Michel Ragon

Michel Ragon (Marseille, 24 juni 1924 – 14 februari 2020) was een Frans schrijver, kunstcriticus en essayist.
Leven
Ragons beide ouders waren afkomstig uit de Vendée, maar hij werd geboren in Marseille waar zijn vader toen als militair gelegerd was. Hij groeide op in Fontenay-le-Comte, waar hij enkel lager onderwijs volgde in een katholieke school. Enkele jaren na de dood van zijn vader verhuisde hij in 1938 met zijn moeder naar Nantes. Hij begon op jonge leeftijd te werken en deed aan zelfstudie door boeken te lezen. Tijdens de oorlog begon hij te werken op de prefectuur van het departement Loire-Inférieure.
Na zijn verhuizing naar Parijs in 1945 ontmoette hij de schrijver Henry Poulaille, die hem inspireerde om te gaan schrijven. Hij maakte hier ook kennis met de kunstenaars rond de Cobra-beweging en maakte enige tijd deel uit van Cobra. Hoewel autodidact, verkreeg hij een doctoraat aan de Sorbonne en een professoraat in de literatuur aan de École Nationale Supérieure des Arts Décoratifs.
Naast zijn werk als schrijver was hij ook recensent, werkte hij voor het ministerie van Buitenlandse Zaken en gaf hij les aan de École des Arts décoratifs.[1]
Werk
Ragon begon te schrijven als dichter. Hij bracht drie gedichtenbundels uit: Prière pour un temps de calamité (1945), Au matin de ma vie (1946) en Cosmopolites (1952). In zijn eerste roman, Drôles de métiers (1953), vertelt hij over zijn jeugd en de vele beroepen die hij uitoefende. In zijn tweede roman, Drôles de voyages (1954), vertelt hij over de verschillende reizen doorheen Europa die hij maakte na de oorlog. Als romanschrijver brak hij pas door met L'accent de ma mère (1980) en Ma sœur aux yeux d’Asie (1982). Na deze autobiografische romans schreef hij historische romans gesitueerd in de Vendée, Les mouchoirs rouges de Cholet (1984), La Louve de Mervent (1985), Le Marin des Sables (1984) en Le cocher de Boiroux (1992), welke erg succesvol waren.
Hij ontwikkelde zich autodidactisch tot historicus van de proletarische literatuur. Zo schreef hij onder meer Les Écrivains du peuple (1947), Histoire de la littérature ouvrière (1953) en Histoire de la littérature prolétarienne de langue française (1974). Hij schreef ook over moderne kunst, zoals Expression et non-figuration (1951), Le Livre de l'architecture moderne (1958), Les Américains (1959) en bijdragen voor het naslagwerk Histoire de l'art abstrait.[1]
Literatuur
- André Derval, Michel Ragon, singulier et pluriel (Éditions Albin Michel, 2024)
- 1 2 (fr) Rousseau, Vincent, Michel Ragon (1924–2020). Nantes Patrimonia (2025). Geraadpleegd op 10 november 2025.