van het monument voor de gevallenen staan, maar later zijn erkend als oorlogsslachtoffers:[2]
- Op 25 februari 1942 overleed Reginald Gordon (tweede kok) toen de Britse tanker La Carriere in de buurt van Puerto Rico door een Duitse torpedo tot zinken werd gebracht.
- In juni 1943 overleefde Carl Aloysius Simmons (steward) aanvankelijk de Duitse torpedo-inslag op de Noorse tanker Ferncastle, in de buurt van West-Australië. Samen met andere bemanningsleden bereikten ze de kust met een reddingsboot. Enkele weken later overleed hij vanwege het gebrek aan water en voedsel.
- In december 1941 bevond Theophilus Wilson (matroos) zich op de Britse olietanker Hermes. Hij overleed in Haifa in het Mandaatgebied Palestina. Hij is het enige Sabaanse slachtoffer dat werd begraven, de anderen verdwenen in zee.
- In maart 1943 overleed Thelma Esther Polak (verpleegster in opleiding) in het concentratiekamp Sobibór. Zij werd op Saba geboren en was een dochter van een Surinaams-Joodse dokter. Voor haar werd een extra plaquette bij het monument geplaatst.[3]
Zie ook
Bronnen, noten en/of referenties
- ↑ Traces of War, Oorlogsmonument The Bottom
- 1 2 3 Saba News, World War II victims commemorated, 6 mei 2019
- ↑ Jonet, Postuum eerbetoon op Saba voor Thelma Polak, 20 december 2021
.jpg)
